Grootste steencirkel van Nederland ontdekt; Zonnekalender in Nijmegen?

Het Nijmeegse Kops Plateau is vooral vermaard als vindplaats van resten uit de Romeinse Tijd. Maar zo'n beetje sinds de ontmaskering van Holwerda's 'Huis van Ilius Civilis' als prehistorisch kringgreppelgraf weten archeologen dat zich deels onder, deels tussen deze overblijfselen belangrijke relicten uit Brons- en IJzertijd bevinden.

Bij de grootschalige opgravingen die de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) op het plateau verricht, zijn dan ook inmiddels talrijke sporen van vóór-Romeinse bewoning en begravingen ontdekt. Al ging hierbij steeds om wetenschappelijk waardevolle vondsten, echt grote verrassingen zaten er niet bij. Totdat medewerkers van de dienst in de afgelopen weken aan de zuidoostkant van het Kops Plateau stenen structuren blootlegden. Ze dateren uit de Late Steentijd of het begin van de Bronstijd en zijn daarmee ongeveer 4.000 jaar oud.

De stenen monumenten kwamen te voorschijn uit vier aaneengesloten opgravingsputten. De belangrijkste feature is ongetwijfeld een cirkel van keistenen. De cirkel heeft een doorsnee van 28 meter. De rand van deze cirkel is op regelmatige onderlinge afstanden gemarkeerd door grotere stenen; in het midden zou zich een graf kunnen bevinden. Stonehenge

Bij structuren van deze omvang, aard en ouderdom wordt - onder verwijzinging naar het gelijk oude Stonehenge - graag gespeculeerd over mogelijke astronomische functies. Zo ook hier. Drs.H.van Enckevort, belast met de dagelijkse leiding van de opgravingen op het Kops Plateau: 'Iets noordoostelijk van de cirkel bevindt zich een driehoekige figuur waartegen twee grotere stenen rechtop zijn gezet. Een lijn getrokken vanuit het middelpunt van de grote cirkel tussen deze stenen door geeft de richting aan waar de zon op 21 juni, midzomer, 's morgens aan de horizon verschijnt. En zuidoostelijk ligt een kleine cirkel: het grondspoor van een greppel met een lege kuil in het centrum. Een lijn tussen het middelpunt van de grote cirkel en deze kleine, wijst naar de opkomst van de zon op 21 december. Een kalender-achtige structuur dus. Denk aan de paalkransen van Ittersumerbroek bij Zwolle waar vorige maand zo'n hoop over te doen was. Alleen zijn we nog niet zover dat we het allemaal hard kunnen maken.' Bedenkingen

Tegen claims op het bestaan van prehistorische zonne-kalenders is het een en ander in te brengen. Zo staat de kalender-functie van Stonehenge nog geenszins vast. Weliswaar vallen de eerste zonnestralen 21 juni op een nauwkeurig omschreven plek het monument binnen maar dat is ook het enig aantoonbare. Dat maakt Stonehenge nog niet tot kalender (of tot astronomisch observatorium). Veel prehistorische bouwwerken, van steen, hout of aarde, kregen een globale oriëntatie mee die was verbonden met opkomst en ondergang van de zon.

Bijna traditioneel volgt hierop de tegenwerping dat bepaalde lijnen die vanuit allerlei henge-monumenten kunnen worden getrokken, verwijzen naar voor landbouwgemeenschappen belangrijke data. Dat mag dan inderdaad zo zijn maar is geen bewijs voor een prehistorische intentie. Bovendien kan men iets dergelijks waarnemen in élke cirkel die in het open veld wordt uitgezet. Elk punt daarvan kan op een gegeven moment in het jaar wel verbonden worden met een gebeurtenis boven de horizon.

Daarnaast is het goed te verdedigen dat de Bronstijd boeren helemaal geen behoefte aan een kalender hadden. Ze leefden midden in de natuur, kenden de loop van de seizoenen van haver tot gort, en wisten heus wel wat ze in welk jaargetijde moesten doen. En wisten ze stellig ook dat je je als boer voor inzaaien beter kunt richten naar de aktuele weersomstandigheden dan naar een precieze datum.

Tegenover dit alles - en buiten kijf - staat dat zomer- en winterzonnewende altijd en overal als twee zeer belangrijke jaarlijkse gebeurtenissen werden beschouwd. Daarom menen voorstanders van de 'zonnekalender-theorie' dat mensen altijd en overal energie en vernuft hebben gestoken in pogingen die data met enige precisie vast te kunnen stellen. Verkeerde plaats

Niet bekend

Bezwaren als toeval of hineininterpretieren kleven niet aan grote steencirkel op het Kops Plateau. Die ligt er onverbiddelijk, punt uit. Maar hier dwarsboomt een ander probleem de claim. De cirkel ligt een eind van de noordelijke steile rand, op de naar het Zuiden aflopende helling van het plateau. Staand nu in het middelpunt valt de exacte plaats van de zonsopkomst op zowel 21 juni als 21 december buiten het blikveld. Een praktisch bezwaar, dunkt mij.

In de zomer komt de zon op boven de Ooipolder en die horizon is vanaf de bewuste plek niet te zien; in de winter beneemt de heuvel waarop de bekende St.Maartenskliniek staat het uitzicht op het moment van zonsopkomst.

Van Enckevort, geconfronteerd met deze wat banale aanmerkingen: 'Tja, tja ... Maar goed, ook als we die zonnekalender moeten vergeten, blijft het een unieke archeologische vondst. Er zijn eerder bij Eext (Drente) en Gronsveld in Limburg steencirkels ontdekt, maar een van deze omvang heeft in Nederland zijn gelijke niet. En dan heb ik het nog niet eens over de groep structuren als geheel'.

Dáár valt hoe dan ook niets op af te dingen.