Warme chocolade tegen honger en kou

DEN HAAG, 24 NOV. Overal in het land wordt extra opvang geregeld voor duizenden thuis- en daklozen die dreigen te bevriezen als het koude weer doorzet. De extra opvang ontgaat de zwervers niet, maar niet iedereen maakt er nog gebruik van. Roel (49) is een echte zwerver. Hoofdpijn, zorgen, kou, verdriet en af een toe een gulle lach. Hij maakt zich zorgen om zijn “maat” met wie hij onder een Haagse brug leeft en die opeens vertrokken is. “Hij heeft niets tegen me gezegd. Ik voel me in de steek gelaten. Misschien heeft hij een warm plekkie gevonden of is hij gewoon aan het drinken en ligt hij er morgen weer.” Met warme chocolademelk uit de Haagse 'soepbus' slikt hij een paar “parecetomolens” weg. Een nieuwe vriend legt een hand op zijn voorhoofd en spreekt Roel bemoedigend toe. Een tandeloze Italiaan zit hem te dollen, Roel probeert mee te doen maar zijn blikt dwaalt af. Straks gaat hij weer naar buiten want na drieëntwintig jaar zonder huis wl hij helemaal geen dak boven zijn hoofd. Op zijn zeventiende liep hij in Nijmegen weg van huis: “Mijn moeder ging dood en toen ben ik ook maar weg gegaan. M'n zussen laten me stikken en mijn vader is twee maanden geleden overleden. Maar ja, ik ben gezond en volgend jaar word ik vijftig.”

Achter het Centraal Station in Den Haag staat een oude stadsbus voor zwervers en verslaafden. Van elf uur 's morgens tot twee uur 's middags kun je schuilen en om te overnachten gaat de bus 's avonds om elf uur weer open tot 's morgens zes uur. Gisteravond waren er bijna vijftig mensen: “Opgegeven drugsverslaafden, ontsnapten uit inrichtingen, huurders zonder geld, gevluchte buitenlanders en puur dolenden”, zegt begeleider Andries. De helft blijft slapen in de verbouwde bus. Twee vrouwen trekken zich terug achter in de bus. In hun wereld bestaan nauwelijks andere wezens. Honger en kou dreef hen hierheen.

“Zodra de temperatuur onder nul komt draaien we ons 1987-programma”, zegt directeur T.N.J. Hessing van de Kessler Stichting voor daklozen in Den Haag. “We verdubbelen het aantal bedden en de bus bij het Centraal Station is langer open.” Hessing maakt zich vooral zorgen om de ouderen. “Die zijn vaak hulpbehoevend en horen eigenlijk in een verzorgingshuis. Wij kunnen die zorg niet bieden. Het enige wat we kunnen doen is proberen ze een dag langer binnen te houden.” Jongeren weten nog wel een kraakpand of klauteren via een balkon in een leegstaand huis. “Maar dat kun je niet verwachten van iemand die op krukken door de straten hinkt.”

Doodvriezen wil men voorkomen. Volgens H.J. Dijkstra van het Leger des Heils doen excessen zich nog niet voor. “We gaan elke avond met een aantal instellingen de straat op om te kijken of er mensen liggen, die onderdak nodig hebben.”

Het Leger kan de winterstroom nog aan maar zoekt tegelijkertijd naar andere oplossingen. In Utrecht werden mensen 's nachts al in de eetzaal en de biljartzaal van het opvanghuis gelegd. De grotere gemeentes geven extra subsidies - “maar daarmee maak je van een brugplaats nog geen bedstede”. Naar de speciaal voor zwervers ontworpen slaapdozen is weinig vraag: niet meer dan twee à drie werden er deze week uitgedeeld. In het Haagse Kessler-huis aan de De La Reyweg zoeken doorgaans 25 mensen een bed voor de nacht. De aanloop is nu bijna verdubbeld. Volgens portier Emile gingen de mensen vroeger nog wel eens naar “hun zuster”, maar “tegenwoordig lijkt het wel of niemand meer familie heeft”. Directeur Hessing belt op over extra broden en extra soep. Die zijn besteld maar vandaag nog niet gekomen. Portier: “Brachten de mensen nog maar eens resten. Vroeger werd hier vaak 's avonds aangebeld en kregen we bijna lege schalen van recepties en partijen. Brood, kippepoten, balletjes. Of gewoon kliekjes van gisteren. Het gaat meteen door naar de recreatiezaal en daar eten de mensen het op. Nu gaat alles meteen de prullenbak in.”

Om vier uur 's middags, net als anders, melden de daklozen zich bij de Stichting. Ze krijgen een bednummer, een maaltijd en veel warme drank. De volgende morgen wordt beslist wie binnen blijft, wie opnieuw tekent en wie er op straat wordt gezet. Als je tekent ben je verzekerd van een bed voor de komende nacht. Maar als die reservering niet na wordt gekomen volgt een schorsing van een maand - en dat kan niemand zich nu permitteren.

    • Margot Poll