Venetiaan: Surinaamse universiteit moet helpen bij herstel

De Surinaamse Anton de Kom- universiteit moet een nieuwe rol gaan spelen bij het oplossen van de maatschappelijke en economische problemen van het land. Ze kan onder meer antwoord helpen geven op vragen over de problemen in de economie, de gezondheidszorg en het onderwijs. Dat zei president Ronald Venetiaan in een toespraak bij de 25ste dies natalis van de universiteit op 2 november. De universiteit moet meer kader opleiden en "op legitieme wijze met wetenschappelijk onderzoek haar invloed uitoefenen op de politiek". Pogingen om de universiteit te maken tot "een instituut in de voorhoede van een bepaalde politieke beweging, zijn gelukkig niet gelukt", aldus de president, die zelf als wiskundige aan de universiteit heeft gewerkt.

Venetiaans wervende taal komt op een moment dat de Surinaamse universiteit, genoemde naar de Surinaamse nationalist uit de jaren dertig A. de Kom, met grote moeilijkheden kampt. Na de militaire staatsgreep van 1980 probeerde het bewind van legerleiding Bouterse de universiteit te transformeren tot een revolutionaire volksuniversiteit. De inmenging van de militairen leidde tot grote studentenonlusten en, vooral na de decembermoorden van 1982, tot het vertrek van honderden studenten, deels naar Nederland en de Verenigde Staten. Ook veel docenten haakten af, terwijl anderen zonder kennisgeving niet meer werden ingezet of oneervol werden ontslagen.

Na jaren van verwaarlozing en internationaal isolement staat de universiteit onder Surinaamse scholieren nu slecht bekend, ondanks hernieuwde contacten met onder meer de Rijksuniversiteit Leiden en de Universiteit van Amsterdam. Scholieren van wie ouders het enigszins kunnen betalen, wijken voor een studie uit naar het buitenland. De voortgaande economische verpaupering van Suriname speelt daarbij een hoofdrol. Op de medische faculteit hebben 88 ouderejaars studenten zich niet meer ingeschreven voor het collegejaar 1993/94. Intussen is bekend geworden dat 78 van hen zich hebben ingeschreven op universiteiten in Nederland. Op sommige afdelingen is nog slechts een docent die de discipline draaiende houdt. Het probleem van de docenten wordt enigszins verlicht door samenwerking met zusteruniversiteiten in Nederland, Belgie en buurland Guyana.

Momenteel staan 2.010 studenten ingeschreven, 1.207 aan de faculteit maatschappijwetenschappen, 292 bij de medische wetenschappen, 287 bij technische wetenschappen en 224 in het eerste 'schakeljaar'. De universiteit heeft in de 25 jaar van haar bestaan 734 afgestudeerden afgeleverd, van wie 284 vrouwen. Onder de afgestudeerden zijn 145 juristen, 205 artsen, 166 economen, 60 sociologen, 61 agrarische deskundigen, 22 in landontwikkeling, 24 in delfstofproduktie, 13 in elektrotechniek, 17 in infrastructuur, een in land- en waterbeheersing, en 20 werktuigbouwkundigen. Het grootste aantal vrouwen (84) studeerde af in de economie, gevolgd door 50 als jurist en 50 als arts.