Sometimes

Er was een Belg die mij zocht, maar ik ben hem - beter gezegd zijn advertentie - uit het oog verloren. Hij is met het oud papier mee. De man deelde mee dat hij een beetje eenzaam was, en bovendien failliet, maar hij had nog wel een grote auto en een 'droogzwierder'. Dat laatste had hij er natuurlijk in gezet om mij aan het lachen te maken. Hij zocht een vrouw 'met wasgoed en/of benzinepomp' - weer een grapje, maar het was wel duidelijk dat hij echt iemand nodig had. Verderop in de tekst vroeg hij nog om 'goede ideeën'; van een flinke bruidsschat zou hij duidelijk ook niet vies zijn geweest. Waarom ook?

De lieverd. Tussen alle huwelijksadverteerders met hun goedgevulde levens en hun enorme liefde voor concertbezoek en boswandeling was hij een echt mens, met maling aan de absurde hedendaagse gedachte dat je pas een goede relatie kunt hebben als je ook hartstikke goed buiten elkaar kunt. ('Mijn vrouw en ik zijn bijzonder gelukkig samen ja, wij lunchen haast iedere woensdag met elkaar, en bovendien proberen wij in de winter altijd een weekje sámen naar de sneeuw te gaan, met wat goede vrienden dan.')

Iedereen heeft iemand nodig - er is een liedje dat zo gaat, met de voorzichtige toevoeging: sometimes - en iedereen heeft daar redenen voor. Dat dat niet zo zou zijn is een van de absurde mythes waarop de beschaafde samenleving gebouwd is.

Als jij bij mij blijft, omdat ik geld als water heb, en ik bij jou vanwege je lekkere lijfje, en verder kunnen we het goed vinden zodat niets ons belet om van liefde te spreken - wat is daar dan tegen? Maatschappelijk belang soms, omdat ik je aan de dijk zet zodra je lijfje is verlept en jij dan een beroep gaat doen op gemeenschapsgelden?

Met liefde is het net zoals met de bijstandswet, het kunstbeleid, noem maar op. Een juiste oplossing bestaat niet. Er moeten spaanders vallen, het valt niet fijn te regelen. Geluk voor iedereen betekent pret voor niemand. Dus iedereen doet maar wat, en besluit op een gegeven moment op vrij willekeurige gronden dat het zo wel kan. Tot er weer iets ingrijpends gebeurt. Het geld raakt op, een lijf verlept, iemand komt een nog waardere Jacob tegen: dan zijn aanpassingen nodig.

Laatst dacht ik nu eens echt een voorbeeld van de sprookjesachtige liefde te hebben gevonden. Ik was op bezoek bij een hoogbejaard echtpaar in een huis aan het water, tachtig waren ze wel. Het was het meest toegenegen stel oudjes dat ik ooit had gezien. Hun verknochtheid sprak uit elke blik en ieder woord. Wat ook leuk was, was dat de mevrouw er zo mooi uitzag - hooggesloten, zilveren speld - even smaakvol als het rustieke huis dat het paar bewoonde. Vervuld van dit serene geluk reed ik naar huis.

Een week of wat later hoorde ik dat het tweetal daar hooguit sinds een jaar samen woonde. Hun leven was vol amoureuze verwikkelingen geweest, bedrog en ontrouw, met uiteindelijk een ultimatum: nu ga je bij haar weg en kom je bij mij, of anders... Dat oude echtpaar was geen sprookje, het was het laatste hoofdstuk van een roman, en een vrij banale bovendien.

De mythe van de ware liefde die niet uit een dringende behoefte maar uit - waaruit eigenlijk? uit lucht? ontstaat, komt gewoon weer uit een ander boek, misschien wel dat van de christenen, waarin zo veel sprake is van onbaatzuchtigheid en het aanbieden van de andere wang als je op de ene een klap hebt gekregen. Die mythe heeft ons beeld gevormd - en het blijft een prachtig beeld - van de liefde door dik en dun, met verwaarlozing van iedere praktische omstandigheid. Waarom houd je van me? Omdat ik van je houd.

De uiterste consequentie daarvan is de liefde van Swann en zo veel andere helden: de onwaardigheid van de beminde maakt de liefde alleen maar mooier, niemand kan het helpen, hij ziet mij niet staan, hij slaat mij en stuurt mij de straat op, maar ik houd van hem. De hoogste vorm van die liefde is de liefde voor een hond.

Het leven imiteert de kunst, dat is bekend. Toch kan niemand beweren dat het daar idyllischer van wordt.

    • Ileen Montijn