Singapore leeft niet mee met Van Damme

SINGAPORE/DEN HAAG, 24 NOV. De familie van de gisteren door het hof van beroep in Singapore ter dood veroordeelde Johannes van Damme heeft nog geen clementieverzoek ingediend. Een woordvoerster van het ministerie van buitenlandse zaken kon vanochtend niet zeggen of en zo ja wanneer de familie van Van Damme deze stap zal doen. Als de familie om gratie vraagt zal de Nederlandse regering dit verzoek op humanitaire gronden ondersteunen.

De 57-jarige ingenieur Van Damme is gescheiden en woont sinds 1983 in Nigeria. Hij werd op 27 september 1991 op het vliegveld Changi van Singapore betrapt met een koffer waarin 4,3 kilo heroïne werd aangetroffen. Hij heeft steeds ontkend dat hij wist dat zich in de koffer heroïne bevond. Van Damme werd in april door de rechtbank in Singapore wegens drugssmokkel ter dood veroordeeld. Het vonnis werd gisteren in hoger beroep bevestigd. De drie rechters van het hooggerechtshof in Singapore waren unaniem. Rechter Yong Pung How zei tijdens een korte hoorzitting dat het onderzoek “boven redelijke twijfel” heeft uitgewezen dat de Nederlander schuldig is. De Nederlander onderging volgens zijn advocaat de uitspraak gelaten. “Hij is geestelijk in evenwicht en in een goede gezondheid.”

Waarnemers bij de rechtszaak tegen Van Damme zien geen reden om aan te nemen dat het bij het proces tegen de Nederlander oneerlijk is toegegaan. Juist het feit dat de Singaporese wet de doodstraf voorschrijft bij dit soort misdrijven, laat de rechters bij vaststelling van de strafmaat weinig keus en zou een zorgvuldige behandeling in de hand werken, aldus deze waarnemers.

'Hollander verliest hoger beroep in vijf miljoen dollar heroine-zaak', luidt de kop van een zakelijk verslag in de Straits Times, Singapore's toonaangevende krant, van hedenmorgen. Het doodvonnis voor Van Damme is in Singapore geen voorpaginanieuws, maar is opgenomen in de rubriek 'Van de rechtbank'. De krantelezers worden niet warm of koud van het bericht. Deze naar Nederlandse maatstaven gemeten buitensporig zware straf lijkt te stroken met het rechtsgevoel van de Singaporezen.

Een winkelier, een taxichauffeur en een studente reageren nagenoeg gelijk: “Volkomen mee eens. Als die lui hier hun gang kunnen gaan, gaat Singapore naar de verdommenis. Kijk maar naar wat er gebeurt in Europa en de Verenigde Staten. Nee, geen meelij.”

Singaporezen wijzen erop dat iedere reiziger van buiten precies weet wat hem boven het hoofd hangt als hij verboden drugs het land in brengt. Op het formulier van de immigratiedienst, dat iedere vliegtuig en -bootpassagier moet invullen, staat niet alleen in vette letters 'Welkom in Singapore', maar ook in rode kapitalen: 'Waarschuwing. Doodstraf voor drugssmokkelaars onder Singaporees recht'.

Een docent rechten aan de Nationale Universiteit van Singapore meent dat er in de stadstaat een consensus bestaat over zware straffen op vergrijpen als deze. “Ik denk dat de meeste Singaporezen van mening zijn dat handelaars in drugs de galg verdienen. Dat geldt eigenlijk voor iedereen die ze in aanzienlijke hoeveelheden bij zich heeft, want dat komt op hetzelfde neer.” Hij verwijst naar de recente discussie over misdrijven met vuurwapens: “Ik maakte destijds bezwaren tegen het wetsontwerp dat de doodstraf op dergelijke vergrijpen verplicht stelde. Ik zei niet: je mag daarop geen doodstraf stellen, maar: dat moet de rechter zelf kunnen uitmaken. Ik kreeg nagenoeg geen steun. Een enkele collega-jurist, die rekening hield met gerechtelijke dwalingen, was het met me eens, dat was alles. In de ogen van het publiek was ik een doorgeslagen libertijn die hun straffen wou verwateren. De gemiddelde Singaporees zegt: Hang them.”

Amnesty International start op korte termijn een bliksemactie voor Van D. Via brieven en telegrammen zal president Ong Teng Cheong gevraagd worden de doodstraf om te zetten in gevangenisstraf. Amnesty voert deze actie voor elke ter doodveroordeelde ter wereld.