Kennedy-mythe overleefde teleurstelling en mislukking

Dertig jaar en drie dagen geleden werd John F. Kennedy vermoord. De Nederlandse media hebben er uitvoerig bij stilgestaan. De tragische held Kennedy spreekt ook hier nog steeds tot de verbeelding. Niet zozeer de moordaanslag zelf als wel de legendevorming eromheen is daarvan de oorzaak. Tot in lengte van jaren zal er nog worden gespeculeerd over de motieven niet alleen van de dader of daders maar ook van de machtigen die het onderzoek naar de ware toedracht van de misdaad zouden hebben verhinderd.

De Kennedy-mythe maakt de beoordeling van de historische betekenis van deze Amerikaanse president er niet eenvoudiger op. Die beoordeling is zo al geen gemakkelijke taak gezien de korte tijd die Kennedy heeft geregeerd. Vaststaat dat Kennedy's initiatieven het politieke lot bepaalden van zijn opvolger, Lyndon B. Johnson. De mislukte, als contra-revolutie begonnen oorlog tegen de Vietnamese communisten is wel het scherpst als afschrikwekkend voorbeeld van politieke en morele ontsporing in de herinnering gebleven.

Ten minste zo bepalend voor de jongste Amerikaanse geschiedenis was Kennedy's voornemen om de sociaal achtergestelden in de hoofdstroom van de Amerikaanse samenleving op te nemen. Kennedy kreeg het Congres niet mee en het plan scheen opgegeven, maar na Kennedy's dood slaagde Johnson er alsnog in een omvangrijk en kostbaar sociaal programma onder de ambitieuze naam Great Society door de volksvertegenwoordiging te loodsen. Het aanvankelijke enthousiasme ebde echter snel weg. De combinatie van kanonnen in Vietnam en boter thuis bleek een te zware belasting.

De zogenoemde 'armoedeval' in de sociale steun is later een berucht begrip geworden. De crisis in Amerika's grote steden heeft zich verdiept. De uitvoering van de sociale wetten is almaar duurder geworden. De Democraat-nieuwe-stijl Clinton tracht nu de ongebreidelde groei van de sociale uitgaven onder controle te krijgen. Clintons voorstellen voor een nieuw stelsel van volksgezondheid zijn gericht op sanering van de oude, onbetaalbaar geworden programma's.

Dertig jaar later valt de breuk op in de geschiedenis. Kennedy's grootste internationale probleem, de Sovjet-Unie, bestaat niet meer. De strijd der giganten die in het begin van de jaren zestig in Berlijn, aan de Mekong en in het Caraïbisch gebied een hoogtepunt bereikte, is beslecht en hoewel Amerika er de littekens van draagt, is het erin geslaagd te overleven. Cuba, dat in Kennedy's tijd een brandhaard werd, is nu een communistisch fossiel waarop geen acht meer wordt geslagen. De revolutionaire bedreiging van Latijns Amerika met Mexico als hoofdprijs is vergeten. Vorige week werd datzelfde Mexico Amerika's juniorpartner in het NAFTA-vrijhandelsakkoord.

Het debâcle in Indochina had vermoedelijk kunnen worden vermeden. De worsteling met de Sovjet-Unie was onvermijdelijk, de plaats en de aard van die worsteling waren een kwestie van keuze. De communistische werkelijkheid was er een van onderlinge tegenstellingen, maar in Amerika zag men slechts landen die, als dominostenen gerangschikt, op het punt stonden te worden omgekegeld. De ontdekking dat China het communistische eenheidsfront had verlaten, werd pas tien jaar later gedaan.

Kennedy meende, na lezing van Mao's geschriften, dat de gewapende revolutie op de velden en in de jungles van de Derde wereld de werkelijke uitdaging was en dat zij met haar eigen wapens moest worden bestreden. Vietnam leek hem de geëigende plek voor een succesvolle contra-guerrilla. Dat achteraf Johnson de volle verantwoordelijkheid voor de nederlaag daar kreeg toegemeten, heeft veel te maken gehad met de kritiek van Robert Kennedy, de jongere broer, die in 1968 uit protest tegen de slepende oorlog overzee voor het Witte Huis kandideerde maar die tijdens de campagne om het leven werd gebracht.

De gedachte dat het in het conflict met het internationale communisme ging om de hoofden en de harten van de mensen beheerste Kennedy's wereldbeeld. De op Latijns Amerika gerichte Alliance for Progress, het Vredeskorps voor de Derde wereld, de groene baretten voor de politieke oorlogvoering waren zijn wapens. Hoewel hij door Nikita Chroesjtsjov in Berlijn en op Cuba met instrumenten van traditionele machtspolitiek werd geconfronteerd, en zich daar gedwongen zag met dezelfde instrumenten te antwoorden, bleef Kennedy de overtuiging toegedaan dat de beslissing elders zou vallen en dat zijn voor het Westen originele aanpak de doorslag zou geven. Maar Kennedy vergiste zich in de mogelijkheden van zijn contra-revolutie en ten slotte lag daar de oorzaak van de Amerikaanse nederlaag in Indochina.

Behalve de breuk met het verleden is er ook de continuïteit. De beheersing van het nucleaire gevaar had voor Kennedy al prioriteit, zij het dat hij dat gevaar identificeerde met de Sovjet-Unie. De Kennedy-clan had tijdens de campagne van 1960 de regering-Eisenhower verweten op het gebied van de nationale veiligheid een flinke achterstand te hebben opgelopen. Eenmaal aan de macht bleek het tegendeel waar te zijn, maar dat verhinderde de president en zijn minister McNamara niet een grootscheeps rakettenprogramma te lanceren dat in de jaren zeventig en tachtig leidde tot een verspillende wapenwedloop.

Het verbod op het houden van bovengrondse atoomproeven, dat Kennedy in 1963 met Moskou overeenkwam, paste in de politiek van beteugeling van de Sovjet-Unie, maar tegelijkertijd hield het de erkenning in dat verzekering van de nationale veiligheid met nucleaire middelen op haar beurt weer ernstige risico's met zich meebracht. De kernstop was zo bezien ook een vroeg internationaal milieu-akkoord.

Van een wereld waarin Amerika zich moet wapenen tegen commerciële competitie van landen als Japan, China, Korea en Taiwan had Kennedy geen weet. De onderhandelingen over handelsverruiming in het kader van de GATT die onder de naam van Kennedyronde door Johnson tot een goed einde werden gebracht, pasten nog geheel in het naoorlogse beeld van de suprematie van de Amerikaanse economie. Weliswaar was de groei daarvan gaan stagneren, maar Kennedy weet dat geheel aan wat hij veroordeelde als het immobilisme van de door hem verslagen Republikeinen. De stucturele oorzaken die zich toen al aandienden, hadden zijn belangstelling niet. Het ging hem erom het nationale elan te doen herleven dat onder Eisenhower verloren zou zijn gegaan.

De drie Kennedyjaren stonden in het teken van een romantisch optimisme. De Kennedyboodschap appelleerde aan het Amerikaanse geloof in de onstuitbare vooruitgang. Maar de mobilisatie van al die krachten mondde onder Johnson uit in rassenrellen en opstanden aan de universiteiten. De in gang gezette emancipatie van traditioneel achtergestelde bevolkingsgroepen had het averechtse gevolg van vervreemding van de zwarte èn de blanke jeugd.

De tegenwoordige president behoorde tot die lange tijd als verloren beschouwde generatie. De foto waarop Kennedy student Clinton de hand schudt, weerspiegelt de mythe die uiteindelijk de mislukking en de teleurstelling heeft overleefd.

    • J.H. Sampiemon