Keramisch kunstgrind uit vuile baggerspecie nog te duur

Ecotechniek, de milieupoot van Volker Stevin, heeft een methode ontwikkeld om vervuilde baggerspecie te verwerken tot keramisch kunstgrind, vooral voor toepassingen in de wegenbouw. Dat meldt het tijdschrift Research + Results (november 1993).

De voorbewerkte baggerspecie gaat in een sinteroven. Bij een temperatuur van 1100 graden Celsius worden organische verontreinigingen (zoals PAKs en dioxinen) verbrand, terwijl anorganische reststoffen (zoals zware metalen) in de keramische korrels worden opgesloten. Deze korrels zijn enkele centimeters groot en voldoen aan de eisen van het Bouwstoffenbesluit: ze kunnen 'natuurgrind' in beton en asfaltbeton vervangen. Er is dan minder grindwinning in natuurgebieden nodig en bovendien hoeft er minder vervuilde baggerspecie in depots zoals de Slufter te worden opgeslagen. Naast het grind komen water en zand vrij.

Op het idee, vooral een slimme combinatie van bestaande technologieen, is al in 1984 octrooi aangevraagd. Omdat de kosten van het procede destijds tienmaal zo hoog waren als de toenmalige stortkosten voor baggerspecie is het plan niet doorgegaan. Inmiddels zijn de stortkosten gestegen en raken bestaande baggerdeponies vol, bovendien moeten er meer vervuilde onderwaterbodems worden gesaneerd dan verwacht. Om al deze baggerspecie nuttig te verwerken zou Volker Stevin medio 1994 willen beginnen met de bouw van een kunstgrindfabriek aan de Dordtse Kil. Voorwaarde is dat de overheid garandeert dat voldoende vervuilde baggerspecie ter verwerking wordt aangeboden. Het ministerie van verkeer & waterstaat heeft echter laten weten daar weinig voor te voelen. Verwerking tot kunstgrind kost zo'n 100 gulden per kubieke meter natte specie (ofwel fl.250,- per ton droge stof). Opslag van vervuilde baggerspecie in een nieuw depot komt op 30 tot 60 gulden per kubieke meter. Wel wordt verwacht dat deze opslagkosten verder zullen stijgen naarmate de eisen worden aangescherpt.

De aangevoerde specie wordt eerst gezeefd om grove verontreinigingen eruit te halen en schoon grof zand apart af te voeren. Daarna wordt de verhouding slib/fijn zand op het gewenste niveau gebracht. Vervolgens wordt dit mengsel met persen ontwaterd tot het juiste drogestofgehalte en met transportbanden naar de strategische opslag gevoerd. Species afkomstig van verschillende lokaties moeten worden gemengd, ook kunnen er toeslagstoffen zoals asresten van verbrande vliegas en zuiveringsslib doorheen worden gemengd. De ontwaterde massa wordt met een matrijs tot cylindervormige korrels verwerkt, die in een banddroger worden gedroogd. De nog in de korrels aanwezige stoffen worden in een oxidatieoven bij 850 graden verbrand, daarna wordt in een sinteroven bij 1100 graden het eindprodukt gevormd.

Het proces is op vele soorten baggerspecie beproefd. Er zijn speciale voorzieningen getroffen om energie terug te winnen, water te zuiveren en rookgassen te reinigen.

Ecotechniek wil nu een fabriek bouwen op het industrieterrein De Krabbepolder tussen Dordrecht en Zwijndrecht. De bouw vergt een investering van 135 miljoen. Jaarlijks wil men dan uit 813.000 ton natte baggerspecie 160.000 ton kunstgrind, 45.000 ton zand en 570.000 ton gezuiverd water produceren.

    • Marion de Boo