Aanbod aan Noord-Korea

NON-PROLIFERATIE, het tegengaan van de spreiding van massa-vernietigingswapens, heeft een hoge prioriteit voor de regering-Clinton. Het beleid richt zich tegen de overdracht en aanmaak van nucleair materiaal, van technologie voor het maken van bommen, oorlogskoppen en raketten en verder van alles wat met de inzet van dergelijke wapens, ook chemische en biologische, te maken heeft. Al doende is het terrein in de loop der jaren sterk uitgebreid, vergeleken met het geldende non-proliferatieverdrag.

Anderzijds wordt de Amerikaanse regering geconfronteerd met een bedrijfsleven dat in de handel van produkten, voortgebracht door de spitstechnologie, geen achterstand wil oplopen op de internationale concurrentie. Zware druk is dan ook op Washington uitgeoefend om belemmeringen op die handel, stammend uit de Koude Oorlog, weg te nemen. Daarmee wordt inmiddels een begin gemaakt: de zogenoemde Cocomlijst van strategische goederen, waarvan de export aan scherpe voorwaarden was gebonden, wordt in de komende maanden ingetrokken. Tegelijkertijd wordt een poging ondernomen de handel in strategisch gevoelige produkten onder een nieuw regime te brengen dat aangepast is aan de eisen van deze tijd.

De drijvende kracht blijven, zoals vanouds, de Verenigde Staten. Maar de doelgroep is veranderd. Het communisme is niet langer doorslaggevend, maar het risico dat een bepaald land voor zijn omgeving oplevert. Op de lijst van te isoleren landen staat dan ook een heterogene groep: Iran, Irak en Noord-Korea, staten die naar gedrag en intenties zich buiten de internationale gemeenschap plaatsen. Landen als Rusland en China, tegen wie Cocom in de eerste plaats was gericht, worden nu beschouwd als potentiële medestanders bij het isoleren van de dwarsliggers.

TEGEN DEZE ACHTERGROND moet de plotselinge zwenking in Clintons aanpak van Noord-Korea worden beschouwd. Tijdens zijn bezoek aan Zuid-Korea eerder dit jaar dreigde de president het noorden nog met straffe maatregelen als het zijn verzet tegen inspectie van verdachte nucleaire installaties niet opgaf. Dinsdag bood de Amerikaanse president een hervatting van de dialoog aan. Weliswaar ging Clinton niet in op details, maar er is sprake van opschorting van de traditionele gecombineerde Amerikaans-Zuidkoreaanse manoeuvres en zelfs van de mogelijkheid van een Amerikaanse erkenning van het noorden. Mits, natuurlijk, het regime daar bereid is internationale inspectie ruim baan te geven en af te zien van zijn militaire atoomprogramma.

Het is niet ondenkbaar dat het onderhoud dat Clinton vorige week in Seattle met zijn Chinese ambtgenoot heeft gehad, vruchtbaarder is geweest dan openbaar is geworden. De Chinezen hebben geen behoefte aan verstoorders van de regionale rust. Zij hebben hun eigen agenda en daarin past eerder een Koreaanse verzoening dan een eigengereid en gevaarlijk Noord-Korea. Een nucleair Noord-Korea bedreigt de status quo in heel Oost-Azië. Maar tegelijkertijd blijft het voor Peking moeilijk verteerbaar indien Amerika de communistische buurman met harde hand tot de orde zou roepen.

Clintons jongste aanbod biedt het Noordkoreaanse regime een diplomatieke oplossing van het geschil en China een alibi om zich neer te leggen bij VN-sancties indien Noord-Korea onverhoopt niet voor rede vatbaar blijkt.