Rusland spioneert nog, maar niet meer overal

MOSKOU, 24 NOV. Rusland heeft zijn spionagecentra in rond dertig landen gesloten. De Russische inlichtingendienst gaat er ook niet langer van uit dat Rusland vijanden heeft - Rusland heeft alleen nog “belangen”.

Dat heeft de gepensioneerde KGB-generaal Vadim Kirpitsjenko gezegd in een gisteren gepubliceerd vraaggesprek met het blad Rossijskaja Vesti. Kirpitsjenko is adviseur van het hoofd van de Russische inlichtingendienst, Jevgeni Primakov.

De Russische inlichtingendienst heeft, zo zei Kirpisjenko, oude KGB-praktijken als chantage en moord opgegeven, het aantal spionnen in het buitenland verminderd, rond dertig 'stations' in het buitenland gesloten en “de notie van vijand opgegeven”. De vroegere KGB had, zo zei hij, “een enorm netwerk” van spionnen. “We waren actief op de meest afgelegen plekken op aarde. Tegenwoordig werkt de Russische inlichtingendienst nog slechts op plaatsen waar Rusland concrete en niet denkbeeldige belangen heeft”.

Na de ondergang van het communisme en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is de Buitenlandse Inlichtingendienst, een van de afdelingen van de KGB, geherstructureerd; ze is overgestapt van “confrontatie naar samenwerking”, met als eerste doel de bestrijding van de internationale misdaad, de drugssmokkel en de wapenhandel, aldus Kirpitsjenko.

Ondanks de vermindering van het werk van de inlichtingendienst met volgens Kirpitsjenko dertig tot veertig procent worden er nog steeds agenten aangeworven. Zij worden volgens de ex-generaal vooral gemotiveerd door een hoog salaris en door “sympathie” voor het Russische bewind. Onder hen bevinden zich in het Westen wonende ballingen die volgens Kirpitsjenko uit patriottische overwegingen “hun steentje willen bijdragen” aan de ontwikkeling van Rusland. (AFP, AP)