Corruptie Brazilië test continent

De Braziliaanse politiek wordt opnieuw geteisterd door corruptieschandalen. De parlementsleden die een jaar geleden president Fernando Collor de Mello wegens corruptie afzetten, zijn nu zelf verdachten. Het volk eist harde maatregelen, maar de politiek blijft, zoals in het grootste deel van Latijns Amerika, zoeken naar democratische oplossingen.

MEXICO-STAD, 25 NOV. “Brazilië wordt niet geregeerd - dát is de crisis.” De Braziliaanse minister van economie, Fernando Henrique Cardoso, heeft met die woorden weinig vrienden gemaakt in het kabinet waarvan hij zelf deel uitmaakt. Maar Cardoso is een getergd man: in plaats van eensgezind de reanimatie van de schijndode economie ter hand te nemen, is de nationale politiek al meer dan een maand verlamd door een nieuwe reeks corruptieschandalen in eigen kring.

Een jaar nadat het Huis van Afgevaardigden president Fernando Collor de Mello afzette wegens corruptie raakt datzelfde Huis steeds verder bezoedeld door de dagelijkse onthullingen over de zwarte miljoenen die verdwenen in de zakken der Afgevaardigden. Had Collor dan toch gelijk toen hij zei dat de beschuldigingen tegen hem slechts machinaties waren van zijn veel corruptere politieke tegenstanders?

Wat een jaar geleden nog een catharsis heette, blijkt nu de voorbode te zijn geweest van erger. En daarbij blijft geen reputatie overeind. Ibsen Pinheiro, als onkreukbare voorzitter van het Huis van Afgevaardigden in 1992 nog de motor achter Collors impeachment, is nu zelf het onderwerp van een parlementair onderzoek. Pinheiro moet nog steeds uitleggen dat die miljoenen dollars op zijn bankrekening niet betaald zijn door een grote bouwonderneming.

Tegen 23 andere parlementariërs, drie gouverneurs en zes (oud-)ministers lopen soortgelijke onderzoeken. En intussen wordt oud-president José Sarney, tevens een belangrijke kandidaat voor de presidentsverkiezingen van oktober volgend jaar, het vuur na aan de schenen gelegd. De vijf appartementen in Leblon, een luxe wijk van Rio de Janeiro, die op naam staan van Sarney's kinderen zouden met smeergelden aan de oud-president zijn betaald. Sarney noemt de beschuldigingen “moreel terrorisme”.

Een tweede onderzoekscommissie moet nagaan of de tot nu toe redelijk 'schoon' geachte Arbeiderspartij PT van de populairste kandidaat voor het presidentschap, José Ignacio 'Lula' da Silva, de partijkas niet op illegale wijze heeft laten spekken door de belangrijkste Braziliaanse vakcentrale CUT. Maar sommige waarnemers menen dat het hierbij gaat om een wraakactie tegen de PT, die belangrijk materiaal heeft aangedragen voor de eerste onderzoekscommissie.

De meest recente schandalen - het gaat om ten minste drie, voorshands nog niet met elkaar verbonden kwesties - zijn het gevolg van de arrestatie van het voormalige hoofd van de begroting, José Carlos Alves dos Santos, in verband met de (mislukte) passiemoord op zijn eigen vrouw. In Dos Santos' huis ondekte de politie twee miljoen dollar in contanten. De zaak-Dos Santos leidde naar wat een netwerk bleek te zijn van parlementariërs die gezamenlijk de begroting manipuleerden en rijkelijk beloond werden door degenen aan wie zij overheidsgeld toewezen. Zij hielden er tevens een groep vrouwelijke assistenten op na, die - uiteraard tegen betaling - vooral seksuele diensten leverden, in het Congres in Brasilia.

Een van de meest opmerkelijke verdachten is de afgevaardigde João Alves uit de staat Bahia, die zijn fortuin verklaart uit het winnen van de loterij - en wel tweehonderd keer. Een andere verdachte afgevaardigde is José Geraldo Ribeiro, net als Alves dos Santos lid van de 'groep van de zeven dwergen', zoals de kleine maar gewiekste Congresleden worden genoemd. Ribeiro liet de onderzoekscommissie desgevraagd weten zich “niet meer te kunnen herinneren” hoe de miljoenen op zijn bankrekening terecht zijn gekomen, maar ook dat hij zich “nooit had laten verleiden” tot corruptie. De meeste verdachte parlementariërs zijn lid van de PMDB-partij, de grootste politieke partij in Brazilië en een belangrijke machtsfactor in het Congres.

