Beste leerling (2)

Ik schrijf je naar aanleiding van een opmerking in 5 havo afgelopen vrijdag. “Veel geld verdienen natuurlijk”, zei Peter. Het was een met weinig nadruk uitgesproken opmerking, een antwoord op een vraag, een halfslachtig gesprek aan het begin van het lesuur. Onderwerp: de toekomst. Van zoiets word ik heel zenuwachtig. Dat oude knarren van 40, 50 door het leven getekend zitten te zaniken en zeuren over pensioenrechten en prijscompensatie, ach, ik doe het zelf ook. Maar 16, 17 en dan als ideaal: geld verdienen.

Ik ben losgebrand in een tirade die welwillend werd aangehoord en werd toen vriendelijk door enkele vakgerichte vragen door de klas teruggeleid tot mijn taak: lesgeven. Het was zo wel goed. Maar het is weekend en ik pieker nog steeds.

Het probleem is, beste leerling, dat Peter een prima vent is, dat hij het woord 'natuurlijk' gebruikte en dat in ieder geval een paar anderen instemmend knikten. Het probleem is dat jij er misschien net zo over denkt. Daar wil ik iets aan doen. Ik wil eigenlijk opschrijven wat ik toen die vrijdag had moeten zeggen.

Wat wil jij later, wat zijn jouw idealen? (In een andere klas stelde ik die vraag en kreeg als antwoord “Meneer, wat bedoelt u?”) Wat zou je ervan vinden, beste leerling, om later veel aanzien te hebben. Dat gaat lang niet altijd samen met geld. De kapper hier op het plein verdient meer dan de rector van mijn school maar heeft beduidend minder aanzien.

Misschien interesseert je dat niets. Wat zou je dan denken van macht? Zou je willen streven naar macht? Je hebt macht als mensen doen wat jij ze zegt te doen. Sommige politici hebben macht, vooral in niet-democratische gemeenschappen. Directeuren en andere leidinggevenden kunnen macht uitoefenen, maar ook de misdadiger die gijzelaars neemt.

Spanning? Zou dat iets zijn. Geldhandel, met zeven telefoons en een computer miljoenen dollars heen en weer schuiven op de 30ste verdieping van een bankgebouw. Of een beklimming van de Mount Everest bij nacht. Deelnemen aan de Camel trophy. Bungee jumping.

Laten we naar binnengaan, bij jou naar binnengaan. Je kunt jezelf openvouwen, ontplooien, woekeren met je talenten, zoals de bijbel zegt. Van jou is er maar één. Je bezit een zeldzame combinatie van vermogens. Misschien schuilt er in jou een bioloog goed voor de Nobelprijs. Of een meubelmaker zoals er weinig zijn. Of ben je zo'n man als hier in de supermarkt, die vriendelijk, vrolijk, onweerstaanbaar, onkreukbaar nu al 10 of 20 jaar de appeltjes afweegt. Ja, dat is ook ontplooien.

Wil je wat van jezelf achterlaten op deze aardbol? Wat zou je denken van kunst? Schuilt er een schilder, een muzikant, een toneelspeler in je? Een Madonna? Hoewel... zij is meer uit op macht dan op kunst, denk ik.

En wat wil je met de anderen. Wat wil je vóór de anderen? Wil je iets voor de anderen? Wil je kinderen, wil je een man-vrouwpartner? Wil je vrienden? Hoeveel? Wat doe je met die vrienden?

Nu durf ik nauwelijks verder te schrijven. Op die vrijdag in 5 havo kreeg ik het niet over de lippen. Wat denk je van alle anderen, van de gemeenschap? Wil je misschien wat minder geld, zodat anderen wat meer hebben? Wat vind je van mensen die hun energie steken in Greenpeace, Artsen zonder Grenzen, Amnesty International?

Je moet het zelf uitzoeken. Bedenk daarbij het volgende. We hebben het goed hier, in Nederland in '93. Dat is omdat hier een heel kwetsbare maar evenwichtige verdeling is tussen het streven naar een eigenbelang en onze verantwoordelijkheid voor de gemeenschap. Kwetsbaar? Ja, heus, het is stuk voor je het in de gaten hebt.

    • Rob Knoppert