Stagnatie omvorming Defensie gevreesd

DEN HAAG, 24 NOV. Een meerderheid in de Tweede Kamer vreest dat de landmacht door financiële tegenvallers of extra bezuinigingen er niet in zal slagen de omvorming tot een flexibel beroepsleger daadwerkelijk uit te voeren. Minister Ter Beek beaamde dat tegenvallers de herstructurering kunnen beïnvloeden, maar zei dat voor dit jaar geen problemen te verwachten zijn.

De huidige bezuinigingen (negen miljard in deze kabinetsperiode), tegenvallende inkomsten van materieelverkoop en de steeds verder oplopende kosten van vredesoperaties staan uitvoering van de Prioriteitennota gedeeltelijk in de weg. Er zijn geen garanties, zo meent een meerderheid van de Kamer gisteren bij de behandeling van de defensiebegroting, dat die situatie in de komende jaren beter wordt ondanks de herhaalde uitspraak van minister Ter Beek dat het 'vredesdividend op is' en er niet verder zal worden bezuinigd op defensie. Binnen zijn eigen partij, de PvdA, en binnen het kabinet wordt daar volgens Kamerleden anders over gedacht.

Bij de landmacht is sinds oktober een verplichtingen- en gedeeltelijke oefenstop afgekondigd. Het Kamerlid Vos (PvdA) verweet de bevelhebber van de landmacht, luitenant-generaal H. Couzy, dat hij niet beter op de uitgaven over 1993 heeft gelet. De Kamer wil dat Defensie 130 miljoen gulden extra uitgeeft om na 1998 een vijfde mobilisabele brigade in stand te houden. Ook de NAVO heeft daar bij het uitdunnen van het leger op aangedrongen. Als de herstructurering in 1998 is voltooid, dan blijft de helft van het Nederlandse leger over, maar CDA, VVD en D66 willen dat er meer materieel in de mottenballen gaat zodat het leger in geval van nood over een grotere slagkracht kan beschikken. Wie dat materieel dan moet bedienen bleef in het debat vaag.

Nu al worden vanwege de kosten van de opleidingen minder dienstplichtigen opgeroepen. De Tweede Kamer wil dat Defensie zo snel mogelijk (in 1995) alleen die dienstplichtigen laat opkomen die zelf de wens te kennen hebben gegeven in dienst te willen gaan. Mochten er te weinig vrijwilligers zijn, dan kan dat aantal aangevuld worden met dienstplichtigen die al lange tijd uitstel van opkomst hebben gekregen.

De opkomstplicht wordt in 1998 afgeschaft. Ter Beek antwoordde vanochtend dat in 1996 bekeken zal worden of er voldoende vrijwilligers zijn. Hij heeft daar twijfels over omdat een aantal dienstplichtigen die willen opkomen zullen intekenen op een kort beroepsverband.

CDA-woordvoerder De Graaf vroeg zich af of de Marine Luchtvaart Dienst (MLD) in de huidige opzet moet blijven voortbestaan. Vos stelde voor om de Belgische marine te laten opereren met Nederlandse mijnenvegers en de gehele veeg- en mijnenjaagtaak aan België over te laten. De twee Belgische fregatten komen dan bij de Nederlandse vloot en het kabinet moet dan minder fregatten afstoten. In een tijd van krimpende begrotingen is taakspecialisatie een nog dwingender eis, aldus Vos.

Ter Beek zei in zijn antwoord vanochtend dat hij wil nagaan of op het terrein van marine patrouillevluchten met de Duitsers kan worden samengewerkt. Samen met de Belgen vindt hij een interessant idee maar hij herhaalde zijn veel gehoorde uitspraak: 'it takes two to tango'. De marine ziet niets in die uitruil van schepen met de Belgen omdat de Nederlandse marine niet bereid is een enkele taak af te stoten. “Alle taken vullen elkaar aan en geef je op één terrein toe dan gaat het mes er echt in”, zo is de redenering binnen de Admiraliteitsraad.