'Loonmatiging schept geen nieuwe banen'

ROTTERDAM, 24 NOV. Minister De Vries van sociale zaken en werkgelegenheid kon de afgelopen maanden zijn stokpaardje niet vaak genoeg berijden. Loonmatiging is volgens hem hèt wapen om de sterk oplopende werkloosheid te bestrijden. De werkgevers knikten instemmend en de vakbeweging ging morrend akkoord. Een te eenzijdige oplossing, meent hoogleraar algemene economie F. den Butter van de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Loonmatiging houdt vooral de vernietiging van banen tegen.”

Gisteren maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat de ontwikkeling van het aantal banen voor het eerst sinds 1984 een daling laat zien. Eind juni telde Nederland 6.000 banen minder dan in dezelfde periode een jaar daarvoor. Was het aantal banen vanaf 1985 jaarlijks altijd gestegen, nu trad voor het eerst in bijna tien jaar een daling in.

Dat Nederland lijdt onder een flinke economische tegenwind, bleek ook uit cijfers over het aantal openstaande vacatures. Het CBS meldde vorige maand dat er in juni 44.000 vacatures openstonden, ongeveer 33.000 minder dan in dezelfde periode over het vorige jaar. Er is geen enkele aanwijzing dat de vraag naar personeel weer aantrekt, concludeerde het CBS. Overigens zette de daling van het aantal vacatures twee jaar eerder in dan die van het aantal banen.

Ongetwijfeld ziet minister De Vries in deze cijfers een bevestiging van zijn beleid dat loonmatiging voorstaat. Maar in het economenblad ESB lieten hoogleraar Den Butter en universitair docent L. Broersma vorige week weten dat loonmatiging allèèn niet de heilzame oplossing biedt die Den Haag verwacht. Het matigen van de salarissen helpt volgens hen niet mee aan het creëren van nieuwe banen, maar vertraagt hooguit het verlies aan banen. “Het scheppen van nieuwe banen hangt veeleer samen met de afzetverwachtingen, de ondernemerszin en de flexibiliteit van de arbeidsmarkt”, aldus Den Butter.

Volgens de hoogleraar moet de overheid daarom prikkels afgeven aan het bedrijfsleven, investeringen bevorderen en ondernemers goede vooruitzichten bieden. Het krampachtig vasthouden aan bestaande werkgelegenheid wijst Den Butter van de hand. Koste wat het kost administratieve dienstverlening in Nederland houden - terwijl Aziatische arbeidskrachten hetzelfde werk goed maar voor minder geld doen - is “een slechte oplossing”.

Van de maatregelen die overheid en sociale partners moeten treffen om de stijgende werkloosheid het hoofd te bieden is loonmatiging slechts een onderdeel, onderstreept Den Butter. Ook loondifferentiatie, bevordering van technologische ontwikkelingen en verruiming van het begrip 'passende arbeid' horen in het rijtje thuis.

Loondifferentiatie noemt Den Butter van even groot belang als loonmatiging. Het verschil tussen de onderste CAO-loonschaal en het minimumloon moet omlaag en beloning naar prestatie moet op grotere schaal plaats vinden. “Dan zoeken mensen vanzelf naar banen met een hogere arbeidsproduktiviteit.” Verder erkent de hoogleraar dat het bevorderen van technologische ontwikkelingen in het Nederlandse bedrijfsleven tot vernietiging van banen leidt. “Dat moeten we voor lief nemen.” Maar er schuilt nog een addertje onder het gras. Technologische ontwikkelingen doen vaak de arbeidsproduktiviteit toenemen, waardoor het aantal banen kan afnemen. Den Butter denkt dat onder meer loonmatiging en verkorting van de werkweek uitkomst bieden.

Natuurlijk wordt ook de verzorgingsstaat (“een al te genereuze sociale zekerheid”) onder vuur genomen. In de visie van Den Butter en Broersma moeten werklozen eerder een baan accepteren die niet bij hun opleiding past. Niet het arbeidsbureau maar het bedrijfsleven moet de scholing van uitgerangeerde werknemers op zich nemen. “Daardoor voorkom je dat iedereen tot computerdeskundige wordt omgeschoold en die branche vervolgens in elkaar stort.”

Met die omscholing moeten werkgevers en werknemers nu een begin maken. Zodat er straks, als de economie weer uit het dal komt, “voldoende willige werknemers beschikbaar zijn om de nieuw gecreërde banen te bezetten.” Verwacht Den Butter die economische opleving dan snel? Hij lacht. “De wens is de vader van de gedachte.”