REGENWOUD

In zijn reactie op het artikel 'Greenpeace directeur op borgtocht vrijgelaten', (NRC Handelsblad, 18 november), stelt J.N. van de Stadt dat de provinciale regering van British Columbia (Canada) geen toestemming heeft gegeven voor houtkap in Clayoquot Sound, maar eerdere kapvoorschriften heeft beperkt. Dat is juist, maar dat maakt het besluit niet minder desastreus.

De beslissing van de provinciale regering betekent dat 62 procent van Clayoquot Sound wordt geoogst en 33 procent wordt beschermd. Voorheen was dat respectievelijk 81 en 15 procent. Drieëndertig procent lijkt veel, maar 15 procent daarvan was dus al uitgeroepen tot reservaat. De overige 18 procent bestaat voornamelijk uit struiken, rotsen of hellingen die zo steil zijn dat kappen onmogelijk is.

Niet het gehele landoppervlak bestaat uit bos. Van het percentage resterend regenwoud wordt 74 procent geoogst. Zelfs onder de 'verzwaarde voorwaarden' voor houtkap is kaalslag van het bos mogelijk. Zolang men zorgt dat landschappelijk aantrekkelijke gebieden voor recreanten blijven bestaan, mag de rest worden gekapt. Ik heb het resultaat vanuit de lucht aanschouwd: een randje bos rondom een meer en daaromheen een kale vlakte. Oerbos is onvervangbaar, dus herbebossing is slechts een pleister op de wonde.

De door de provinciale regering voorgestelde beperking is ten hoogste bedoeld om het karakter van de al bestaande kaprechten voor de buitenwereld te verdoezelen. Er verandert niets: een van de laatste onaangetaste regenwouden in gematigde streken wordt verwoest, ook al wordt formeel 'maar' 62 procent gekapt. Bovendien investeerde de provinciale regering - vlak voor zij met 'groenwassen' van haar imago begon - 50 miljoen Canadese dollars in MacMillan Bloedel en werd daarmee de grootste aandeelhouder.

    • Greenpeace Nederland
    • Jikkie Jonkman