Landbezitters in ZO-Turkije beloven steun tegen PKK

ANKARA, 24 NOV. Twaalf vooraanstaande grootgrondbezitters uit het Koerdische zuidoosten van Turkije hebben de Turkse premier Tansu Çiller deze week opnieuw verzekerd van steun in de strijd tegen de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK).

De grootgrondbezitters, die in het geheim met een speciaal vliegtuig naar Ankara waren overgevlogen, vertegenwoordigen volgens de Turkse pers ten minste een miljoen Koerden in de provincies Hakkari, Sirnak, Van en Mardin. Uit hun gelederen stamt een belangrijk deel van de inmiddels 50.000 dorpswachters, die door de staat van loon, geweren en munitie worden voorzien om de Koerdische dorpelingen te beschermen tegen PKK-aanvallen.

De Turkse minister van binnenlandse zaken, Nahit Mentese, die tevens met de grootgrondbezitters sprak, drong aan op een actievere bijdrage van de dorpswachters tijdens militaire operaties van de Turkse veiligheidstroepen tegen de PKK in de komende wintermaanden. Het streven is om de Koerdische rebellen uit de bergen in Zuidoost-Turkije te verdrijven.

Tegelijkertijd maakte de burgemeester van Liçe, een stadje met zo'n 12.000 inwoners in Zuidoost-Turkije dat op 22 oktober na de dood van een hoge Turkse militair vrijwel in de as werd gelegd, op een persconferentie in Ankara bekend dat de veiligheidstroepen daarbij gebruik hebben gemaakt van chemische strijdmiddelen. Volgens Nazmi Balkas heeft er in Liçe geen treffen plaatsgehad tussen de veiligheidstroepen en de PKK - zoals de officiële verklaring luidt - maar is het stadje 36 uur lang belegerd door het Turkse leger.