Memoires

TWEE NEDERLANDSE POLITICI, Hans Wiegel en Elco Brinkman, hebben zich in boekvorm laten portretteren. Zowel in het geval van Wiegel als van Brinkman betreft het een persoonlijke profilering en beiden laten zich de schijnwerper van de publiciteit met graagte welgevallen. Bij Wiegel is gekozen voor vraaggesprekken met mensen die hem kennen, bij Brinkman voor welwillende vraaggesprekken met de geportretteerde zelf, afgewisseld met foto's uit het familiealbum. Nieuw licht op de hedendaagse politieke geschiedenis van Nederland levert dit niet op.

Nederlandse politici blinken niet uit in eigen geschiedschrijving. Memoires staan al gauw te boek als een uiting van ijdelheid of zelfoverschatting en hoewel beide trekken wijdverspreid zijn in de politiek, is de terughoudendheid groot om ze in boekvorm te etaleren.

In het buitenland bestaat een traditie dat regeringsleiders of vooraanstaande ministers hun ervaringen aan het papier toevertrouwen. Dat levert goed geschreven boeken op, die niet alleen een portret van de auteur/politicus bieden maar ook informatie bevatten die niet eerder bekend was. Memoires zijn handige naslagwerken, een politieke verantwoording aan het publiek voor het gevoerde beleid en een vorm van openbaarheid van bestuur.

In Groot-Brittannië hebben Margaret Thatcher en Nigel Lawson onlangs hun memoires gepubliceerd. Amerikaanse presidenten en ministers van buitenlandse zaken zijn eveneens goed voor lijvige herinneringen. George Shultz heeft onlangs zijn bijdrage geleverd. Duitsland kent een groot aantal serieuze biografieën. De memoires van de Belgische politicus Gaston Eijskens zijn net uitgekomen; in Frankrijk is Jacques Attali bezig met de kroniek van het tijdperk-Mitterrand.

Wat stelt Nederland hier recentelijk tegenover? Zijlstra heeft twee jaar geleden een onderhoudend verslag geschreven van zijn openbare leven. Enkele oud-Kamerleden hebben herinneringen gepubliceerd; een paar anderen zijn daarmee bezig. Den Uyl had plannen die hij niet heeft kunnen uitvoeren en zijn nabestaanden hebben een deel van zijn privé-archief opengesteld. Onlangs zijn de postume memoires van Veldkamp, de opbouwer van de verzorgingsstaat, uitgekomen.

DEN HAAG heeft geen gebrek aan ervaren reputaties die de politiek verlaten hebben of op het punt staan dat te doen. Voor herinneringen aan de ministeriële avonturen van Ruding en Van den Broek bestaat ongetwijfeld in brede kring belangstelling. Volgend jaar verdwijnt na twintig jaar Ruud Lubbers van het Haagse toneel. Als minister van economische zaken in het kabinet-Den Uyl, als Kamerlid, fractieleider en ruim tien jaar als premier heeft hij zijn stempel gedrukt op turbulente jaren. Het is geen negatieve veronderstelling dat veel uit deze jaren onbekend is. De premier is als geen ander in staat om inzicht te verschaffen in de nationale en de Europese politiek.

Natuurlijk is het voor Nederlandse politici in ruste minder aantrekkelijk om memoires te schrijven dan in de Angelsaksische wereld. De oplage is niet zo groot. Toch zijn memoires voor de geschiedschrijving van belang - geschiedschrijving die op haar beurt weer wezenlijk is om een samenleving te kunnen begrijpen.