Kosovo is door Serviërs vrijwel volledig 'geserviseerd'; 300.000 inwoners van Kosovo naar W-Europa gevlucht

Driehonderdduizend leden van de Albanese meerderheid in Kosovo, en mogelijk zelfs een half miljoen, zijn de afgelopen jaren gevlucht voor het “extreem onderdrukkende beleid” van de Servische overheid in hun provincie. Dat beleid komt neer op de “kolonisering” van Kosovo door de Serviërs.

Dat is een van de conclusies van een onderzoek van de Internationale Helsinki Federatie (IHF) naar de omstandigheden waaronder de Albanezen van Kosovo - negentig procent van de bevolking - moeten leven sinds de provincie haar autonomie werd afgenomen en de Serviërs op elk gebied de dienst zijn gaan uitmaken.

Sinds de door de Serviërs met geweld afgedwongen opheffing van de provinciale autonomie is Kosovo volgens de IHF onderworpen aan “zo goed als koloniale controle” die is uitgelopen op de “volledige marginalisering” van de Albanese meerderheid in Kosovo. De Albanezen maakten negentig procent uit van de twee miljoen inwoners van Kosovo. Volgens de IHF heeft nog slechts twintig procent van de Albanezen werk, voor het overgrote deel in de particuliere sector. Het openbare leven is volledig geserviseerd. Volgens de IHF moet worden gevreesd dat de Servische autoriteiten in Kosovo een “permanente verandering van de demografische structuur van de regio” nastreven door de Albanezen te verdrijven en Serviërs en Montenegrijnen er met ruime subsidies en andere tegemoetkomingen toe te brengen zich in Kosovo te vestigen.

De onderdrukking heeft van het recht op meningsuiting, vereniging en vergadering, onderwijs, werk, medische zorg en rechtsgelijkheid voor de Albanezen weinig overgelaten, zo concludeert de IHF. Sinds 1989 hebben de Serviërs het economisch leven in Kosovo grondig van Albanezen gezuiverd. Een aantal bedrijven is gesloten; de andere bedrijven zijn onder Servische controle geplaatst: de Albanese managers werden ontslagen en vervangen door Serviërs en Montenegrijnen. Kleinere particuliere bedrijven zijn onderworpen aan pesterijen en onderdrukkende maatregelen. Een aantal bedrijven is gesloopt en overgebracht naar Servië. Inmiddels is 95 procent van de openbare sector en het hele plaatselijke bestuur geserviseerd. Veel Albanezen zijn niet alleen hun baan maar ook hun woning kwijtgeraakt.

Vanaf 1990 is de gezondheidszorg gezuiverd van Albanezen. Zeker 1800 Albanese artsen en andere stafleden van ziekenhuizen zijn ontslagen, het gebruik van de Albanese taal is verboden en het budget in de gezondheidszorg is verlaagd. Dit heeft volgens de IHF geleid tot een uitsluiting van de Albanezen van de gezondheidszorg, voor zover het de staatsziekenhuizen betreft.

Ook het onderwijs is geserviseerd. Vanaf 1990 moeten de scholen zich houden aan Servische leerprogramma's, hetgeen betekende dat de Albanese taal, geschiedenis en cultuur uit het onderwijs verdwenen. Tussen 22.000 en 26.000 Albanese leerkrachten, onder wie negenhonderd hoogleraren en lectoren, zijn ontslagen; talrijke scholen zijn gesloten.

De Albanezen zijn ook hun media afgenomen. Vrijwel alle Albaneestalige kranten en tijdschriften - er waren er 86 in 1990 - zijn gesloten. De uitgeverij Rilindja is begin dit jaar onder Servisch bestuur geplaatst; Rilindja moet volgens de nieuwe statuten “de belangen van de Republiek Servië” dienen. Er verschijnt nog maar één Albaneestalig dagblad, Bujku, volgens de Kosovo-Albanezen onder omstandigheden die alleen maar als “verstikkend” kunnen worden omschreven. Na de bestorming van het radio- en televisiegebouw in de hoofdstad Pristina zijn 1300 journalisten en andere medewerkers van radio televisie ontslagen. In het Albanees worden nu nog slechts zwaar gecensureerde korte nieuwsbulletins uitgezonden.

Ook in de rechtspraak en bij de politie werken inmiddels geen Albanezen meer. Driehonderd Albanese rechters zijn ontslagen en vervangen door Serviërs en Montenegrijnen. Volgens de IHF kan de rechtspraak in Kosovo onmogelijk nog onafhankelijk worden genoemd. De politie is na het ontslag van duizenden Albanese politieagenten volledig geserviseerd. De Albanezen worden onderworpen aan dagelijkse schendingen van hun rechten door de politie, waarbij de Serviërs volgens de IHF journalisten, voormalige politieagenten en activisten als “speciale doelgroepen” behandelen. Ze worden getreiterd, aangehouden en mishandeld; volgens de IHF is de afgelopen jaren een “niet gering” aantal Albanezen door de politie vermoord.

De minderheid van Serviërs en Montenegrijnen intussen bewapent zich op grote schaal, aldus de IHF. “Er zijn berichten dat wapens worden uitgedeeld bij plaatselijke politiestations of militaire kazernes en dat ze zelfs worden thuisbezorgd. Extreme nationalistische groeperingen als de Witte Adelaars van Vojislav Seselj kunnen zich vrij in Kosovo bewegen”, aldus de IHF in haar rapport.

Al eerder dit jaar is gewezen op de massale emigratie van Albanezen uit Kosovo. In de eerste helft van dit jaar maakten de Roemeense autoriteiten melding van de doorreis van zeker 80.000 Kosovo-Albanezen via de grenspost Calafat. Het ging vrijwel uitsluitend om jonge mannen - tussen achttien en twintig -, die zich uitgaven voor toerist en op weg waren naar Italië of Duitsland. Pandeli Cina, de voorzitter van de Unie van Albanese Intellectuelen in Tirana, zei dezelfde maand dat al 300.000 Albanezen naar West-Europa waren geëmigreerd; latere schattingen spreken zelfs van een half miljoen emigranten.

Inmiddels is van interactie tussen de Albanese meerderheid enerzijds en de Servische en Montenegrijnse minderheid en de autoriteiten anderzijds vrijwel geen sprake meer. Dat geldt zelfs voor het economisch leven. De meeste Albanezen overleven nog slechts dankzij het solidariteitsfonds, dat is opgezet door de LDK (Lidhja Demokratike e Kosovës, Democratische Liga van Kosovo), de politieke organisatie van de Albanezen, die geld voor dat fonds binnenkrijgt door een speciale belasting te innen van Albanezen die nog in Kosovo werken en voor de rest is aangewezen op in het buitenland wonende en werkende Albanezen uit Kosovo. In Kosovo is sprake van een parallelle structuur, zowel economisch als op andere gebieden: onderwijs wordt door de ontslagen Albanese leerkrachten in particuliere woningen gegeven en zelfs de gezondheidszorg voor de Albanezen is in een illegale parallelle structuur ondergebracht: Kosovo bestaat na drie jaar Servische onderdrukking uit twee afzonderlijke samenlevingen.