Milan glimt en ruikt niet meer als vroeger

BRUSSEL, 25 NOV. AC Milan heeft nog altijd veel allure. Voor de wedstrijd warmen de spelers zich in hun prachtige rood-zwart gestreepte shirts keurig in een rij met gestroomlijnde oefeningen op en na afloop komen ze in modieuze winterjassen met bijpassende sjaals, ruikend naar de duurste after-shaves en de haren zorgvuldig geföhnd en vol gel uit de kleedkamer. Het is een boeiend schouwspel op zich.

Maar het voetbal, toch veruit het belangrijkste, heeft een kwaliteitsverandering ondergaan. Voetballend sprankelt, glimt en ruikt Milan lang niet meer zoals vroeger. Tegen Anderlecht behaalde de ploeg gisteravond in de eerste wedstrijd voor de Champions League een kleurloze 0-0 en de Italianen waren er niet eens ontevreden mee. Vorig seizoen verloor Milan in de zes duels van deze competitie niet één punt.

Is het te chauvinistisch om te stellen dat AC Milan de Nederlandse inbreng mist? Misschien wel, want ook mét Van Basten, Gullit en Rijkaard speelde de formatie de laatste tijd al minder aanvallend en minder aantrekkelijk. Maar toch gebeurde er toen nog altijd meer dan nu. “Marco kan iets forceren”, zei Anderlecht-spits John Bosman na afloop over zijn ex-ploeggenoot Van Basten. Hij heeft in de wedstrijd geconstateerd dat de aanvallers bij AC Milan veel worden aangespeeld. En met die ballen had Van Basten wel raad geweten, zie je Bosman denken.

Spijtig voor AC Milan is volgens de laatste berichten Van Basten zeker nog tot maart uitgeschakeld. Zijn rechterenkel wil maar niet. Hij hoort er even helemaal niet meer bij. Van Basten zat zelfs niet op de tribune in Brussel. Al voor de wedstrijd reisde hij naar Amsterdam. De grootste pessimisten beweren zelfs dat hij nooit meer zal voetballen. Dat is een lelijke streep door de rekening van trainer Fabio Capello. Misschien dat hij daarom na afloop zo kribbig reageerde op een vraag over de gezondheidstoestand van de spits. “Ik weet net zo veel als er in de kranten staat. Is dat het?” En weg was hij. “Is hij boos?”, vroeg Bosman geïnteresseerd.

Capello is natuurlijk ook niet tevreden met het spel van zijn team. In de nationale competitie scoorde AC Milan in twaalf wedstrijden maar zestien keer. Twee maal speelde het met 0-0 gelijk, twee keer 1-0 en twee maal 1-1. Niet één keer won Milan met meer dan twee doelpunten verschil. De fans hadden blijkbaar een vooruitziende blik, want de club verkocht voor dit seizoen liefst 20.000 abonnementen minder dan vorige competitie. Milan staat wel samen met Parma op de eerste plaats, maar meneer de president Silvio Berlusconi roept altijd dat hij én resultaat wil én aantrekkelijk voetbal. Daarom heeft hij al openlijk kritiek geuit op het spelniveau.

Capello heeft toen zijn voorzitter proberen uit te leggen waaraan het schort. Milan heeft de spelers niet meer om het aantrekkelijke pressiespel uit de tijd van Sacchi te spelen. De tegenstanders weten inmiddels hoe zij zich er tegen moeten wapenen en bij Milan zelf zit de sleet erin. Aanvoerder Baresi is al 33 jaar. Hij kan nog steeds goed voetballen, maar heeft daarbij wel meer de steun nodig van zijn collega's. Daarom speelt Milan nu met een gesloten defensie, twee verdedigende middenvelders en maar twee spitsen.

En dan zijn er natuurlijk die vervelende blessures: Van Basten, maar ook Lentini, de duurste aankoop aller tijden, die begin augustus met zijn Porsche tegen de vangrail en is nu heel voorzichtig aan zijn rentree bezig is. Tegen Anderlecht ontbraken ook nog Bobin, Eranio, Tassoti en de geschorste Roemeen Raducioiu. Het is een hele rij, maar juist om dergelijke tegenslagen op te vangen heeft Berlusconi voor zo'n grote selectie gezorgd. In Brussel stonden er nog altijd acht A-internationals op het veld. Twee weken geleden nam Milan voor twaalf miljoen gulden nog Marcel Desailly van Olympique Marseille over. Hij was tegen Anderlecht nog niet inzetbaar. Desailly is de zevende buitenlander bij Milan. En er mogen er nationaal en internationaal maar drie spelen. Dat zorgt voor wrevel en onrust binnen de selectie. Een voetballer klaagt altijd over het zware programma, maar als hij af en toe een wedstrijdje mag uitrusten is het ook niet goed. Voor Gullit gaf dat afgelopen seizoen de doorslag om te vertrekken.

Nu zijn er weer problemen met de Montenegrijn Savicecic. Hij weigerde dinsdag mee naar Brussel te reizen omdat hij had gehoord dat hij op de reservebank zou moeten beginnen. Hem wacht een disciplinaire straf. En zo is er altijd wat. Zelfs met de lange lijst van afwezigen moet Capello wekelijks spelers vertellen dat ze niet mogen meespelen. Het is niet het leukste werk. Bovendien is op zo'n manier geen hecht team op te bouwen zoals in de tijd van Van Basten, Gullit en Rijkaard.

Ook Anderlecht miste bij de start van de Champions League heel belangrijke spelers. International Emmers is nog net niet fit genoeg, maar erger is het ontbreken van de twee vedetten, beiden aanvallers, Degryse en Nilis. Daarom heeft Anderlecht geen illusies en tekende het vooraf voor een punt. Dat haalde de ploeg ook binnen en het dankbare publiek beloonde de spelers met een ovatie. “We hebben een punt verloren”, constateerde trainer Jan Boskamp echter na afloop baldadig.

Helemaal ongelijk had hij niet. Het veld lag onder de sneeuw en daar wist Anderlecht zich met name in de eerste helft beter op aan te passen dan Milan, ondanks dat de thuisploeg met captain Albert, meester Rutjes en Versavel een aantal lange stijve mannen had. De dappere elf van Boskamp speelden voor rust stukken beter. Bosman kreeg een vrije kans, maar verprutste die. Walem schoot na de hervatting op de lat. Milan toonde in de tweede helft af en toe wel zijn klasse. Simone kreeg een paar mogelijkheden, Papin schoot op de paal en de van Fiorentina gehuurde Laudrup verzuimde de rebound in te knallen. Papin had een kwartier voor tijd de beste kans. Alleen voor doelman De Wilde maaide hij jammerlijk over de bal heen. Hoe zou Van Basten dat hebben gedaan?

Capello zei na afloop dat zijn ploeg zeker één keer had moeten scoren. Hij liep met een gezicht als oorworm rond, was tegen iedereen kortaf, maar toen hij in de gang van het stadion wachtend op de bus door een beeldschone dame werd aangesproken was hij ineens één en al oor en oog en trok zijn meest charmante gezicht.

    • Hans Klippus