VLIEGTUIGETEN

Met veel smaak heb ik in de donderdagagenda (NRC Handelsblad, 18 november) gelezen over het wee van de luchtreiziger en de onvermijdelijke gesprekken over de kwaliteit van de opgediende chow.

Welke vliegtuigmaatschappij wat dit betreft de beste is, daar is vrijwel iedereen het al jaren over eens: Singapore Airlines, al mogen Thai en Malaysia Airlines - de laatste alleen wat het eten betreft - niet uitgevlakt worden, noch enkele Westerse maatschappijen, waarvan wijlen het Canadees-Nederlandse Ward Air niet onvermeld mag blijven.

Ook over het slechtste eten is ieder, althans de economy class-reiziger, het eens: dat biedt onze nationale trots, de KLM en dat is in al die jaren niet veranderd, kennelijk omdat de KLM-functionarissen menen dat het zo goed is dat er niets te verbeteren valt, iets dat ook uitgedrukt hoort te worden in de (te) hoge prijzen. Zouden ze nooit klachten krijgen?

Op een gegeven moment had ik het door. We besloten een keer geen risico te lopen en namen belegde broodjes mee, wat ons goed beviel. Op de terugweg uit het zuiden van de Verenigde Staten vergaten we het echter. Toen het diner opgediend werd besloot mijn vrouw dat ze liever honger leed dan dit gaarkeuken-eten met zijn papperige witte bonen tot zich te nemen. Ik zelf at er wat van en liet de rest staan.

Nog tijdens de maaltijd kwam de steward langs om die bekende formulieren uit te delen waarop je kon aangeven hoe goed je de KLM vond. De formulieren werden links en rechts uitgedeeld, dat wil zeggen, na een snelle blik op het etensblad. Wie zijn voedsel had laten staan of er weinig van had gegeten, kreeg er heel eenvoudig niet een.

Dat is het geheim, dacht ik; de koning krijgt de waarheid niet te horen.