'Het ministerie kan mijn broer zo ophalen'

In de Ripperda-kazerne in Haarlem wachten ruim 500 Bosniërs gespannen op berichten van familieleden. Het zoeken is moeilijk onder de miljoenen vluchtelingen.

HAARLEM, 24 NOV. De Bosnische vluchteling Ibrahim Begovic (43) kan er niet over uit. Zijn vriend stelde maandenlang alles in het werk om zijn vrouw en drie kinderen vanuit het in Noordwest-Bosnië gelegen Prijedor naar Nederland over te brengen. Maar het verzenden van de benodigde papieren en het verlenen van de toestemming nam zo veel tijd in beslag, dat Serviërs lucht kregen van het vertrek van het gezin en de dag voordat ze zouden afreizen de 17-jarige zoon doodschoten. Inmiddels is het gezin herenigd in de Haarlemse Ripperda-kazerne, de zoon is volgens Begovic op gezag van de Servische autoriteiten in de tuin van het huis in Prijedor begraven.

Onder de 580 Bosniërs die vanaf januari in Haarlem verblijven - vrijwel allen moslims -, bevinden zich 130 overlevenden van de beruchte Servische concentratiekampen Keraterm, Manjaca, Trnopolje en Omarska. Een groot aantal staat nog altijd onder psychiatrische behandeling als gevolg van de trauma's opgelopen tijdens hun gevangenschap. Dat ze nog altijd met meerdere gezinnen in één vertrek zijn gehuisvest, deert ze nauwelijks. Veel belangrijker vinden ze dat ze herenigd worden.

Sommige familieleden van de vluchtelingen bevinden zich nog in hun oorspronkelijke woonplaatsen in Bosnië, anderen zijn als gevolg van etnische zuiveringen op drift geraakt. Niemand weet waar ze nu zijn. Dagelijks proberen de vluchtelingen vanuit Haarlem per telefoon of via radio-zendamateurs contact te krijgen. Ze verwijten de Nederlandse overheid te weinig te doen om de gezinshereniging tot stand te brengen. Ze zijn daarover vooral zo verbolgen omdat veel van de vluchtelingen in Haarlem op uitnodiging naar Nederland zijn gekomen.

Dzevad Kenjar (32) heeft nog twee broers in Bosnië. Een van hen is dezer dagen vrijgelaten uit het Servische concentratiekamp Batkovici. “Het ministerie van justitie kan hem zo ophalen”, zegt hij. “Maar er gebeurt niets.” Van het argument van de woordvoerder van het ministerie dat de vluchtelingen zelf het initiatief moeten nemen om hun familieleden naar Nederland te halen, is hij niet onder de indruk. “Andere landen halen wel vluchtelingen rechtstreeks uit Bosnië”, weet hij. “En er rijden toch Nederlandse VN-konvooien rond? Die kunnen toch ook vluchtelingen meenemen?” Dat het transport van vluchtelingen niet onder het mandaat van de VN-troepen valt, acht Kenjar van ondergeschikt belang. Voor hem en voor de andere Bosniërs in Haarlem gaat het om een zaak van leven en dood.

Niet bekend

Het Rode Kruis drong dit jaar in 250 gevallen aan op gezinshereniging op grond van 'dringende humanitaire redenen'. “In de meeste gevallen verleende het ministerie toestemming voor de komst van deze vluchtelingen”, zegt Rode Kruis-woordvoerder T. Kroon. “Maar of ze erin zijn geslaagd Bosnië te ontvluchten, is natuurlijk de vraag.”

Het Rode Kruis zegt zo veel mogelijk te doen om het contact tussen de honderdduizenden op drift geraakte Bosniërs te herstellen. Daartoe kunnen de vluchtelingen zogenoemde open familieberichten verzenden, waarin ze onder geen beding uitspraken mogen doen die de ontvanger in gevaar kan brengen. Voorwaarde is bovendien, dat contact per post of telefoon onmogelijk is en dat het adres bekend is. Wanneer dit het geval is, dragen Rode Kruis-medewerkers persoonlijk zorg voor de bezorging.

Het grote probleem bij de oorlog in het voormalige Joegoslavië is volgens Kroon echter de totale chaos. “Miljoenen zijn op de vlucht geslagen.” Ook het Internationale Rode Kruis (ICRC) doet pogingen uit te vinden waar gezochte familieleden zitten. Het ICRC kan de hoeveelheid aanvragen nauwelijks aan. Afhankelijk van de situatie in het oorlogsgebied komt het volgens Kroon soms voor dat het ICRC in één week alleen al zestigduizend aanvragen krijgt te verwerken. Vanuit of naar Nederland zijn vanaf augustus 1992 tot nu toe via het ICRC in totaal 12.380 familieberichten verzonden.

In ongeveer driekwart van de gevallen slaagt het Rode Kruis er in het contact te herstellen. Als de vermiste familieleden terecht zijn, betekent dat nog geenszins dat de gezinshereniging ook lukt. “Wij sturen geen peloton zoekers op pad”, meldt de woordvoerder van het ministerie van justitie. In samenwerking met het Rode Kruis geeft het ministerie wel namen van vermiste Bosniërs door aan de Verenigde Naties.

Twee weken geleden ontstond grote commotie onder de Bosniërs in de Ripperda-kazerne toen de mededeling kwam dat ze binnen drie weken zouden worden overgeplaatst naar hotels en pensions, in afwachting van definitieve huisvesting. De vluchtelingen werd na de eerste schrik toegezegd dat ze op vrijwillige basis zouden worden overgeplaatst, maar de onzekerheid onder hen lijkt daarmee nog niet te zijn weggenomen. J. Krijger, psychotherapeute en coördinator van Haarlemse RIAGG-team dat de vluchtelingen begeleidt, constateert “een duidelijke terugval” in hun geestelijke toestand, als gevolg van de mogelijke verplaatsing naar hotels en pensions. “Oude trauma's komen boven, sommigen worden opnieuw suïcidaal, anderen liggen slap op bed of vertonen eetstoornissen. Daaruit blijkt hoe flinterdun hun zelfvertrouwen is: één verkeerde opmerking en hun geestelijke stabiliteit stort in.”

Na driekwart jaar is het terrein van de Ripperda-kazerne langzamerhand veranderd in een Bosnisch dorp. De onderlinge steun is groot. De bewoners van de Ripperda-kazerne - inmiddels vrijwel allen in bezit van de A-status - geven er de voorkeur aan vooralsnog bij elkaar te blijven, totdat ze met hun familie herenigd zijn en in ieder geval totdat ze definitieve huisvesting hebben gevonden. “Het is duidelijk dat we uiteindelijk uit elkaar moeten”, zegt Ibrahim Begovic. “Maar het is makkelijker om van hieruit gezamenlijk te vechten voor onze families.”

    • Alfred van Cleef