Leerstoel in Brabant voor de studie van de 'eigen' cultuur

TILBURG, 24 NOV. Brabanders zijn gek van heemkunde. Met 20.000 praktikanten telt die liefhebberij in Brabant meer beoefenaars dan in welke provincie ook, zegt een woordvoerder van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. Met ingang van het nieuwe collegejaar krijgt het amateurisme een wetenschappelijke grondslag. Dan gaat prof.dr. P. Nissen, gekozen uit twintig sollicitanten, gestalte geven aan de bijzondere leerstoel 'Cultuur in Brabant' aan de Katholieke Universiteit Brabant (KUB) in Tilburg. Dan zal het, aldus de pasbenoemde hoogleraar, niet gaan om “de cultuur met een grote c”, maar om die van “elke dag van alleman”.

Wat zoal aan de orde komt? Misschien wel het carnaval en de gilden, de Bossche bollen en de Brabantse poffer (hoofddracht van vrouwen van weleer), maar zeker ook de volksreligiositeit, de vraag hoe het zit met het behouden van het Brabantse eigene in verhouding tot de amerikanisering, de dialecten, volksverhalen en gezegden, de feestcultuur en over de zogenoemde mentaliteitsgeschiedenis. Daarbij, zei Nissen, is de Fransman Jean Delumeau van het Collège de France zijn grote voorbeeld.

“De leerstoel Cultuur in Brabant zal daarentegen geen therapeutische functie hebben voor Brabanders met een identiteitsprobleem”, aldus Nissen. Of hij geen angst heeft om in kneuterigheid te vervallen? Nissen: “Daarom nu juist de instelling van deze leerstoel, die de zaken boven die kneuterigheid moet uittillen.”

De leerstoel is ingesteld door toedoen van de stichting Het Brabants Heem. Daarmee waren zes jaar gemoeid. Dat was een kwestie van geld en van de bereidheid van de KUB om een dergelijke leerstoel aan haar spectrum toe te voegen. “De KUB is er een ideale plaats voor, omdat we hier al een buitengewoon imposante collectie Brabantica hebben en we een hoogleraar Vrije Tijdswetenschappen hebben”, aldus woordvoerder Maurice Ackermans van de universiteit.

Voorlopig zal de leerstoel vijf jaar bestaan. Daarvoor is geld gegeven door de provincie en door instellingen als de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond en Melkunie-Campina. In totaal gaat het om een bedrag van 150.000 gulden.

Prof. Nissen is in 1957 in Swalmen in Limburg geboren. Hij studeerde theologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, was enige tijd als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, promoveerde in 1988 op een proefschrift over de katholieken en de Doperse beweging. Hij was verbonden aan de Universiteit voor theologie en pastoraat te Heerlen en is als docent Kerkgeschiedenis sinds 1990 werkzaam bij de priester- en diakenopleiding van het bisdom Den Bosch.

“Het cultuurbegrip is dynamisch, een resultaat van historische processen en van telkens wisselende maatschappelijke verhoudingen. Het gaat niet om het opstellen van een soort descriptieve catalogus van Brabantse cultuuruitingen, want dan zou deze leerstoel alleen maar leiden tot een papieren museum of een antiquiteitenkabinet. Het gaat niet om de pure beschrijving van de cultuur maar om een interpreterende bestudering ervan. Ik wil de culturele uitingsvormen verklaren en begrijpelijk maken als symbolische uitdrukkingen van een wereldbeeld, van mentaliteiten, van collectieve voorstellingen en opvattingen over het leven”, aldus Nissen.

De vertegenwoordiger van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur in Utrecht noemde gisteren de instelling van de leerstoel weliswaar een unicum voor Nederland maar zei ook dat de bestudering van de regionale cultuur in het omliggende buitenland “een volwaardige discipline is binnen de universiteiten”. Hij noemde de Brabantse leerstoel van “landsbelang”.

    • Max Paumen