Greenpeace pleit voor een fossielvrij energiescenario

Het IPCC rekent alleen maar uit wat er gebeurt als de broeikasgassen toenemen. Overgaan tot actie is iets voor de politiek.

Voor Greenpeace is er geen toekomst voor fossiele energie.

Als de aarde zich ongewijzigd ontwikkelt, zal tegen het jaar 2100 de emissie aan kooldioxide COverviervoudigd zijn. De aarde zal 3 tot 4 graden warmer zijn en de zeespiegel met 66 centimeter gestegen. Greenpeace International ziet maar één oplossing: radicaal stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen.

'Elektriciteitscentrales zijn broeikascentrales, met als bijprodukt elektriciteit.' Met duidelijk gevoel voor public relations slingerde Andrew Kerr, specialist op het gebied van klimatologie van Greenpeace International, zijn boodschap de zalen in.

Dat duurzame energiebronnen in de toekomst een belangrijke rol spelen is al jaren geen punt van discussie. Maar niemand gaat zover als Kerr, die stelt dat er tevens radicaal een eind moest komen aan het gebruik van fossiele brandstoffen. Een opvallende visie, temeer daar de toepassing van kernsplijting en kernfusie evenmin genade kan vinden in de ogen van Greenpeace. Is een toekomst zonder kolen, olie of gas mogelijk?

Volgens het 'Fossil Free Energy Scenario' (FFES), dat in opdracht van Greenpeace door een Amerikaanse afdeling van het Stockholm Environment Institute is opgesteld, moet de oplossing vooral komen van een efficiënter gebruik van energie. De komende twintig jaar moet de produktie van een economische eenheid met 40 procent minder energie plaatsvinden, tegen 2030 met 60 procent en in het jaar 2100 met zelfs 87 procent minder energie. Daarnaast moet er bezuinigd worden op het gebruik van energie, en zullen duurzame energiebronnen voor het leeuwedeel van de energievoorziening gaan zorgen. Niet elk deel van de wereld hoeft daarbij eenzelfde tempo te hanteren om dit scenario ten uitvoer te brengen. Door een indeling van de wereld in elf sectoren is rekening gehouden met geologische verschillen en met verschil in ontwikkeling.

Technisch gezien lijken er geen onoverkomelijke barrières te bestaan om aan het scenario te voldoen. De laatste honderd jaar neemt de energie-efficiency in de Verenigde Staten toe met 1 procent. 'Maar een groot aantal landen bereikten minimaal 2,5 procent per jaar in de periode 1973 tot 1986 als gevolg van speciale aandacht van de regering en doordat de energieprijzen stegen,'' aldus het Zweedse rapport. Zonnecellen, windturbines, waterkrachtcentrales en biogasinstallaties zijn in principe al zover ontwikkeld dat een schaalvergroting verantwoord lijkt.

Een sterk punt van het 'Fossil Free Energy Scenario' van Greenpeace is dat het vertrekt vanuit 'officiële' veronderstellingen over de ontwikkeling van de bevolking en de economie. De cijfers komen van de Verenigde Naties, die voorspellen dat tegen het jaar 2100 de bevolking een omvang heeft van 11 miljard mensen. Daarnaast hanteert het rapport de cijfers van de Wereldbank dat het Bruto Nationaal produkt tegen die tijd veertien keer zo groot zal zijn als het huidige.

Als er wat betreft de produktie en verbruik van energie het 'Business as Usual' scenario wordt gevolgd, zo voorspelt het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), zal tegen het jaar 2100 de emissie aan kooldioxide COverviervoudigd zijn, de aarde 3 tot 4 graden warmer zijn en de zeespiegel met 66 centimeter zijn gestegen.

Kerr: 'Het enige verschil is tussen het FFES en andere studies is dat we van een meer gelijke verdeling van inkomens uitgaan. In plaats van een 14 op 1 verhouding tussen rijke en arme landen in het jaar 2100, zoals officieel wordt aangenomen, gaan wij uit van een verhouding van 2 op 1. Een ander verschil is dat we enigszins conservatief te werk zijn gegaan wat betreft een verbetering in efficiency. Het IPCC gaat er van uit dat de energie efficiency met 3 procent zal toenemen, wij hanteren veiligheidshalve 2 procent.'

Of het scenario ooit werkelijkheid zal worden is natuurlijk een kwestie van koffiedik kijken. Kerr: 'Scenario's zijn niet objectief of wetenschappelijk, ze zijn per definitie normatief. Maar de verdienste van scenario's is dat ze een handvat bieden om de discussie over de energievoorziening te voeren.'

Meevallen

Zolang uitsluitend technische maatregelen ervoor zorgen dat het roer om gaat zal de weerstand tegen de voorgestelde veranderingen wel meevallen. De moeilijkste hindernis wordt gevormd door de noodzakelijk verandering van levensstijl. Het gaat hierbij niet eens zozeer om individuele versobering, maar meer om algemene maatregelen, zoals het autovrij maken van de steden. De grootste weerstand zal hierbij ongetwijfeld bestaan tegen het feit dat de landen die olie, kolen of gas exporteren ongetwijfeld hun inkomen zullen zien dalen, ten gunste van het inkomen van landen die momenteel olie of kolen importeren. Woestijnlanden als Saoedi-Arabië zouden moeten investeren in zonnepanelen.

Kerr: 'Die landen zouden zo snel mogelijk moeten overschakelen op duurzame energiebronnen. Door met de opgewekte elektriciteit waterstof te maken, wat als energiedrager naar andere landen getransporteerd kan worden, kunnen ze ook in de toekomst energie blijven leveren.'

In een jaar twee publikaties die voorspellen dat duurzame energiebronnen een essentiële rol gaan spelen in de energievoorziening van de volgende eeuw, dat kan geen toeval zijn. Naast het rapport van Greenpeace verscheen onlangs 'Renewable Energy, sources for fuels and electricity'.

Ook in in dit rapport leunen de schrijvers zwaar op het scenario van het Intergovernmental Panel on Climate Change. Het boek voorspelt dat duurzame energie in het jaar 2050 voor 60 procent in de vraag naar elektriciteit voorziet en voor 40 procent in de vraag naar brandstoffen. De rol van kolen neemt af en olie verdwijnt grotendeels als brandstof voor elektriciteitsproduktie. Daar staat tegenover dat aardgas een belangrijke rol gaat spelen. Het gebruik van kernenergie zal in 2025 31 procent meer zijn dan in 1985.

Dit boek ontleent vooral zijn waarde aan het feit dat zeer gedetailleerd onderzocht is wat de verschillende alternatieve energiebronnen te bieden hebben. Een voorbeeld. Het hoogteverschil tussen eb en vloed kan benut worden om generatoren aan te drijven, iets dat nu op vijf plaatsen in de wereld gebeurt. Het thermische verschil tussen het oceaanwater aan de oppervlak en op bijvoorbeeld duizend meter diepte kan eveneens een generator aandrijven.

En dan is er nog het verschil in osmotische druk tussen zout en zoet water, dat in theorie water omhoog kan brengen, waarmee een generator aan te drijven is. Van al deze mogelijkheden presenteert het boek de 'state of the art'. Soortgelijke analyses krijgen windenergie, waterkracht, zonnecellen, biomassa en aardwarmte.

Renewable Energy, Sources for Fuels and Electricity. Edited by Thomas B. Johansson e.a. Uitg. Earthscan Publications Ltd., London / Island Press, Washington, 1993. 1160 pagina's. Prijs: ¢8 30.00 ISBN 1 85383 155 7.