Eenderde van normale baby's heeft een aangeboren afwijking

Ongeveer een kwart van de aanstaande moeders rookt gedurende de zwangerschap en een even groot deel drinkt alcohol. Ruim 40% van de zwangere vrouwen heeft een gezondheidsprobleem tijdens de zwangerschap. Bij tweederde had dat te maken met de zwangerschap.

De cijfers komen uit een epidemiologisch proefschrift waarop J.D. Reerink en W.P. Hemgreen dinsdag in Leiden promoveerden. Beide onderzoekers werken bij het Nederlands Instituut voor Praeventieve Gezondheidszorg TNO. In hun onderzoek werden 2.151 baby's vanaf hun geboorte twee jaar gevolgd. Er waren 21 consultatiebureau's bij betrokken, voornamelijk in West-Nederland. De kinderen werden geboren uit 2.119 moeders tussen april '88 en oktober '89. Van de kinderen en hun ouders werden veel meer gegevens genoteerd dan normaal op Consultatiebureau's gebruikelijk is. Er werd geïnformeerd naar leeftijd, beroep en opleiding van de ouders, hun aantal kinderen en zwangerschappen dat ze hiervoor hadden meegemaakt. Ook alle medische problemen van ouders en kinderen werden genoteerd.

Dit Sociaal Medisch Onderzoek Consultatiebureau Kinderen (SMOCK) werd opgezet om inzicht te krijgen in de gezondheidsproblemen van ouders en kinderen in een representatief geboortecohort. De groep werd ook onderzocht om hem te kunnen vergelijken met een onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen die veel te vroeg of veel te licht ter wereld kwamen. Dit ook in Leiden lopende Project on Preterm and Small for Gestational Age Infants (POPS-project) onderzoekt een groep kinderen die in 1983 prematuur werden geboren.

Een vergelijking tussen de ouders van normale kinderen en van veel te vroeg geboren baby's liet zien dat moeders onder de twintig jaar, een lichaamslengte onder de 1,60 meter, een hoge opleiding, hoge bloeddruk al voor de zwangerschap en zwangerschapsdiabetes kenmerken zijn die een iets verhoogde kans op een te vroeg geboren kind (minder dan 32 weken zwangerschap) of een kind met een te laag geboortegweicht (lichter dan 1,5 kg).

Van de op tijd geboren kinderen komt ongeveer 2% volgens criteria van de onderzoekers in aanmerking voor lichttherapie met ultraviolet licht om een teveel aan het bloedafbraakprodukt bilirubine af te breken. Normaal breekt de lever bilirubine af, maar als dat orgaan opstartproblemen heeft, worden de kinderen met UV-licht een handje geholpen. Te vaak, vinden onderzoekers, want maar liefst 10% van de kinderen in plaats van de geïndiceerde 2% kwam onder de lamp terecht.

Vrouwen met een lage opleiding en een lager inkomen (lage sociaal-economische status) slikten tijdens hun zwangerschap viermaal zo veel medicijnen met een mogelijk schadelijke werking als vrouwen met een hoge sociaal-economische status (SES). Vrouwen met een lagere SES bevallen ook vaker in het ziekenhuis en geven vaker kunstmatige voeding. Ongeveer 12% van alle onderzochte kinderen kreeg nog borstvoeding toen ze zes maanden oud waren.

De helft van de moeders in het SMOCK-onderzoek was jonger dan 30 jaar. Bij oudere vrouwen steeg de kans op een keizersnede (gemiddeld 6,7%) en de kans dat het kind in niet-optimale conditie was. Dit betekende geen slechtere uitkomst voor moeder en kind, maar wel dat meer en intensievere medische zorg nodig was.

Voor het eerste levensjaar is de helft van de kinderen al onder behandeling van een medisch specialist geweest. Eentiende van de kinderen is vaker dan eenmaal in het ziekenhuis opgenomen geweest. De meestvoorkomende reden om een arts te raadplegen zijn infecties van de luchtwegen. Tien procent van het doktersbezoek gebeurt na een ongeval en zeven procent heeft te maken met een aangeboren afwijking.

Het aantal aangeboren afwijkingen dat op Consultatiebureau's wordt opgemerkt ligt veel hoger: bijna eenderde van de kinderen heeft een afwijking. Bij 4% zijn de afwijkingen ernstig, tot dat rijtje behoren heupdysplasie, hersenafwijkingen, hartafwijkingen, hazelip of Downsyndroom.

Baby's die bij hun geboorte al lang zijn worden niet vaker geboren uit ouders met hoge sociaal-economische status, maar vooral uit lange ouders. Maar bij lange ouders, die weer vaker een hogere SES hebben, groeien de kinderen wel sneller. Baby's van rokende moeders zijn gemiddeld iets korter, maar vertonen in de onderzochte periode van twee jaar inhaalgroei.