NedCar: geen ontslag 'ongemotiveerden'

BORN, 25 NOV. “Van de kleine groep die niet wil, gaan we proberen afscheid te nemen, maar van een grote schoonmaak is geen sprake.” Zo reageert een woordvoerder van de Nederlandse personenautofabriek NedCar in het Limburgse Born op berichten als zou de onderneming met de ondernemingsraad een akkoord hebben bereikt over het ontslaan van werknemers die er de kantjes van aflopen. Districtshoofd H. van Rees van de Industriebond daarentegen is er zo zeker niet van dat de leiding van NedCar niets in haar schild voert. “Wat nu in de publiciteit komt, heeft dezelfde teneur als de opmerking van NedCar-directeur Huberts dat één op de vijf werknemers van het bedrijf niet gemotiveerd zou zijn.”

Dat deze 'ongemotiveerden' Huberts een doorn in het oog zijn is bekend. Daarover pakte hij uitvoerig uit in het personeelsorgaan Radar van 23 oktober. Nu gaan de geruchten dat hij ze ook maar zou willen ontslaan, onder meer om zo gemakkelijker af te komen van een overschot aan personeel. Dat surplus is ontstaan doordat NedCar, wegens de malaise op de automarkt, de produktie moet terugschroeven met vijf- tot tienduizend auto's.

De woordvoerder van NedCar zegt dat inderdaad sprake is van een 'omvangrijke bezuinigingsoperatie', maar dat de post personeel daarvan slechts 15 procent zal uitmaken. Het bedrijf verwacht de personeelsreductie te kunnen realiseren door natuurlijk verloop. Dat daarbij zal worden geprobeerd, zoals hij het uitdrukt, afscheid te nemen van de mensen die zich ongemotiveerd tonen, ligt in de lijn der verwachting. “Maar het gaat echt maar om een kleine groep en overigens zijn we over de aanpak ervan nog in onderhandeling met de ondernemingsraad, dus beslist is er nog niks. Bovendien gaat het om mensen die echt niet willen en niet om mensen die niet kunnen.”

De opmerkingen van Huberts, weergegeven in een interview in een aantal Zuidnederlandse kranten, heeft inmiddels niet alleen bij Van Rees van de Industriebond, maar ook op de werkvloer in Born tot onrust geleid. Daar zegt men dat Huberts anders zou hebben gesproken als hij op de hoogte was geweest van de werkelijke situatie. Huberts van zijn kant wees erop dat hij terdege weet wat onderin het bedrijf aan de hand is, omdat hij er elke week ten minste zes uur verkeert.

In de kranten gaf hij een aantal voorbeelden van mensen die zijns inziens tot de onwilligen gerekend moeten worden: zij die na herhaalde waarschuwingen hun leven niet wensen te beteren, die zich bijvoorbeeld schuldig maken aan steevast te laat komen, dronkenschap, scheldpartijen of obscene gebaren. Dat zijn volgens de NedCar-woordvoerder “dingen die we vroeger ook niet zouden hebben getolereerd”.

Van Rees: “Ik heb grote moeite met dit soort uitspraken door de ongenuanceerdheid ervan. Als er inderdaad mensen rondlopen die niet zijn gemotiveerd, dan zal de bedrijfsleiding zich allereerst de vraag moeten stellen of het misschien aan de werkomstandigheden of aan het leidinggeven ligt. Zoja, dan zal ze daarin verbeteringen moeten aanbrengen. Als dan nog zogenoemde onwilligen overblijven, dan kun je nog altijd gaan praten over ontslag.”

Van Rees zet ook vraagtekens bij de omvang van het bestand aan ongemotiveerden. “Als het inderdaad één op vijf is, dan is sprake van een gigantisch probleem”. Volgens Van Rees heeft het er “alle schijn van dat tegen de achtergrond van een teveel aan personeel de kwestie van onwilligheid of ongemotiveerdheid zwaar wordt aangezet. In ieder geval is het niet terecht dit soort zaken zo breed te etaleren als Huberts nu doet.”