Codes

Een hoekig kamertje op de Uithof. Zulke kamertjes vormen de koraalriffen van de kantoorhoudende mens. Men werkt er bij rijkswaterstaat, de sociale dienst, de zedenpolitie. Of bij de universiteit, als paleo-ecoloog.

“Als ik het over succes heb”, zei prof. Van der Zwaan, “bedoel ik succes op lange termijn, zeg vijftig miljoen jaar.”

In de evolutie zijn grofweg twee strategieën te onderscheiden. De ene is die van de kleintjes. Ze leven kort en produceren massa's jongen; het individu fungeert als doorgeefluik voor genetische codes. En de strategie van de groten. Zij houden zichzelf zo lang mogelijk in stand en planten zich omslachtig voort. Eik, walvis, rinoceros - we kennen ze, we bewonderen ze.

Van der Zwaan: “Dat groot worden is een rare trend. We weten van alle grote soorten dat ze maar kort hebben bestaan. Het succes zit, zeker in tijden van rampen, bij de kleintjes. Die beschikken over een slimme flexibiliteit. Toch dwingt de natuur organismen steeds weer om groter te worden. Net of ze steeds in dezelfde val trapt. Die spanning tussen korte-termijn genoegen en lange-termijn verdriet... heel dramatisch!”

Toen hoefden we alleen nog vast te stellen dat wijzelf tot een grote soort behoren. Groot en talrijk. “De menselijke populatie-curve is een typische lemmingen-curve, een crash-curve.”

In het raam hing een kwijnend zonnetje. De beglazing dempte het daveren van de nabije snelweg tot een zeurend gebrom.