Johan Leysen levensecht als gedwongen Securitate-verklikker; Met trillende hersenen de straat op

Trahir. Regie: Radu Mihaileanu. Met: Johan Leysen, Mireille Perrier, Alexandre Repan, Danielle Hugues. Amsterdam, Desmet; Rotterdam, 't Venster; Eindhoven, Plaza Futura.

Zelden gebeurt het dat het publiek het allerlaatste beeldje van een film afwacht. De aftiteling glijdt over het doek, het zaallicht is nog uit en iedereen staat al: jas zoeken, tas oprapen, een gesprekje aanknopen. Toen ik Trahir had gezien, kwam ik niet direct na het slot van het verhaal op het idee om op te staan en de rest van het publiek net zo min. Trahir is zwaar en bol; met een overdaad aan symbolisch betoog en een gebrek aan relativering van de eigen pretenties. Trahir is het speelfilmdebuut van de in 1980 naar Frankrijk gevluchte Roemeen Radu Mihaileanu en een van de meest indrukwekkende films van het afgelopen jaar.

Trahir gaat over het verraad van een dichter. Georges Vlaicu heet hij en hij is een grotestads-Roemeen in Roemenië. Daar viert hij met de collega's van de krant waar hij werkt de bevrijding van de Duitse fascisten. Daar wordt hij vanwege een kritisch artikel door de Stalinistische geheime dienst opgepakt. Daar stapt hij weer de straat op na elf jaar opsluiting onder onbeschrijfelijke omstandigheden - onvast op zijn benen, met trillende hersenen. Georges Vlaicu heeft weerstand geboden aan uiteenlopende vormen van intimidatie en geweld maar hij is tenslotte door de knieën gegaan doordat zijn beul hem onverhoeds confronteerde met schoonheid: de emoties van de opera-aria Casta diva kon hij niet meer verdragen en hij koopt zijn vrijheid met verraad. Verraad aan zijn kunst doordat hij zijn poëzie zal publiceren onder hoede van de staat en om aldus dienst te doen als 'bewijs' voor de artistieke vrijheid die er in Roemenië zou heersen, verraad aan zijn vrienden doordat hij met zijn handtekening, al geformuleerde, aanklachten tegen hen zal ondersteunen. In zijn stad moet hij ontdekken dat in die elf jaar zijn meest onkreukbare vrienden en bekenden, net als hij zelf, de gevangenen zijn geworden van een onvoorstelbaar gemene staatsterreur. Bang te zullen stikken in de weerzin tegen het idee dat zijn opgroeiende zoon nooit iets anders zal kennen dan terreur, vlucht hij met zijn kleine gezin naar Parijs, na een van staatswege goedgekeurde carrière als dissidente dichter en een gedwongen loopbaan van twintig jaar als een van de vele Securitate-verklikkers. In Parijs wordt hem onbarmhartig duidelijk gemaakt dat in het vrije Westen verraad verraad is, en een leugen bedrog, ongeacht de omstandigheden. Maar wat weten ze daar van de manier waarop een verklikker en een Securitate-inspecteur met elkaar kunnen verkeren: als innig-bevriende, gezworen vijanden, als haat-kameraden in een wurgende omhelzing.

Wat de kijker naar deze film met stomheid slaat is het onrecht van die bejegening en de vanzelfsprekendheid waarmee de dichter (wonderbaarlijk geloofwaardig gespeeld door de voor deze gelegenheid Frans sprekende, Belgisch-Nederlandse acteur Johan Leysen) hem accepteert. Niet gelaten, evenmin strijdvaardig, wel wijs. Berustend maar verre van tam. Mihaileanu heeft dan allang met Trahir aangetoond hoe een totalitaire staat er alles aan gelegen is om al zijn burgers de mogelijkheid te ontnemen zichzelf en zijn geliefden recht in de ogen te kunnen kijken.

Trahir wordt geplaagd door zwakke schakels. Zo is er een mallotig romantische verhaallijn waarin de dichter soelaas zoekt voor zijn gepijnigde ziel bij een zigeunerin met dwerggroei. Mihaileanu zet deze vrouw neer als een soort Vrijheidsbeeldje tegenover de regimes van Stalin en Ceaucescu. Hij plat haar personage nog verder af door de dichter in haar theater de gelegenheid te geven als clown om voor nog onbezoedelde kinderen de waarheid te zingen over hun land. Ook de kopie van het slot van Dr. Zhivago ter illustratie van het moment dat de dichter zijn geliefde van voor zijn gevangenschap weervindt, is te gratuit en te koket om serieus te worden genomen.

Tegenover die onhandige wendingen staat een onafweerbaar verhaal - niet eerder bracht iemand in een zo barokke stijl een zo documentair aandoend wanhoopsgevoel in beeld. Mihaileanu toont zijn hoofdpersoon als een twijfelaar. Een niet altijd even sympathieke man die er in de gevangenis niet aardiger of nobeler op is geworden, maar die wel consequent heeft geweigerd zich te laten breken. Verder schetst de cineast, daartoe in staat gesteld door een cameraman die weg wist met veelzeggende details en met een gepast ruwe, visuele benadering, een ongemeen navoelbaar beeld van de manier waarop mensen als zijn hoofdpersoon en zijn vrienden praten, lachen, drinken en elkaar verraden. In een vracht aan fenomenale scènes omlijnt Mihaileanu haarscherp de absurditeit die het leven in een heilstaat bepaalt. Hij heeft verklaard gebruik te hebben gemaakt van authentieke verhalen van landgenoten en dat voel je. Wat hij toont is vaak dermate idioot - dat verzint niemand, dat kun je alleen maar meemaken.

    • Joyce Roodnat