Revolutie in Nieuw Zeeland loopt vast; Regering moet hervormingen staken bij gebrek aan steun

WELLINGTON, 25 NOV. De economische revolutie in Nieuw Zeeland lijkt te zijn beëindigd, nadat de conservatieve Nationale Partij bij de verkiezingen eerder deze maand de meerderheid in het parlement bijna verloor. De partij van premier Jim Bolger haalde toen 50 van de 99 zetels en is daarom afhankelijk van enkele backbenchers, die al hebben laten weten het oneens te zijn met de scherpe kantjes van de radicale marktgerichte economische hervormingen die de regering de afgelopen drie jaar uitvoerde.

Inzet van de verkiezingen was de vraag of de pijnlijke radicale marktgerichte economische hervormingen moesten worden voortgezet of dat een grotere bemoeienis van de overheid gepast was in het land dat zo vaak trots beweert de sociale zekerheid te hebben uitgevonden.

Bolgers krappe meerderheid, plus het gegeven dat zijn partij slechts 35 procent van de stemmen haalde, geven de premier nauwelijks een mandaat om met de hervomingen door te gaan. De drie oppostitiepartijen, Labour (46 zetels), de linkse Alliantie (2) en de liberale New Zealand First Party (2), hebben zich fel tegen het beleid van de regering verzet. Deze drie oppositiepartijen haalden 64 procent van de stemmen.

Bolger heeft al aangekondigd de oppositiepartijen te zullen betrekken bij belangrijke beleidsinitiatieven, zoals op het terrein van de werkloosheidbestrijding. Compromissen zijn daarbij niet uitgesloten; het Wellington van morgen ziet er uit als Den Haag vandaag.

Hoewel Bolger zijn kabinet nog niet heeft benoemd, is er grote twijfel over de vraag of de architect van het economisch beleid, Ruth Richardson, terugkeert op de sleutelpost van minister van financiën. Een compromiskandidaat, die de steun van de backbenchers heeft en af en toe op hulp van een of meer van de oppositionele parlementariërs kan rekenen, ligt meer voor de hand.

Door de verkiezingsuitslag lijken verdere hervomingen van de gezondheidszorg en gemeentelijke overheden in elk geval niet door te gaan. Het is tevens waarschijnlijk dat het wettelijk minimumjeugdloon, dat de regering eerder afschafte, opnieuw zal worden ingevoerd, omdat zeker twee backbenchers daar al op hebben aangedrongen.

Bolger heeft gezegd dat de meest noodzakelijke hervormingen inmiddels zijn uitgevoerd. Gareth Morgan van het bureau Infometrics stelde in zijn column in The National Business Review echter vast dat zodra de vaart van de hervomingen afneemt, de groei van 'New Zealand Inc.' zal verminderen. “De groei van de Nieuw-Zeelandse economie tot nu toe is het resultaat van een serie aanhoudende beleidshervomingen die hebben geleid tot verbeteringen in de bedrijfsvoering in het zakenleven. De suffe vaststelling dat alleen de gebeurtenissen van gisteren en vandaag de groei van morgen bepalen, ontkent de invloed van toekomstige gebeurtenissen op het huidige verwachtingspatroon.”

Jim Bolger hield zijn landgenoten in de campagne voor dat het Kiwi-model, zoals het Nieuw-Zeelandse economische model wordt aangeduid, thans eindelijk vruchten afwerpt. De economische groei was in het afgelopen jaar drie procent, meer dan in de meeste andere OESO-landen waarbij Nieuw Zeeland tientallen jaren lang in de schaduw stond. De consumptieve bestedingen zijn scherp gestegen en de inflatie behoort met 1,4 procent tot de laagste ter wereld.

De werkloosheid loopt eveneens langzaam terug, maar het percentage van 9 procent stemt nog steeds tot zorg. Het Nieuw-Zeelandse Instituut voor Economisch Onderzoek (NZIER) meldde dat de economische opleving van de laatste twee jaar de sterkste is in twintig jaar.

De Bolger-medicijn bestond uit een grondige terugdringing van de rol van de overheid met navenante bezuinigingen, lage belastingen (de inkomstenbelasting in de hoogste schijf is 33 procent) en een gedereguleerde arbeidsmarkt, die tot een onmachtige bijrol voor de vanouds sterke vakbonden leidde. De sociale uitkeringen werden drastisch gekort en bij de bestrijding van bijstandsfraude werd zelfs huisartsen verplicht hun patiëntengegevens aan het ministerie van sociale zaken te verstrekken.

De regering verkocht het telefoonbedrijf, de spoorwegen en elektriciteitsbedrijven. Dat leidde tot aanzienlijke verhoging van de doelmatigheid en verlies van arbeidsplaatsen in deze activiteiten. De nieuwe wet op arbeidscontracten, waarbij CAO's niet langer automatisch voor alle werknemers van kracht waren, resulteerde in lagere lonen en geringere rechtsbescherming, maar maakte kosten voor de werkgever om nieuw personeel aan te nemen lager. Premies op overuren werden veelal afgeschaft, zodat veel winkels nu zeven dagen per week open zijn.

De uit Nederland afkomstige econoom Petrus Simons, werkzaam bij het bureau Integrated Economic Services zegt dat de sociale kosten van de wet onderschat werden: “In de moeilijke economische tijden die we hier hebben, zijn vooral de laagbetaalden slachtoffer van de nieuwe regels geworden. De beter opgeleiden doen het beter in individuele onderhandelingen, omdat er in Nieuw Zeeland aan hen een tekort bestaat. De inkomstenverdeling in dit land is scheefgetrokken, ook door de sterke bezuinigingen op uitkeringen, die in vergelijking met West-Europa toch al erg karig waren”, aldus Simons.

Peter Harris van de overkoepelende vakbondsorganisatie CTU zegt dat de lichte groei van de werkgelegenheid in het afgelopen jaar eveneens met een korrel zout moet worden genomen: “Onder de Employment Contracts Act is er veel meer werk in deeltijd en tijdelijk werk. Dat soort werk geeft mensen geen zekerheid om een toekomst op te baseren.”