Brood voor de hongerigsten

Vanaf haar elfde wist Ans Heijenk al dat ze onderwijzeres wilde worden. Dat was in 1914. Pas afgelopen jaar, op haar negentigste, heeft ze definitief een streep onder haar onderwijsloopbaan gezet. 'Je moet ermee ophouden als je nog goed bent'', vindt Juffrouw Heijenk. Ze loopt naar de kast om daar een doosje uit te halen met een zware plaquette. 'Een erepenning van de gemeente Amsterdam'', zegt ze met een mengeling van trots en verbazing. 'Ik wist niet eens dat zoiets bestond!''

Toen Ans Heijenk als achttienjarige kwekeling met akte in verschillende Amsterdamse volkbuurten voor de klas kwam, begreep ze al snel dat onderwijs meer is dan klassikaal lesgeven. Opvoeding hoort erbij. Op de school in Wittenburg, 'waar de vlooien je 's morgens met open kaken zaten op te wachten'', werkte ze tussen de middag met de kinderen in schooltuintjes, legde ze tot hun grote verbazing een kleedje op haar tafel en kocht ze voor de allerhongerigsten een broodje bij de bakker op de hoek. Ook de grauwe stofjas waar haar collega's in liepen, zinde haar niet. Ze maakte zelf een ruitjesoverjurk. Ze herinnert zich Siegfried, een jongetje uit een asociaal gezin die maar moeilijk aan het werk te krijgen was. Het enige waar hij aan dacht was zijn hondje. Hij mocht het hondje mee naar school nemen van juf Heijenk. Dromerig kijkt ze voor zich uit: 'Ach ja, wat zal er van die kinderen geworden zijn.''

Begin jaren twintig hoorde ze voor het eerst over de opvoedkundige denkbeelden van Maria Montessori die wonderwel aansloten bij haar eigen ervaringen op de buurtscholen in de arbeiderswijken. Niet lang daarna kreeg ze zelf de kans om - met behoud van salaris - een cursus te volgen voor montessori-leerkracht. De sociaal bewogen wethouder van onderwijs Ed Polak, broer van de vakbondsman Henri Polak, zorgde ervoor dat in Amsterdam de eerste openbare montessorischolen van de grond kwamen. Uit tweehonderd gegadigden werden zes kandidaten gekozen. Een van hen was Ans Heijenk. Objectief kijken naar gedrag, het fundament van het montessori-onderwijs, leerden ze in Artis waar ze gedurende een halfjaar regelmatig de dieren moesten observeren. Later, in 1933, volgde Ans Heijenk een internationale cursus in Barcelona die door Maria Montessori zelf werd geleid. Ook daarna, toen Montessori in Nederland was neergestreken, hadden ze nog regelmatig contact.

Juffrouw Heijenk werd schoolhoofd, eerst van de zevende Montessorischool in Amsterdam West, later van de vijfde in Watergraafsmeer waar ze tot haar pensioen in 1968 zou blijven. Daarnaast gaf ze les aan de opleiding voor montessorionderwijzers, adviseerde ze scholen over het gebruik van het speciale ontwikkelingsmateriaal en was ze altijd present op de maandelijkse bijeenkomsten waar montessori-leerkrachten met elkaar discussieerden over praktijkvragen. 'Het vereiste een strakke organisatie'', herinnert juffrouw Heijenk zich, want ze deed nog veel meer, 'als ik om vier uur klaar was op school, stapte ik mijn autootje en kwam dan 's avonds meestal niet voor twaalven thuis. Toch heb ik er altijd op gestaan dat ik een eigen groep had op school. Anders zou ik te ver van de kinderen af komen te staan.''

Soms maakt juffrouw Heijenk zich zorgen dat in het huidige onderwijs de opvoedkundige kant niet voldoende meer tot zijn recht komt. Ze formuleert het voorzichtig, want als ze bij haar in de Indische buurt een basisschool ziet uitgaan en al die verschillende nationaliteiten gadeslaat, realiseert ze zich voor welke zware taak leerkrachten vandaag de dag staan. Verantwoordelijkheid voor de medemens, zorg voor de omgeving, vrijheid en discipline, het zijn de kernbegrippen van het montessori-onderwijs. Juffrouw Heijenk heeft menige lezing aan deze onderwerpen besteed. Niet alleen in Nederland, maar later na haar pensionering vooral ook in Duitsland. In een dagboek met harde kaft heeft ze in keurig schuinschrift al haar missies naar het buitenland minitieus geadministreerd. In 1961 ging ze voor het eerst 'met kromme tenen'' naar Berlijn, 'want in 1934 werden daar alle boeken van Maria Montessori verbrand en de scholen gesloten''. Het bleek het begin te zijn van een ruim dertig jaar durende samenwerking. Juffrouw Heijenk is, zo blijkt uit haar dagboek, 176 keer in Duitsland geweest om les te geven, te examineren, scholen te adviseren en materiaalkennis over te dragen. Ze is een van de belangrijkste adviseurs van Duitse montessori-beweging geweest. Maar ze was ook in Japan en in Rusland om haar kennis over het montessori-onderwijs over te dragen. Toen ze afgelopen jaar door de Zwitserse opleiding werd gevraagd vond deze kwieke negentigjarige dat het welletjes was geweest. 'Ik leef toch langzamerhand op de herinnering.''

    • Michaja Langelaan