'Er is iets loos ja, tot mijn teleurstelling'; Ex-directeur Instituut Blankestijn

Twee leraren van het in augustus opgeheven onderwijsinstituut Blankestijn zijn vorige week aangehouden en verhoord door de bedrijfsvereniging BVG. De Utrechtse school wordt onder meer verdacht van fraude met WW-uitkeringen van leraren. Oud-directeur en oprichter A. Blankestijn wacht in Zuid-Frankrijk zijn verhoor af.

ROTTERDAM, 25 NOV. “Nee, ik ben niet op de vlucht”, meldt A. Blankestijn telefonisch vanuit zijn woning nabij het Zuidfranse Aix-en-Provence. “Ik schijn gezocht te worden door de BVG, maar die heeft nog geen contact met me opgenomen. Zodra de BVG dat doet, ga ik onmiddellijk terug naar Nederland.” Blankestijn heeft de bedrijfsvereniging een fax gestuurd om te melden dat hij beschikbaar is voor verhoor.

Half juni deden de BVG, de FIOD en de politie een inval in het particuliere opleidingsinstituut in Utrecht. Tijdens de huiszoeking werd een deel van de administratie in beslag genomen. De BVG begon een onderzoek naar de verdenking dat leraren meer uren werkten dan het instituut opgaf en daarom ten onrechte een aanvullende WW-uitkering kregen. Ook zouden leraren van directeur Blankestijn een aanvulling op hun salaris in de vorm van een lening hebben gekregen, waarover geen premie werd betaald.

Blankestijn ontkent de beschuldigingen niet. “Er is iets loos ja, tot mijn teleurstelling. In 1992 hebben zeven medewerkers tijdelijk een gedeeltelijke WW-uitkering ontvangen. Ik ben verbaasd dat nu blijkt dat dit niet zorgvuldig zou zijn gegaan. De boekhouder was de correctheid zelve. Zelf ben ik geen administrateur maar een onderwijsman.” De aanvullende lening gaf Blankestijn “om leraren te helpen die er opeens in salaris op achteruit gingen”. “Het ging niet om hoge bedragen, in totaal ongeveer een ton. De bedoeling was dat zij de lening zouden terugbetalen als het beter ging met het instituut. Zo niet, dan zou het alsnog als salaris worden aangemerkt en dan zouden de premies worden afgedragen.”

De problemen op het Instituut Blankestijn, een middelbare school waar leerlingen in een strak programma in één jaar het onderwijs van de laatste twee schooljaren konden doen, begonnen in juni 1992. Twee economie-leraren hadden hun examenkandidaten ten onrechte hoge cijfers aangekondigd. De werkelijke cijfers, die bepaald werden door leraren van een andere school, lagen 2,5 tot 3 punten lager. De commotie die hierover ontstond leidde tot een halvering van het aantal leerlingen. Als gevolg van de plotselinge terugloop kregen zeven van de 21 medewerkers tijdelijk een gedeeltelijke WW-uitkering.

“Mensen werkten wellicht meer dan in hun aanstelling stond, maar dat deden ze uit toewijding”, zegt Blankestijn. “Ik zag wel eens leraren die tot mijn verbazing nog op school zaten en dan vroeg ik: 'Jij bent toch klaar.' Maar dan zeiden ze dat ze liever op de kleurencomputers op school werkten. Of dat ze het niet wilden weten voor de buurt dat ze een deel van hun baan waren verloren. De BVG denkt misschien dat ik ze heb gedwongen, maar ze deden het vrijwillig. Als je geen ervaren fraudeur bent, dan weet je niet dat je daarmee last kan krijgen.”

Maar heeft hij dan geen externe adviseur geraadpleegd toen hij leraren deels in de WW deed belanden? “Ik heb de BVG, mijn fiscaal adviseur en twee advocaten geraadpleegd. Iedereen dacht dat het goed geregeld was. We waren stomverbaasd toen de inval, onder lestijd nota bene, plaatshad.”

Na het tweede schandaal daalde het aantal leerlingen zo drastisch dat de bank geen krediet meer wilde verstrekken. Begin augustus ging het onderwijsinstituut failliet. Directeur Blankestijn (54) vertrok naar Zuid-Frankrijk, waar hij sinds 1983 het merendeel van de tijd woont. Het 'Institut Blanquestin en Provence', dat hij daar was begonnen, is inmiddels weer gesloten. Van de Utrechtse school zijn naam, inventaris en administratie overgedaan aan twee leraren, die Instituut Nieuw Blankestijn hebben opgericht. De school heeft 35 leerlingen en dertien leraren.

Blankestijn vermoedt dat de problemen op zijn school zijn aangewakkerd door onenigheid in zijn lerarenkorps. “Ik heb me buitengewoon impopulair gemaakt op school omdat ik erg strikt was. Voor de grap noemde ik mezelf 'het monster van Blankenstijn'. Ik wilde dat mensen op tijd kwamen en stelde eisen aan uiterlijk: leerlingen geen spijkerbroek of lang haar en leraren niet iedere dag in hetzelfde pak. De impopulariteit werd nog erger toen ik in 1983 als god in Frankrijk ging leven, en gesignaleerd werd in mondaine restaurants en bij beroemde wijnchateaux. Dat wekte afgunst. 'Hij doet maar, terwijl wij voor hem werken', dachten sommige leraren. Die leraren hebben het instituut bij de BVG aangegeven - dat hadden ze ook openlijk in de klas aangekondigd aan leerlingen.”

Een voorlichter van de BVG beaamt dat het onderzoek is begonnen naar aanleiding van tips. “Of dat medewerkers van het instituut waren, dat zeggen we niet. Maar het was wel betrouwbare informatie.” Volgens de BVG-voorlichter zullen er in de zaak, die nog een aantal maanden zal duren, “nog enige arrestaties volgen”. Of Blankestijn daarbij is, mag hij niet zeggen. De ex-directeur zelf is er van overtuigd. “Ik kan ieder moment opgeroepen worden. Ik zal het niet leuk vinden als ze me hier komen ophalen met overvalwagens en het zou onnodig veel geld kosten. Ik kom wel gewoon.”