Verlies greep op keuringsdienst stuit op verzet; VVD, PvdA tegen plan kabinet

DEN HAAG, 25 NOV. PvdA en VVD willen dat de overheid haar greep op de keuringsdiensten behoudt. Zij verzetten zich tegen het kabinetsvoorstel deze overheidsdiensten te bundelen en onder te brengen in een nog te vormen geprivatiseerd keuringsbureau.

D66 wil keuring aan het bedrijfsleven overlaten, het CDA heeft nog geen standpunt bepaald. Op 15 december zullen de fracties zich definitief uitspreken over het voorstel van het kabinet, dat grotendeels een advies overnam van een commissie, geleid door oud-staatssecretaris Hendriks (volksgezondheid) en oud-landbouwtopambtenaar De Zeeuw. De commissie stelde september vorig jaar voor de taken van de ministeries van WVC en landbouw, natuurbeheer en visserij op het gebied van levensmiddelenwetgeving duidelijker te verdelen en het bedrijfsleven zelf verantwoordelijk te laten zijn voor controle. De Keuringsdienst van Waren en de Veterinaire Inspectie, ressorterend onder WVC, en de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (Landbouw), die onder meer de controle verricht op de dagelijkse slacht en de vleesverwerking, zouden moeten opgaan in een privaatrechtelijke organisatie.

Het Tweede-Kamerlid Kohnstamm (D66) noemt het een “verstandige beslissing” de keuringsdiensten bij elkaar te zetten. Hij vindt de kwaliteit van produkten een primaire verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven. Verzelfstandiging heeft bij hem niettemin de voorkeur boven privatisering, omdat bewindslieden dan meer kunnen worden aangesproken op doen en laten van zo'n dienst. Bij verzelfstandiging opereert de keuringsdienst op grotere afstand van de overheid, maar die blijft wel eigenaar. Bij privatisering stoot de overheid ook de aandelen af.

Rempt-Halmmans de Jongh (VVD) is tegen privatisering van de keuringsdiensten. “Dat is een rijkstaak”, zegt zij. Ook De Pree (PvdA) plaatst vraagtekens bij de voorgenomen privatisering. “De Keuringsdienst van Waren kan afstand nemen waar sectoren goede keuringsprotocollen hebben. Nu speelt tachtig tot negentig procent van het werk van de Keuringsdienst van Waren speelt zich in de horeca en de detailhandel af, waar vrijwel geen keuringsprotocollen zijn. Die keuren niet zelf en zouden dat ook niet kunnen. Bovendien is er nauwelijks een maatschappelijk draagvlak voor het voorstel van het kabinet. Tussen de reacties die ik heb gezien zit bijna geen enkele positieve. Werkgevers, consumenten, ze zijn allemaal tegen”, aldus De Pree.

Levensmiddelencontrole moet een taak van de overheid blijven, vindt de Consumentenbond. Dat heeft hij de betrokken ministeries nog eens voorgehouden naar aanleiding van de Olvarit-affaire. De bond hoopt dat het kabinet hierdoor terugkomt op het voornemen de keuringsdiensten te bundelen in een geprivatiseerd keuringsinstituut, betaald door het bedrijfsleven.

Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) zei gisteren in de Tweede Kamer dat de nieuwe opzet van de keuringsdiensten los moet worden gezien van de Olvarit-affaire, “om een zuivere discussie te hebben”. Hij vond dat voorzitter R. Tazelaar van het Produktschap voor Vee en Vlees die twee zaken ten onrechte door elkaar had gehaald toen deze eind vorige week beweerde dat de Keuringsdienst van Waren bewust de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees niet had ingelicht over de besmetting bij Nutricia. Simons ontkende dat, maar gaf wel toe dat het niet had misstaan als de Keuringsdienst van Waren andere keuringsdiensten eerder had geïnformeerd.

De Keuringsdienst van Waren, ook wel Inspectie Gezondheidsbescherming (IGB) genoemd, zou in de Olvarit-affaire zijn onmisbaarheid hebben willen bewijzen, meende Tazelaar. Zijn verwijt richtte zich in feite tegen de Hoofdinspectie Gezondheidsbescherming van WVC die dertien regionale inspecties Keuringsdiensten van Waren bestuurt die onder meer toezicht houden op naleving van de Vleeskeuringswet. Onder WVC valt ook de Veterinaire Inspectie die zich richt op de 'volksgezondheidsaspecten van alle voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong'. In oktober vorig jaar werd binnen WVC besloten tot integratie van deze inspecties. Kort daarop verscheen 'Op weg naar een gezonde kwaliteit' van de Commissie Hendriks/De Zeeuw. Dit rapport veroorzaakte onder het personeel van de Veterinaire Inspectie (VI) en de Inspectie Gezondheidsbescherming zoveel onrust en ongenoegen dat werd besloten de eigen fusie op te schorten tot een besluit over het rapport was genomen.

Bij slachtcontrole en vleesverwerking is - naast Inspectie Gezondheidsbescherming, Veterinaire Inspectie en Rijksdienst voor Keuring van Vee en Vlees - de Algemene Inspectie Dienst (AID) betrokken van het ministerie van landbouw. Onder AID-personeel heerst onrust over een mogelijke fusie met de Economische Controle Dienst van Economische Zaken, waarna die nieuwe opsporingsdienst onder Justitie zal ressorteren.

In dat circuit van controlerende instanties op de veemarkten, bij het veevervoer en in het slachthuis hebben ook inspecteurs van de stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming een rol. Landbouw is voorstander van het onderbrengen van deze dienst bij de AID. De dierenbescherming verzet zich hiertegen.