PvdA-bureau bepleit basisinkomen

DEN HAAG, 24 NOV. De PvdA moet zich niet profileren als een politieke partij van de gelijke inkomens, maar als een partij van de gelijke kansen. Tegen de huidige sociaal-economisch concensus dat 'werk boven inkomen' gaat, moet de PvdA in haar verkiezingsprogramma de hernieuwe inkomenspolitiek centraal stellen.

Dat is de centrale stelling in het rapport 'Het verdiende inkomen' van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckmansctichting (WBS), dat vanmiddag is gepubliceerd.

Volgens de auteur van het rapport, WBS-medewerker P. de Beer, richt de PvdA zich “te veel op het corrigeren van onrechtvaardige uitkomsten, terwijl de nadruk zou moeten liggen op het scheppen van gelijke en zo groot mogelijke keuzemogelijkheden voor iedereen”. De partij moet zich meer dan in het verleden richten op andere, vooral niet-materiële kanten van het leven die de keuzemogelijkheden van mensen bepalen. Dat zijn bij voorbeeld onderwijs, natuur en milieu en veiligheid.

Gelijkheid onder mensen betekent volgens De Beer niet “ieder een gelijk inkomen, maar ieder gelijke keuzemogelijkheden”. Gelijkheid heeft dan betrekking op de verdeling van de vrijheid. Meer gelijke inkomens kunnen daar onder bepaalde voorwaarden toe bijdragen. “Geforceerd streven naar kleinere inkomensverschillen kan de keuzevrijheid van mensen onnodig inperken.”

In het rapport wil de WBS de markt niet buiten werking stellen omdat die tot onrechtvaardige uitkomsten zou kunnen leiden, maar de belemmeringen voor een goede marktwerking, zoals verstarde inkomenssystemen en kartelafspraken, zoveel mogelijk wegnemen.

De Beer pleit voor een basisinkomen, 12.000 gulden netto per jaar, als belangrijke vergroting van de keuzevrijheid. “Ieder mag immers zonder beperkingen naast het basisinkomen bijverdienen, studeren - noem maar op. Juist omdat het basisinkomen zelf niet afhankelijk is van wat je verder doet, hangt je totale inkomen veel directer samen met de keuzen die je maakt.”

De overheid moet iedere burger een basisinkomen op sociaal minimumniveau garanderen, waaraan ieder naar draagkracht bijdraagt: de sterkste schouders de zwaarste lasten. Het basisinkomen is onafhankelijk van het inkomen van een eventuele partner en de hoogte is onafhankelijke van de samenlevingsvorm. 'Verzelfstandiging' en 'individualisering' zijn zo het beste gegarandeerd. “De leefeenheid moet immers als een vrije keuze worden beschouwd, die niet van invloed mag zijn op de uitkeringsaanspraken”, aldus De Beer.

In het verkiezingsprogramma ziet de PvdA op dit ogenblik af van invoering van een basisinkomen. Volgens het programma is een keuze voor of tegen het basisinkomen nu “onvruchtbaar”. De PvdA houdt echter op de langere termijn de mogelijkheid open en wil op kleinere schaal experimenteren met het basisinkomen.

Belasten van talent, een idee dat is geopperd door de econoom Tinbergen, vindt De Beer praktisch onmogelijk en prinicpieel onwenselijk. Volgens Tinbergen zou deze belasting gelijk moeten zijn aan het extra inkomen dat je kunt verdienen dankzij de talenten waarover je beschikt. De Beer geeft de voorkeur aan een “zware (progressieve) belasting voor inkomens boven de honderduizend gulden.

De WBS-medewerker is voorstander van flexibele - open - beloningsverhoudingen, door lonen af te laten hangen van bedrijfsresulaten, door grotere loonsverschillen dan in het huidige systeem van collectieve arbeidsovereenkomsten, en voor veel meer ruimte voor eigen keuzen zoals deeltijdwerk en verlofmogelijkheden. Ook wil hij af van de veel te verfijnde inkomensgebonden subsidies en van aftrekposten in de inkomstenbelasting, “die onvoldoende zijn gekoppeld aan de onvermijdelijkheid van uitgaven”.

Object-subsidies moeten volgens de WBS worden vervangen door zogeheten vouchers (waardebonnen). Door die bij voorbeeld alleen beschikbaar te stellen voor zaken die direct de opvoeding van kinderen raken, wordt voorkomen dat de kinderbijslag op gaat aan een auto of een nieuwe wasmachine.