Hogeschool voelt zich 'miskend'; H. Kemner, voorzitter HBO-Raad

Het hoger beroepsonderwijs wil meer aandacht voor de 'innovatieve' rol die het in de samenleving kan spelen. Maar een 'HBO-Plus' komt er niet.

DEN HAAG, 25 NOV. 'Excellent', 'zwaar', 'niveau' - allemaal woorden die H. Kemner liever niet gebruikt. “Het zijn van die beladen begrippen”, zegt de voorzitter van de HBO-Raad, “en zo moeilijk in te vullen. Krijgt een elektrotechnicus een zwaardere of hogere opleiding dan een violist of andersom? Dat zijn van die zinloze vragen.”

Daarom was de naam 'HBO-Plus' ook “ongelukkig gekozen”, zegt hij. Het idee was aparte 'leerroutes' te maken voor een selecte groep studenten die gekwalificeerd zouden zijn voor vernieuwende, zelfstandige functies bij overheid en bedrijven. Het idee stuitte op kritiek van enkele hogescholen en van de Raad van Centrale Werkgeversorganisaties. Gevreesd werd een degradatie van de normale studie tot 'HBO-min'.

Het idee voor een HBO-Plus ontbreekt dan ook in 'Innovatief werken aan de toekomst', de beleidsnota die de Raad gisteren presenteerde na een tweedaagse conferentie van hogeschoolbestuurders in Boekelo. Maar dat betekent niet dat het HBO afziet van plannen om binnen de studies verschillen aan te brengen in niveau en cursusduur, zegt Kemner. “We willen het aanbod aan opleidingen afstemmen op de talenten van studenten en de vraag van de arbeidsmarkt. Dat is een zeer heterogeen geheel. Ik zie een HBO voor me waarin studenten in grote mate zelf de opbouw van hun studie kunnen bepalen, hoe lang en hoe zwaar - binnen de officiële cursusduur natuurlijk.” Maar een groepsgewijze tweedeling in 'plus' en 'normaal' zit er niet meer in. “Dat was ook maar een idee waar we al brainstormend op kwamen”, relativeert Kemner.

Het HBO heeft veel meer over haar toekomst gebrainstormd, blijkt uit de gisteren gepubliceerde beleidsnota. De hogescholen, die zich toeleggen op 'praktijkgerichte innovatie', willen meer worden ingeschakeld in landelijke netwerken van kennis en onderzoek. Ze moeten zich kunnen ontplooien als moderne kenniscentra. Overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties maken nog te weinig gebruik van het 'onbekende' HBO - een “gat in de kennisketen”, aldus de nota. De overheid legt een eenzijdig accent op fundamenteel onderzoek dat aan de universiteiten wordt gedaan.

Kemner geeft een voorbeeld hoe het óók kan, wanneer een 'betere maatschappelijke vervlechting' van het HBO zou ontstaan. “Neem nu de discussie over criminaliteit. De georganiseerde misdaad die 'bovengronds' gaat, onder meer in het openbaar bestuur. Wij leiden de mensen op die daarmee te maken krijgen! Toekomstige bestuurders moeten kennis hebben van dit verschijnsel en weten hoe ze ermee kunnen omgaan. Waarom komt Binnenlandse Zaken daar niet eens met ons over praten?”

Zo zijn er meer voorbeelden: het milieu, de gezondheidszorg, het verkeer. Alles, kortom, waar ook de universiteiten naar verwezen, die zich een dag eerder in Den Haag met een soortgelijk pamflet, onder de titel 'Kennis', aan de politiek presenteerden. Kemner: “De timing was toeval. We wilden wel allebei onze boodschap vóór de verkiezingen naar buiten brengen.”

Kemner vindt dat de overheid het HBO moet stimuleren en obstakels wegnemen, bijvoorbeeld in het personeelsbeleid. “Omdat wij nog steeds een andere rechtspositie kennen dan de universiteiten, is het bijvoorbeeld moeilijk docenten uit te wisselen en samenwerking te beginnen”, aldus Kemner. En natuurlijk moet de overheid zorgen voor een 'toereikend budget'. Verder moet ze bepaalde dingen achterwege laten, zoals het beperken van de doorstroming van middelbaar beroepsonderwijs naar HBO en het niet meer subsidiëren van hogescholen voor studenten die ouder zijn dan 27 jaar.

Ondanks de verwante klachten en ondanks hun gelijkluidende oproep aan de overheid - “hier zijn wij, gebruik ons” - is Kemner niet bang dat hogescholen en universiteiten elkaar als twee vrijers voor hetzelfde meisje zullen verdringen. “Ik wil helemaal niet polemiseren met de universiteiten, we sluiten per slot van rekening juist op elkaar aan in de kennisketen. De overheid legt weliswaar wat ons betreft eenzijdig het accent op fundamenteel onderzoek, maar u zult mij niet horen zeggen dat ik het bedrag wat ze daarvoor uittrekt - twee miljard voor de universiteiten - op zich te hoog vindt.”

De HBO-Raad wil een task force instellen van prominenten uit onderwijs en samenleving die zich in opdracht van de HBO-Raad over de vernieuwing van het HBO buigen en de gedane suggesties handen en voeten geven.

    • Sjoerd de Jong