Duitsland wil verbod van PKK

BONN, 25 NOV. De Duitse minister van binnenlandse zaken, Manfred Kanther (CDU), wil de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en verwante organisaties van Turkse Koerden in Duitsland, zoals de vereniging Vrij Koerdistan, verbieden. Hij zou dit vandaag voorleggen aan de ministers van binnenlandse zaken van de zestien Duitse deelstaten, met wie hij vandaag en morgen overlegt in het Saksische plaatsje Oybin.

Dit is gisteren gemeld door de Frankfurter Rundschau en het eerste Duitse televisienet (ARD). Kanther zei twee weken geleden, na een grote reeks aan PKK-leden toegeschreven aanslagen in Duitsland en andere Europese landen, al dat hij overwoog om zo'n verbod te vragen bij het Constitutionele Hof. Omdat de deelstaten op het terrein van politie en justitie grote eigen bevoegdheden hebben, moet hij zo'n aanvraag vooraf met zijn collega's bespreken.

Dat moet Kanther ook omdat er grote juridische obstakels moeten worden genomen voordat de PKK en andere Koerdische organisaties kunnen worden verboden. Zij bestaan immers in Duitsland niet als partij of als rechtspersoon met statuten of schriftelijk geformuleerde doelstellingen en zijn ook anderszins moeilijk 'juridisch herkenbaar' te maken. Behalve door het gewelddadige karakter van haar acties is de PKK in Duitsland gevreesd wegens haar greep op een deel van de heroïnehandel en door afpersingspraktijken onder de Turkse (Koerdische) gemeenschap.

Een verbod op de PKK of op culturele organisaties die aan de PKK zijn gelieerd wordt in Nederland niet overwogen. Dat zegt een woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken. “Ik heb vorige week nog met iemand van de BVD over de Koerden gesproken en toen is niets over een eventueel verbod gezegd.”