Militair regime van Nigeria legt basis voor nationale verzoening

Met de benoeming van drie prominente burgers in een voorlopige regering, onder wie de man die bij de geannuleerde verkiezingen van juni werd gekozen tot vice-president, lijkt de militaire leider van Nigeria een voorzichtig akkoord te hebben bereikt met in ieder geval één van de groepen die gekant zijn tegen zijn bewind. Dit begin van consensus moet worden uitgebouwd op de nationale conferentie over de toekomst van het land, die generaal Abacha nog voor het eind van het jaar wil beleggen.

Ook een andere belangrijke groep, het volk der Yoruba's waaruit de winnaar van de verkiezingen, Moshood Abiola, afkomstig was, heeft enige reden tot tevredenheid, want vice-voorzitter Diya van de nieuwe regerende raad is een Yoruba. Het felste protest tegen de annulering van de verkiezingen de afgelopen maanden had steeds plaats in het zuidwesten van het land, waar de meeste Yoruba's wonen. De vraag die overblijft is nu of de nieuwe regering voldoende greep krijgt op het leger.

Er gaan nog steeds geruchten over diepgaande onenigheid onder de strijdkrachten. De laatste couppoging van een legerofficier dateert van begin oktober en de machtsovername door Abacha wordt door sommigen gezien als een poging om erger te voorkomen. Een machtsstrijd in het leger geldt in Nigeria als het rampscenario bij uitstek, omdat zo'n conflict in 1967 uitmondde in een driejarige burgeroorlog waarbij een miljoen Nigerianen om het leven kwamen. De achtereenvolgende heersers van Nigeria hebben de dreiging van een nieuwe oorlog altijd gebruikt om de rust te bewaren en ook Diya riep gisteren in zijn radiotoespraak de “traumatische” ervaring van de oorlog in het geheugen. Hoewel dit gezien kan worden als een alibi om tegenstanders het zwijgen op te leggen draagt de oorlogsdreiging er in het toch al gedemoraliseerde leger toe bij dat de bereidheid tot vechten ontbreekt. Het officierenkorps bestaat grotendeels uit vertegenwoordigers van etnische minderheden, en die hebben het meest te verliezen bij een scheuring in het land.

Bij de benoeming van de acht militairen in de regerende raad lijkt Abacha in elk geval enige rekening te hebben gehouden met de verschillende stromingen in het leger. Mohammed Chris Ali, bij voorbeeld, die werd benoemd tot hoofd van de landmacht, staat bekend als een trouw aanhanger van de vorige militaire president Babangida. In oktober werd hij door Abacha nog weggepromoveerd naar een divisie in de noordelijke stad Kaduna; nu mag hij terugkeren in de hogere regionen waarin hij daarvóór verkeerde als hoofd van de militiare inlichtingendienst.

Abacha heeft met zijn nieuwe verrichtingen nog niet het vertrouwen gewekt van de internationale gemeenschap. Een woordvoerder van het Britse minister van buitenlandse zaken verklaarde dat de benoeming van drie burgers in de regering te weinig was. “Hun aanwezigheid in de raad zal ons standpunt niet veranderen”, zei hij. Londen noemde de machtsovername door Abacha vorige week “een stap terug, niet alleen voor Nigeria, maar voor heel Afrika”. Ook de Verenigde Staten en de Europese Unie hebben Abacha's stap veroordeeld, maar nog geen verdere sancties afgekondigd tegen zijn regime.

Het wantrouwen van de internationale gemeenschap is, gezien de talloze malen dat de militairen het democratiseringsproces hebben aangezwengeld en weer uitgesteld, alleszins gerechtvaardigd. De aanstelling in een militaire regering van drie burgers die zich de afgelopen maanden sterk hebben gemaakt voor meer democratisering, kan ook gezien worden als niet meer dan een poging om het Westen te sussen. Kingibe, Ibru en Onagoruwa zijn echter niet, zoals de vorige week afgetreden interim-president Shonekan, zwakke politici die door Abacha aan de leiband kunnen worden meegevoerd. De jurist Onagoruwa is 's lands bekendste expert op het gebied van de grondwet en zou een belangrijke rol kunnen spelen op de nationale conferentie, die onder meer over een nieuwe grondwet en politieke structuur zal gaan. Ibru geniet veel gezag als de uitgever van Nigeria's meest gezaghebbende krant.

Abiola, die met de benoeming van zijn eigen tweede man in de regering nu definitief aan de kant lijkt te staan, onthoudt zich nog steeds van ieder commentaar op de recente ontwikkelingen. Uit zijn partij komen echter voorzichtig positieve geluiden. De voormalige partijvoorzitter Tony Anenih heeft de militairen opgeroepen “niet al te snel weer te vertrekken”. En Abiola's campagneleider Zwingina merkte deze week op dat de ergste chaos en onrust in het land nu in elk geval bezworen lijken.

Nieuwsanalyse