Haitink laat uitersten prachtig contrasteren

Concert: Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink, met leden van Ned. Kamerkoor. Programma: Stravinsky, Symphonies d'instruments à vents; Debussy, Trois Nocturnes; Sjostakovitsj, Vijfde symfonie. Gehoord: 24/11, Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 25 en 28/11 Amsterdam, 26/11, Den Haag.

Bernard Haitink voor het Concertgebouworkest - het heeft sinds de dirigent met enige wrevel is vertrokken nog steeds de merkwaardige mengeling van oude jongens onder elkaar en een onhandig soort onwennigheid. In het programma van gisteravond, met werken van Stravinsky, Debussy en Sjostakovitsj, overheerste bij Stravinsky nog het tweede gevoel, werd bij Debussy het ijs gebroken, om bij Sjostakovitsj uiteindelijk in grootse eensgezindheid te besluiten.

Dat had natuurlijk niet alleen met de persoonlijke relatie tussen dirigent en orkest te maken, maar ook met Haitinks accenten in de interpretatie. Het is alsof een concert met deze drie componisten van de dirigent een eenduidige uitspraak verlangt, een keuze tussen ritmische precisie en klankkleur, tussen heldere articulatie en gesuggereerde emoties.

Op het eerste gezicht is het merkwaardig dat Stravinsky juist zijn Symphonies d'instruments à vents heeft opgedragen aan Debussy. In alles lijkt dit werk het tegendeel van het zweverige impressionisme dat we in de loop der jaren aan Debussy hebben toegedicht. Daardoor klinkt het bijna als een waarschuwing aan Debussy-exegeten.

Haitink heeft zich die waarschuwing aangetrokken en was in de Trois Nocturnes van Debussy nauwkeuriger dan veel andere dirigenten. Dat vleugje Stravinsky kwam Debussy zeer ten goede, vooral in het tweede deel, 'Fêtes', waar Haitink prachtig naar de climax toewerkte. De kleur kreeg intussen nog voldoende aandacht en de eerste strijkersinzet in 'Nuages' was van een onwaarschijnlijke schoonheid.

Bij Stravinsky was het omgekeerde het geval. Het was alsof Haitink wilde bewijzen dat achter die schijnbare objectiviteit extreme 'Debussyaanse' kleurgevoeligheid schuilging. Op enkele momenten wist hij daarin te overtuigen, maar vaak ging het ten koste van de ritmiek. Waar bij Stravinsky de precisie ontbreekt, slaat de aarzeling toe.

In de Vijfde symfonie van Sjostakovitsj na de pauze legde Haitink de nadruk op de extremen, zowel in de verstilling als in de dynamische hoogtepunten. Het slepende motief in het eerste deel miste aanvankelijk de onverbiddelijke intensiteit, maar werd allengs geprononceerder. Het tweede deel had een scherpte die prachtig contrasteerde met het daarop volgende Largo. De nadruk op de uitersten ging af en toe ten koste van de grote lijn, maar de uitspatting waarmee Haitink het werk beëindigde deed die kritiek teniet.

In Haitinks benadering kregen de orkestleden met een solistische partij, onder wie violist Jaap van Zweden, fluitist Jaques Zoon en hoornist Jacob Slagter, alle ruimte. Haitink liet ze delen in de uitbundige toejuichingen van het publiek, want het blijven oude jongens onder elkaar.

    • Paul Luttikhuis