Eenderde mensen met gebroken heup sterft binnen jaar

Een gebroken heup is hét grote schrikbeeld voor oudere mensen. Ze kennen allemaal wel iemand die gevallen is, de heup gebroken heeft en er sindsdien nooit meer bovenop is gekomen. Zijn die verhalen misschien overdreven en genezen de meesten ondanks alles toch wel? Onlangs is er een Brits onderzoek uitgevoerd, waarin de consequenties van zo'n heupfractuur precies zijn onderzocht.

Duizend mensen met een heupfractuur werden een jaar lang gevolgd en helaas blijkt het ongunstige beeld juist (British Medical Journal, 13 november, p. 1248-50). Eenderde van de patiënten met een heupfractuur overlijdt al binnen het jaar. Men moet daarbij wel bedenken dat de patiënten een hoge leeftijd hadden: gemiddeld 80 jaar. Vooral onder oudere patiënten liep de sterfte zeer hoog op: van de 90 jarigen was 51% binnen een jaar overleden.

Die hoge leeftijd is ook de reden dat de meeste patiënten erg moeizaam herstellen. De Britse onderzoekers hebben de gezondheid en de hulpbehoevendheid van deze mensen vóór het ongeluk en na het ongeluk met elkaar vergeleken. Het blijkt dat van degenen die na een jaar nog in leven zijn slechts eenderde echt hersteld is. De rest van de patiënten kwam hun huis nauwelijks meer uit: winkelen was onmogelijk. Het merendeel kon zich niet meer verplaatsen zonder stok of looprek en bleef last hebben van pijn. Verder kwam maar liefst de helft van de patiënten in het jaar na het ongeval in een verpleegtehuis terecht. het is duidelijk dat een heupfractuur veel mensen voorgoed hulpbehoevend maakt.

De Britse onderzoekers wijzen op een opvallende verschuiving: heupfracturen treden op een steeds hogere leeftijd op. In 1950 kwamen de meeste heupfracturen voor rond de 70 jaar en nu rond 80. Hoe dat precies komt is onduidelijk? Komt het doordat de mensen nu gemiddeld ouder worden? Zeker is wel dat de herstelkansen na zo'n breuk natuurlijk sterk negatief beïnvloed worden door de hogere gemiddelde leeftijd.

De kosten van de behandeling van heupfracturen lopen hoog op. Gemiddeld liggen de patiënten een maand in het ziekenhuis en daarna zijn ze nog lang niet hersteld. De preventie van heupfracturen heeft dus een hoge prioriteit. Heupfracturen komen veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. In Nederland zijn er per 100.000 vrouwen boven de 65 jaar 700 heupfracturen per jaar, terwijl dat aantal bij mannen op rond 350 per 100.000 ligt. In het Britse onderzoek was zelfs 81% van de patiënten een vrouw. Dit verschil zou komen doordat vrouwen door het wegvallen van het oestrogeen hormoon na de menopauze botontkalking krijgen. Er is daarom gepleit om bij vrouwen tijdens en na de menopauze oestrogeen hormoon te substitueren. Dat zou dan allerlei botbreuken en ook de fatale gebroken heupen kunnen voorkomen. Onlangs werd echter duidelijk dat oestrogeensubstitutie tegen botontkalking alleen nut heeft als deze behandeling zeer langdurig wordt volgehouden. Het effect verdwijnt weer snel als men ermee stopt (New England Journal of Medicine 1993; 329: 1141-6).