Kazachstan; Ongevraagde broederhulp

Noersoeltan Nazarbajev is boos op Moskou, en dan vooral op minister van buitenlandse zaken Andrej Kozyrev, die eerder deze week het 'nabije buitenland', zoals de voormalige Sovjet-republieken buiten Rusland in de Russische terminologie heten, ernstig heeft gewaarschuwd. Die andere republieken, aldus Kozyrev, zullen door Moskou worden beoordeeld aan de hand van maar één criterium: de manier waarop ze hun Russische minderheden behandelen. Rusland, aldus Kozyrev, stelt zich ten doel de 25 miljoen Russen buiten de eigen grenzen “met kracht” te beschermen; landen die de rechten van die minderheden schenden kunnen rekenen op krachtige maatregelen van Moskou. “De behandeling van Russische vertegenwoordigers, militairen of onze landgenoten op het grondgebied van welke staat dan ook, zelfs van onze vrienden, is de lakmoesproef waarop de relaties met elke staat worden beoordeeld”, aldus Kozyrev.

En dat is Noersoeltan Nazarbajev, de president van Kazachstan, in het verkeerde keelgat geschoten. Hij heeft Kozyrevs waarschuwing zelfs vergeleken met Hitlers expansionisme, want, zo zei hij, is Hitler niet ooit begonnen met de “bescherming” van de Sudeten-Duitsers? “Als iemand het heeft over de bescherming van Russen over de grens word ik heel bang voor die Russen. Zij hebben niet om bescherming gevraagd. Zij zijn burgers van Kazachstan. De ontroerende bezorgdheid van Moskou om het lot van de Russen in Kazachstan is niet nodig”, aldus Nazarbajev.

De geprikkelde reactie van de Kazachstaanse president is vooral gebaseerd op de zorgvuldigheid die juist hij, binnen het GOS een van de meest uitgesproken voorstanders van intensieve relaties met Moskou, heeft betracht bij de behandeling van de Russische minderheid in zijn land. Hij moet ook wel, want de Russische minderheid in Kazachstan is met 38 procent bijna even omvangrijk als de Kazachstaanse meerderheid, 42 procent van de 16,5 miljoen inwoners. Die Russen in Kazachstan zijn voor de ontwikkeling van de economie onmisbaar: niet alleen zijn ze gemiddeld welvarender dan de Kazachstaanse meerderheid, ze vormen ook op het gebied van de technische en economische know-how de ruggegraat van de economie van Kazachstan: als zij zouden weglopen, zou die economie inzakken en zouden buitenlandse investeerders worden afgeschrikt. Nazarbajev heeft sinds de desintegratie van de Sovjet-Unie alles gedaan om die Russische minderheid te vriend te houden door een opbloei van het Kazachstaanse nationalisme zoveel mogelijk in te dammen.

Voor een deel zijn de opmerkingen van Kozyrev wellicht in verband te brengen met de komende Russische parlementsverkiezingen. Het lot van de 25 miljoen Russen over de grens en hun vermeende politieke, sociale en economische discriminatie vormen een belangrijk thema in de verkiezingsretoriek van alle kandidaten.

Maar Nazarbajevs irritatie is niet alleen het resultaat van Kozyrevs opmerkingen. Hij - en hij niet alleen - is ook gefrustreerd door het recente economische beleid van Rusland ten aanzien van zijn GOS-partners. Dat geldt vooral voor de ineenstorting van de roebelzone. De afgelopen weken heeft Rusland duidelijk gemaakt zijn eigen politieke, economische en monetaire belangen belangrijker te vinden dan de stabiliteit bij de GOS-partners. Die partners zijn door die koerswijziging vrijwel de roebelzone uitgewerkt, hetgeen tot teleurstelling en zelfs verbittering heeft geleid. Kazachstan heeft zich begin deze maand, toen de Russen goud en deviezen voor hun roebels gingen vragen en nieuwe voorwaarden stelde aan een verder verblijf van Kazachstan in de roebelzone, gedwongen gezien uit die zone te stappen en een eigen munt, de tenge, te maken. Dat betekende in feite het eind van het akkoord dat Rusland begin september met Kazachstan, Oezbekistan, Tadjzikistan, Armenië en Wit-Rusland heeft gesloten. Die landen beloofden daarbij zich aan te passen aan de begrotings- en financiële politiek van Rusland en de vrije circulatie van geld, goederen, mensen en investeringen te garanderen, in ruil waarvoor de Russische centrale bank de enige gelduitgevende instantie voor deze landen zou zijn. Na het uittreden van Kazachstan uit de roebelzone hebben ook Armenië en Oezbekistan besloten de roebel de rug toe te keren.

De GOS-partners van Rusland maken zich grote zorgen over wat ze beschouwen als een toenemende belangstelling in Moskou voor een herstel van de Russische invloed in het 'nabij buitenland'. Ze hebben gezien hoe, met veel manipulatie, achtereenvolgens Azerbajdzjan en Georgië werden overgehaald - gedwongen is een beter woord - zich alsnog bij het GOS aan te sluiten door etnische conflicten te misbruiken in een zorgvuldig verdeel-en-heersspel dat uiteindelijk de regeringen in Baku en Tbilisi geen enkele keus liet. In Azerbajdzjan reden Russische militairen hun tanks, liever dan ze aan de Azeri over te doen, de zee in en vernietigden of verwijderden hun militaire materieel. Toen het leger van Azerbajdzjan in het conflict met de Armeniërs onder de voet was gelopen - met behulp overigens van speciale Russische legereenheden - en met de rug tegen de muur stond, bood Moskou Azerbajdzjan hulp binnen het kader van het GOS aan, op voorwaarde natuurlijk dat het land zich weer bij het GOS zou aansluiten. In Georgië stelden de Russen de Abchaziërs in staat de Georgiërs te verslaan, waarna ook Tbilisi de 'broederhand' werd gereikt. In Moldavië werkt Rusland aan een soortgelijk scenario en ook Armenië wordt onder druk gezet.

    • Peter Michielsen