De politiek steekt met de twee parlementaire onderzoeken de hand in eigen boezem, maar de Braziliaanse bevolking gelooft steeds minder in 'democratische oplossingen' voor de blijkbaar onuitroeibare gewoonte. Volgens een recente opiniepeiling zou tweederde van de Brazilianen het tijd vinden voor “een sterke man” die kan regeren zonder daarbij te worden “gehinderd door een corrupt parlement”.

President Itamar Franco - een van de weinige onbevlekt gebleven politici - heeft inmiddels naar Italiaans voorbeeld een operatie 'Schone handen' afgekondigd. Vice-president Itamar kreeg zijn ondankbare baan na het aftreden van Collor de Mello tegen wil en dank en is niet meer dan een interimstaatshoofd tot volgend jaar een nieuwe president zal worden gekozen. Itamar heeft tot nu toe de druk kunnen weerstaan om krachtiger maatregelen te nemen. Een 'Fuji-coup' - de ontbinding van het parlement op beschuldiging van corruptie en voorlopig verder regeren per decreet, zoals de Peruaanse president Fujimori vorig jaar deed - heeft de Braziliaanse president uitgesloten.

Ook het Braziliaanse leger houdt vast aan zijn constitutionele rol, ondanks waarschuwende woorden van minister van defensie generaal Zenildo da Lucena en de chefs van staven. Dit weekeinde eiste Lucena dat “de schuldige parlementariërs zullen worden gestraft”. Maar de generaal liet tegelijkertijd weten dat de Braziliaanse democratie niet in gevaar verkeert.

Na het exemplarische voorbeeld van Brazilië in de zaak-Collor - volksprotesten leidden tot een parlementaire procedure en het aftreden van de president - is het land opnieuw een graadmeter voor het democratische gehalte van een door corruptie geteisterd continent. In Venezuela is het Braziliaanse voorbeeld gevolgd, met de schorsing wegens corruptie van president Carlos Andrés Pérez. Zijn opvolger zal tijdens de op 5 december te houden presidentsverkiezingen worden gekozen. In Peru heeft president Alberto Fujimori zijn autogolpe van april vorig jaar inmiddels laten legitimeren door een democratisch gekozen Grondwetgevende Vergadering, die in nieuwe samenstelling onlangs in een referendum met (een kleine) meerderheid van stemmen door de Peruanen werd goedgekeurd.

Ook in Guatemala, een land waar in de afgelopen decennia de staatsgrepen elkaar in snel tempo opvolgden, lijkt de nieuwe trend te zijn ingeburgerd. Eind mei probeerde president Jorge Serrano zijn Peruaanse ambtgenoot te imiteren met een 'zelf-coup'. Maar na een week moest hij in allerijl het land verlaten, terwijl de bewijzen van corruptie tegen hemzelf zich opstapelden. De 'corrupte' parlementariërs tegen wie Serrano en zijn opvolger Ramiro de León Carpio fulmineren, maken echter weinig aanstalten om hun functies op te geven.

Toch ziet het er naar uit dat de jonge democratie in Latijns Amerika in het algemeen stand houdt onder de druk van corruptie en de nog steeds slechter wordende leefomstandigheden van de meeste inwoners van het continent. Na decennia van politiek en economisch wanbestuur voelen de militairen in Latijns Amerika er weinig voor om opnieuw regeringsverantwoordelijkheid te nemen.

De 'democratische geest' waarover de Braziliaanse generaal Gilberto Serra onlangs sprak in verband met het corruptie-onderzoek waart over het hele continent. Maar de ervaring leert dat de meest oprechte gedachten in militaire kringen in Latijns Amerika doorgaans worden geuit door officieren buiten dienst. “Als er chaos ontstaat, moeten de militairen ingrijpen”, waarschuwde onlangs de Braziliaanse generaal b.d. en ultrarechtse presidentskandidaat Ivão de Frota.