Ter Beek in conflict met officieren over interventie in Bosnië

DEN HAAG, 25 NOV. Minister Ter Beek van Defensie heeft een conflict met de Nederlandse Officieren Vereniging (NOV) over het uitzenden van personeel van de luchtmobiele brigade naar Bosnië. De officieren vinden dat het personeel onvoldoende is getraind en bewapend en daardoor onaanvaardbare risico's loopt. Ter Beek bestrijdt dit.

In een gepeperde brief aan voorzitter N. Stuiver van de NOV laat Ter Beek weten “pal achter” het personeel van de luchtmobiele brigade te staan. Hij vraagt zich “serieus” af of de vereniging met zijn kritiek wel namens de officieren spreekt.

De NOV kwam de dag voor het Kamerdebat over het uitzenden van de brigade naar Bosnië met de kritiek dat de luchtmobiele brigade onvoldoende getraind en uitgerust is voor uitzending naar Bosnië. De luchtmobiele brigade, zo zegt de NOV, is opgeleid voor snel ingrijpen om daarna in korte tijd massaal van steun te worden voorzien door een grote legermacht. “Voor de taak in Bosnië is alleen een volledig getraind pantserinfanteriebataljon geschikt”, zegt NOV-voorzitter Stuiver. “Maar zo'n bataljon wordt in Nederland bemand door dienstplichtigen en die kan Ter Beek niet uitsturen. De beroepskrachten van de luchtmobiele brigade wèl en daarom worden ze nu maar even snel omgeschoold. Wij hebben gezien dat ze eigenlijk niet als pantserinfanteristen kunnen opereren.” Volgens Stuiver krijgen ze daarbij te weinig pantserwagens mee naar Bosnië die bovendien te licht bewapend zijn. “Defensie beroept zich daarbij op VN-normen, maar wij zeggen dat we ons daarvan niets moeten aantrekken en onze eigen normen moeten hanteren. Landen als Frankrijk en Engeland sturen volledig uitgeruste bataljons, Noorwegen stuurt voor alle zekerheid zelfs een paar tanks mee.”

Ter Beek schrijft dat de luchtmobiele brigade een “intensief” oefenprogramma achter de rug heeft en getraind is op omstandigheden “zoals die zich voordoen in Bosnië-Herzegovina”. Daarnaast is het volgens Ter Beek “geheel bezijden de waarheid” dat het bataljon onvoldoende zou zijn uitgerust. De VN hanteren een richtlijn van 56 pantserwagens voor een standaard-bataljon van 900 man. Nederland stuurt 750 man met 50 pantserwagens en is daarmee in overeenstemming met de richtlijn, aldus Ter Beek. De voertuigen worden uitgerust met .50 mitrailleurs en rondom de schutter van dit wapen is beschermend pantser aangebracht. Ter Beek vindt verder dat de NOV “rijkelijk laat” met de kritiek naar buiten kwam, een dag voor het debat op 17 november, waarin de Kamer haar goedkeuring gaf aan de uitzending van het bataljon.

Stuiver verwerpt deze kritiek en zegt de bezwaren al eerder te hebben geuit. Zeer verbolgen is Stuiver over de insinuatie dat de NOV niet namens de officieren zou spreken. “We hebben heel veel gesprekken gehad en erg veel adhesiebetuigingen gekregen voor ons standpunt. Veel mensen zijn blij dat het eindelijk eens duidelijk gezegd wordt. Wij zijn er van overtuigd namens de officieren te spreken.” Komende maandag beraadt de NOV zich op antwoord.