Reuzeluiaard

Scientific American. December '93.

Van alle populair-wetenschappelijke bladen blijft Scientific American toch het fijnst. Het kost soms wat inspanning om een artikel door te ploegen en altijd vrij veel tijd, maar het is een investering die zichzelf meestal terugverdient. Bijna alles wat erin staat is informatie uit de eerste hand, geschreven door leidende onderzoekers en presentabel gemaakt door een strenge redactie.

Natuurlijk staan er in Scientific American ook wel eens minder geweldige stukken. Maar er zit er voor elke nieuwsgierige altijd wel wat van haar of zijn gading bij, of het nu gaat om de opvouwing van eiwitten, de berging van de Wasa of de evolutie van neutronsterren. De New Yorkse neuroloog Oliver Sacks zei vorig jaar in het programma Een schitterend ongeluk van Wim Kayzer wat hij het eerst zou doen in het geval hij na dertig jaar uit een diepe slaap zou ontwaken. 'De nieuwste Scientific American opslaan, om te zien wat er in de tussentijd is ontdekt,' verklaarde hij. Een prima instelling.

Het decembernummer van dit jaar bevat, evenals dat van twaalf maanden geleden, een speciale sectie over 'nieuwe uitdagingen' voor volgend jaar. Dat moet men niet te letterlijk nemen. Van de meeste van de actuele uitdagingen voor de wetenschap en de techniek die in deze sectie worden behandeld, mag niet worden verwacht dat ze al voor 1 januari 1995 zijn opgelost. Ter controle hoeft men alleen maar het nummer van vorig jaar op te slaan: de meeste van de twaalf destijds behandelde onderzoeksonderwerpen zouden zich net zo makkelijk opnieuw lenen als 'uitdaging voor 1994'.

Met de gentherapie (een van de onderwerpen) gaat het bijvoorbeld hard, maar ook weer niet zo hard dat er meer dan een paar beloften zullen worden ingelost. En het geplande nieuwe instrument van de Stanford Linear Accelerator Collider voor onderzoek naar de verbreking van de zogeheten ladingspariteit, zal eind volgend jaar vermoedelijk nog niet eens gereed zijn. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat dit onderzoeksprobleem van belang is ontbloot: de experimenten zullen een antwoord geven op niet minder dan de vraag waarom er in het heelal iets is, en niet niets.

Een zaak die misschien wel nooit zal opgehelderd is die van de geheimzinnige roodharige Braziliaanse mapinguari. Volgens ooggetuigenbeschrijvingen zou het gaan om een grondluiaard, een dier waarvan de wetenschap aanneemt dat het al zo'n 10.000 jaar geleden is uitgestorven. Het beest zou echter nog steeds springlevend door het Braziliaanse regenwoud rondstappen en (volgens een van de sterkere verhalen) af en toe het hoofd van een mens eraf wrikken en het ontzielde lichaam onder een voorpoot meenemen.

Een Braziliaanse museummedewerker verzamelde alle anekdotische gevevens, bestudeerde de fossiele aanwijzingen en schreef een boek. Zijn werk valt daarmee onder de marginale biologische subdiscipline der cryptozoölogie, de zoölogie van dieren die nog nooit door een bioloog zijn waargemomen. Cryptozoölogen pretenderen op grond van folklore en lekengetuigenverslagen nieuwe, verborgen levende diersoorten op het spoor te kunnen komen. De Verschrikkelijke Sneeuwman en de 'laatste dinosaurus in Afrika' zijn de bedenkelijkste kandidaten. In de praktijk echter worden nieuwe soorten steevast bij toeval ontdekt, zoals in onze eeuw de okapi en, recent nog, de Vietnamese gazelle Pseudoryx nghetinhensis.

De grote, 'normale' artikelen bestrijken als gewoonlijk een breed scala van onderwerpen. Het traditionele, beleidsrelevante openingsverhaal gaat over de onverwachte teruglopende bevolkingsgroei in veel ontwikkelingslanden, onfdanks het uitblijven van hogere welvaart. Voor de astronomisch geïnteresseerden is er een stuk over de spectaculaire recente ontwikkelingen in de gamma-straal astronomie (dank zij het Compton Gamma Ray Observatory), voor de chemici een artikel over rationeel geneesmiddelenontwerp, voor de historici een bijdrage over de dodencultus op het prehistorische Malta en voor de technici een (redactioneel) verhaal over de stand van zaken in de hoge-temperatuur supergeleiding.

De rest is voer voor biologen. Zo is er aandacht voor een hoogst actueel onderwerp: de invasie van de Verenigde Staten door geafrikaniseerde moordbijen. En voor het licht dat de variatie in het majeure histocompatibiliteitscomplex (het moleculaire systeem dat verantwoordelijk is voor de cellulaire zelfherkenning) werpt op de menselijke evolutie. Het is weer eens opvallend hoeveel informatiever en concreter het werk van de moleculair-biologen is vergeleken met dat van de paleo-antropologen, die slechts kunnen speculeren op grond van een handjevol fossielen.

Het laatste grote artikel is geschreven door Steven Strogatz en Ian Stewart. De laatste is op dit ogenblik zonder twijfel de getalenteerdste en produktiefste popularisator van de wiskunde (als auteur van boeken, maar ook als medewerker van onder meer Nature en Scientific American). Het stuk gaat over de relatie tussen twee op het oog verschillende fenomenen: gekoppelde oscillatoren en biologische synchroniciteit. Onze landgenoot Christiaan Huygens ontdekte al in februari 1665 dat twee slingerklokken bevestigd op eenzelfde oppervlak na verloop synchroon gaan tikken. Hiermee was de kiem gelegd voor de wiskundige theorie van de gekoppelde oscillatoren. Strogatz en Stewart leggen uit hoe deze zelfde theorie te pas komt bij de beschrijving van verschijnselen als het synchroon knipperen van vuurvliegjes, de telgang van olifanten en hersengolven.

Voor mensen die net uit een slaap van 30 jaar zijn gewekt, bevat dit nummer meer dan genoeg stof voor verbazing.

    • Felix Eijgenraam