Nog niet meer vrouwen als schoolleiders

LEIDEN, 24 NOV. De afgelopen twee jaar is het aantal vrouwelijke schoolleiders van middelbare scholen niet toegenomen. Het convenant dat schoolbesturen en vakbonden in februari 1992 sloten om meer vrouwelijke managers te benoemen in het voortgezet onderwijs, heeft geen effect gehad.

Dat is de conclusie van een onderzoek dat de Leidse universiteit in opdracht van de convenantspartners heeft uitgevoerd. Volgens onderzoeker drs. C.J.H. Bossink van de vakgroep Vrouwenstudies is het streven mislukt omdat de concurrentie groot was. Er zijn weinig vacatures geweest en voor die schaarse vacatures meldden zich veel kandidaten, vooral hoog gekwalificeerde mannen. Ook het beleid ter stimulering van grote scholen heeft er de laatste jaren toe geleid dat het aantal vrouwen in de schoolleiding niet toenam. De weinige vrouwen die het tot directeur hebben gebracht, werken bijna altijd op kleine scholen. Bij fusies werden zij slechts zelden directeur van de nieuwe school.

De afspraken tussen vakbonden en schoolbesturen werden in februari 1992 gemaakt om de scheve verhouding tussen vrouwelijke leraren en directeuren recht te trekken. Van alle leraren in het voortgezet onderwijs is 28,6 procent vrouw, maar van alle directeuren is maar 4,1 procent vrouw. Volgens het Leidse onderzoek hebben de meeste scholen wel laten weten voorstander van emancipatiebeleid te zijn, maar bij sollicitatie-procedures geeft dat idee toch niet de doorslag.

De vakbonden en schoolbesturen die het convenant hebben gesloten, willen er nu bij hun achterban op aandringen meer ernst met de emancipatie te maken. Ook vragen zij het ministerie van onderwijs of dat regelmatig de stand van zaken wil bijhouden: hoeveel vrouwen belangstelling hebben voor een managementsbaan en hoeveel er per jaar worden benoemd. Overigens houdt de minister al een 'thermometer Vrouw en Management' bij, waarin per jaar wordt aangegeven welke vorderingen er gemaakt zijn bij het benoemen van vrouwen in de schoolleiding. Ritzen heeft als streven genoemd dat over zeven jaar vrouwen 20 procent moeten uitmaken van de managementfuncties in het voortgezet onderwijs.

Het kabinet heeft begin deze maand een voorstel gedaan om scholen met te weinig vrouwen in de directie elke twee jaar een plan te laten opstellen waarin staat hoeveel vrouwelijke managers zij gaan aannemen en wanneer dat gebeurt. In hun plannen voor positieve actie moeten scholen streefcijfers noemen. Ze mogen zelf bepalen hoe hoog die zijn en hoe zij die gaan verwezenlijken. “De positie van vrouwen in het onderwijs leert leerlingen en studenten iets over de posities en loopbaanperspectieven van mannen en vrouwen op de arbeidsmakrt”, zo omschrijft de regering haar reden om scholen te verplichten tot plannen voor positieve actie.