Vriendendiensten

Slingert de ene politieagent de ander op de bon als die een keertje een rood verkeerslicht negeert? Als hij een beetje geeft om de collegiale verhoudingen, dan kijkt hij wel uit.

Elkaar eens matsen, verbetert de werkverhoudingen. Zo zijn er nu eenmaal van die ongenoemde secundaire arbeidsvoorwaarden die het leven veraangenamen. Dat principe biedt ongekende perspectieven voor het werken bij de Belastingdienst. Inderdaad bestond er een tijdje geleden in de regio Eindhoven een officieel beleid waardoor medewerkers van de Belastingdienst eerder hun belastinggeld terugkregen dan gewone mensen. Simpelweg een kwestie van de juiste plaats op een stapeltje. Ook oud-belastingambtenaren die al met VUT waren, mochten op zo'n bevoorrecht plekje rekenen. De voordelige regeling gold zelfs voor familieleden, maar weer niet voor ambtenaren die niet vanwege hun leeftijd waren vertrokken. Alles was met ambtelijke nauwgezetheid uitgewerkt in een alleen intern bekende dienstorder. Uiteindelijk viel het een inwoonster van Eindhoven op dat ze jaren achtereen haar geld later terugkreeg dan een vriendin die haar aangifte door een bevriende belastingambtenaar liet invullen. Zij beklaagde zich over deze ongelijkheid bij de Nationale ombudsman. Naar diens oordeel was de dienstorder in Eindhoven in strijd met de Grondwet. Staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) heeft toen een eind gemaakt aan deze situatie en tevens verzekerd dat zij nergens anders meer voorkomt.

Sindsdien zijn er geen tekenen van bevoordeling van belastingambtenaren. Integendeel zou je haast zeggen. Enkele maanden geleden kreeg de belastingrechter in Leeuwarden een bezwaar te behandelen van een hoge belastingambtenaar (het plaatsvervangend hoofd van een grote eenheid). De man had voor bijna 3.000 gulden vakliteratuur aangeschaft om bij te blijven in zijn vak. Zijn meest ijverige collega kwam niet verder dan zo'n 1.000 gulden. Daarom wilde de aanslagregelende inspecteur niet meer dan die 1.000 gulden aan aftrek accepteren. Dat was geen afgunst maar de correcte toepassing van een veel bekritiseerde wetsbepaling. De rechter in Leeuwarden gaf de inspecteur daarom gelijk; de inspecteur die de aanslag oplegde, wel te verstaan.

Hoe het ook anders kan gaan, illustreert een andere zaak die de Nationale ombudsman onder handen heeft gehad. Het ging om een ambtenaar die lol had in het spelen met computers. Uiteindelijk vertonen veel hobbyisten de neiging iets nuttigs te willen doen met hun kennis. Deze inspecteur van de vennootschapsbelasting ontwikkelde een computerprogramma voor het berekenen van de juiste hoogte van de reserve die bedrijven fiscaal mogen opvoeren in verband met hun VUT-verplichtingen. Het was, daar waren ook automatiseringsdeskundigen het over eens, een heel nuttig programma. Zo waardevol zelfs dat het ministerie van financiën het graag van hem wilde overnemen. De inventieve inspecteur wilde daar wel op ingaan, mits hij er 100.000 gulden (een jaarsalaris) voor zou krijgen. Dat vond het ministerie wel wat gortig. Men volstond met een bedrag van 25.000 gulden uit de zogenaamde arbeidsmarktknelpuntentoeslag (die daar overigens niet voor is bedoeld). Een hoger bedrag zou een ongewenst uitstralingseffect kunnen hebben, zo vreesde men in Den Haag. De ambtenaar accepteerde het aanbod toch maar, er van uitgaande dat zijn beloning onbelast zou zijn. Het was immers een onverwacht en niet beoogd meevallertje. Die worden niet belast. De collega die in zijn woonplaats Nijmegen de belastingaangifte moest beoordelen, dacht er anders over.

De beide belastingambtenaren kenden elkaar goed en daarom besloot de aanslagregelaar met een telefoontje duidelijk te maken waarom hij belasting over de 25.000 gulden wilde heffen. Vanaf dat moment liep het mis tussen beiden. Er werd nog wel gepraat, maar de Belastingdienst liet zich er niet toe verleiden zijn standpunt op schrift te zetten. Daarom liep de succesvolle amateurprogrameur naar de ombudsman. Die gaf hem gelijk. Ook belastingambtenaren mogen (op papier) de argumenten horen waarop hun bezwaren zijn afgewezen. Dat houdt meer in dan het louter geven van de redenen voor de afwijzing. Volgens de ombudsman moet de fiscus ook uitdrukkelijk motiveren waarom de inspecteur de argumenten van de betrokkene niet goed genoeg acht. Daarbij vindt de ombudsman het niet verstandig dat zowel de beslissing om de aangifte te verbeteren als het bezwaarschrift tegen die correctie wordt behandeld door een en dezelfde persoon; zeker niet als die daar geen van zijn collega's bij betrekt. Vanaf 1 januari 1994 regelt de Belastingdienst de zaken zo dat alle bezwaarschriften door een onbevooroordeelde ambtenaar worden afgehandeld. Maar het afhandelen van de zaken van verongelijkte collega's zal altijd wel een delicate zaak blijven.

    • Aertjan Grotenhuis