Italië's dilemma: komt er snel genoeg andere middenpartij?

De afgelopen dagen is de Italiaanse politiek in twee kleuren beschreven: het rood van de ex-communisten en het zwart van de neo-fascisten. Deze twee partijen zijn de grote winnaars van de tussentijdse lokale verkiezingen van zondag. Maar dat betekent niet dat dit duivelse twee-kleurenschema terugkomt bij vervroegde parlementsverkiezingen.

De corruptieschandalen hebben de oude politieke schema's naar de prullenbak verwezen. Wat daarvoor in de plaats komt, weet niemand. In de hoop vast een blik in de toekomst te kunnen werpen, hebben sommigen een onevenredig groot gewicht toegekend aan de uitslag van de verkiezingen van zondag. Maar er is niet in het hele land gestemd. Slechts een kwart van het electoraat mocht gaan kiezen. Wie denkt dat de Lega Nord is afgeschreven, vergist zich, net als degene die roept dat de Italiaanse politiek nu definitief is gepolariseerd.

De neo-fascisten hebben een sensationele winst geboekt. Maar dat was vooral in Rome en Napels, twee steden waar zij traditioneel sterk zijn. In het zuiden van het land is de aanhang van de partij groeiende, maar het is nog een open vraag of zij wel overal genoeg geschikte mensen kan vinden om de onvrede van de kiezers te kanaliseren. In het noorden heeft de partij nauwelijks aanhang, uitgezonderd Alto Adige en Triëst, waar historische factoren een belangrijke rol spelen. Italië is niet neo-fascistisch aan het worden. In Rome heeft partijleider Gianfranco Fini een redelijke kans om burgemeester te worden, in Napels staat Alessandra Mussolini er al een stuk minder goed voor. Vooral La Mussolini profiteert van het politieke vacuüm dat is ontstaan door de ineenstorting van het oude regime. Maar deze mislukte filmster en gesjeesde student, die vooral campagne voert met haar achternaam, heeft er moeite mee om geloofwaardig te maken dat zij een goede burgemeester zou zijn.

Het succes van de neo-fascisten is vooral het failliet van de christen-democraten. Maar dat de kiezers massaal deze partij ontvluchten, betekent niet dat het Italiaanse electoraat gepolariseerd raakt. De stemmen voor de neo-fascisten en voor een deel de stemmen voor de linkse coalities komen van kiezers die politiek dakloos zijn geraakt. Silvio Berlusconi heeft gelijk als hij zegt dat er nog steeds ruimte is voor een centrumpartij. Afgelopen zondag hebben de Italiaanse kiezers niet het centrum afgezworen, zij hebben de centrumrol zoals die wordt vertolkt door de christen-democraten verworpen. En omdat er op dit moment niets anders is in het centrum, zijn zij noodgedwongen meer naar links of meer naar rechts terechtgekomen. De kiezers hebben zich niet van een gematigde politieke opstelling afgekeerd, zij hebben hun walging over de systematische, kolossale en schaamteloze corruptie laten blijken.

De christen-democraten bepalen de prijs voor hun halfslachtige vernieuwing. Zij hebben een belangrijke rol gespeeld met hun steun voor het kabinet van premier Carlo Azeglio Ciampi, een van de beste regeringen die Italië de afgelopen jaren heeft gehad. Maar zij hebben zich niet gerealiseerd dat deze penitentie niet voldoende was om vergeven te worden door de kiezers die haar in het verleden hebben gesteund. Die willen een radicalere, snellere verandering binnen de partij. Het is moeilijk te zien hoe de christen-democraten als partij nog terug zouden kunnen krabbelen. De oude 'cliëntelistische' stemmenmachine werkt niet meer, ondanks verwoede pogingen haar weer aan de praat te krijgen. Er is eenvoudig geen geld meer. En de interne vernieuwing is niet geloofwaardig meer.

De protestpartij Lega Nord roept nu dat zij het centrum vertegenwoordigt, dat zij de centrale rol van de christen-democraten heeft overgenomen. Dat is wishful thinking. De partij blijft een dominerende factor in de Italiaanse politiek, en zal de komende tijd belangrijker zijn dan de neo-fascisten. De lokale verkiezingen hebben de positie van de Lega als de grootste partij van het noorden versterkt. Maar met de uitschakeling van de Lega in de strijd om het burgemeesterschap in Triëst en de grote achterstand in Venetië en Genua is partijleider Umberto Bossi er hardhandig op gewezen dat de partij in haar huidige vorm tegen haar maximum aanzit.

Zijn gescheld op de rechter die een onderzoek heeft ingesteld naar een senator van de Lega, en zijn onverzoenlijke instelling van confrontatie in het algemeen schrikken veel centrumkiezers af. Bovendien voorkomt de vaagheid over de autonomievoorstellen dat de partij ook in het zuiden voet aan de grond krijgt, zoals Bossi zo graag wil. Zolang binnen de partij mensen actief zijn als professor Gianfranco Miglio, die openlijk scheldt op mensen uit het zuiden, klinken de woorden van Bossi dat hij samen met het zuiden tegen het corrupte Rome wil strijden, niet geloofwaardig. Waarschijnlijk zal Bossi op het partijcongres volgende maand proberen een koerswijziging door te voeren. Misschien kan hij met een gematigder optreden zijn aanhang in het noorden verder vergroten en zo verder opschuiven naar het centrum. Maar in het zuiden is het wantrouwen tegen de Lega vooralsnog zo groot dat de partij daar slechts een miniem gedeelte van de proteststem zal kunnen oppakken.

Op de financiële markten is grote onrust ontstaan na de lokale verkiezingen van zondag. Een deel daarvan is niet gerechtvaardigd. Een directe politieke crisis is zeer onwaarschijnlijk. Noch de Lega Nord noch de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS) willen de chaos verder vergroten. Maar de vooruitzichten voor na de parlementsverkiezingen, die mogelijk eind maart worden gehouden, zijn weinig bemoedigend. Zonder vernieuwing in het centrum worden de Lega Nord en de PDS de twee grootste partijen, met de neo-fascisten mogelijk in de rol van stoorzender. Het is onduidelijk wat voor kabinet op basis van deze uitslag kan worden gevormd. Een meerderheid voor één van deze twee partijen is onwaarschijnlijk. Het is vooral deze onzekerheid die de druk op de lire vergroot. Daarom zal de koersontwikkeling van de Italiaanse munt vooral afhangen van de vraag of in korte tijd een nieuw en schoon politiek centrum kan worden gevormd. Anders zullen de kiezers noodgedwongen hun toevlucht nemen tot extremere oplossingen.