Verontwaardiging over installatie van Chinese kunstenaar in Centraal Museum; Oude schilderijen hangen in Utrecht achterstevoren

UTRECHT, 24 NOV. Het gebruik van tientallen oude schilderijen in een project van de Chinese kunstenaar Chen Zhen in het Centraal Museum in Utrecht, heeft in diezelfde stad kwaad bloed gezet. De schilderijen, die met hun beeltenis naar de muur toe gekeerd in ogenschijnlijke wanorde over elkaar heen zijn opgehangen, vormen de buitenkant van een installatie. Ze ommuren een ruimte waarin teksten zijn aangebracht en alledaagse voorwerpen staan opgesteld die met een dun laagje klei werden besmeurd.

Chen Zhen, een in Parijs woonachtige Chinese kunstenaar, maakte de installatie met de titel Het licht van de belijdenis/opstanding op uitnodiging van het Centraal Museum. Daar is de tentoonstelling tot 10 januari in de kapel van het museumgebouw te zien. De klimatologische omstandigheden zijn in dit deel van het museum niet optimaal. De voormalige kapel is niet berekend op de huidige vrieskou en de daarmee samenhangende droogte. “Het heeft onze grootste zorg”, verzekert Marja Bosma, conservatrice moderne kunst van het museum, “als het niet gaat zullen we de installatie moeten afbreken”. Bosma legt uit hoe Chen Zhen de gewijde, religieuze omgeving heeft willen combineren met het al even sacrale karakter van de kunst. “Museum en kapel zijn een soort heiligdommen. De schilderijen vormen in deze installatie de buitenste 'schil' van een tempel.”

Het Utrechts Nieuwsblad had meer oog voor de ontheiliging van de schilderijen en reageerde in artikelen verontwaardigd op de manier waarop met oude kunst werd omgesprongen. Ook lezers reageerden in brieven zeer verontwaardigd. Het dagblad schetste een beeld van bezoekers die met grote boodschappentassen door het museum lopen en 'waardevolle schilderijen aanraken en molesteren' en het citeert een historica die de installatie 'provocerend' en de schilderijen 'onbeschermd' achtte.

Bosma reageert met nauw verholen ergernis: “De tentoonstelling wordt met camera's bewaakt en er wordt beslist niet onverantwoord met die schilderijen omgesprongen. We hebben geen enkel kwetsbaar schilderij gebruikt.” Tijdens een bezichtiging blijken suppoosten echter afwezig te zijn. Bovendien lijkt het, gezien de summiere camerabewaking, twijfelachtig of bewakers op tijd toe kunnen snellen als bezoekers de daartoe uitnodigende schilderijen zouden betasten.

De meeste schilderijen zijn volgens Bosma “saaie portretten van Utrechtse notabelen.” Wel nuanceert ze de (aantoonbaar onjuiste) opmerking van de Utrechtse cultuurwethouder Van Willigenburg als zou het werken van het 'derde en vierde plan' betreffen. “Er hangen in ieder geval geen absolute topstukken”, aldus Bosma.

Door de manier waarop de schilderijen zijn opgehangen valt die bewering moeilijk te controleren. Etiketten aan de achterzijde maken echter duidelijk dat naast veel kleine 17de-eeuwse meesters ook belangrijke werken van Jan van Bijlert, Frederik de Moucheron en Hendrick Goltzius deel uitmaken van de installatie. Verdienen deze oude meesters niet wat meer respect? Bosma: “Alsof je maar op één manier met kunst om zou mogen gaan en alle andere opvattingen fout zijn!” Ze vindt de kritiek getuigen van rigide kunstopvattingen. Daarvan kan het Centraal Museum zelf in elk geval niet beschuldigd worden: zowel op de historische afdeling als in de stijlkamers worden oude kunst en kunstnijverheid op een speelse manier gecombineerd met moderne kunst. “Sommige mensen storen zich daaraan”, weet Bosma, die in dit verband rept van de 'rekkelijken en de preciezen.'

De installatie van Chen Zhen doet, nog afgezien van de klimatologische en veiligsheidsaspecten, vermoeden dat het Centraal Museum weinig belangstelling voor haar eigen collectie oude kunst aan de dag legt. Opvallend is ook dat de Utrechtse navolgers van Caravaggio in het museum geen eigen, vaste plaats hebben gekregen. Van de omvangrijke collectie zeventiende eeuwse meesters is momenteel vrijwel niets te zien. Bezoekers die met name voor de oude kunst naar het museum komen, moeten voorlopig genoegen nemen met de achterkant van de 17de-eeuwse schilderijen. Bosma: “Maar die zijn, vooral uit kunsthistorisch oogpunt, vaak heel interessant.”

    • Erik Spaans