Het einde van Sodom

DE EERSTE KAMER heeft gisteren haar goedkeuring gegeven aan een verdrag waarover per pagina ongeveer twee maanden is onderhandeld: het belastingverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika.

Afgelopen weekeinde zijn de Amerikaanse senatoren hun Nederlandse collega's voorgegaan in de ratificatieprocedure. Na twaalf jaar onderhandelen zijn de verdragsbepalingen de vrucht van een diplomatiek en juridisch compromis van een hoge complexiteit met een simpele bedoeling: het verdrag moet voorkomen dat financiële stromen zowel in de VS als in Nederland door de fiscus worden belast. Het nieuwe verdrag vervangt de overeenkomst van 1948 die in 1965 is geamendeerd. Door dit verdrag verwierf Nederland naar de maatstaven van de Amerikaanse belastingpuriteinen de reputatie van een fiscaal Sodom en Gomorra. Een koperen naamplaat geschroefd op een Amsterdamse gevel was voor een buitenlandse onderneming al voldoende om aanspraak te kunnen maken op de bepalingen van het Amerikaans-Nederlandse belastingverdrag. Het Koninkrijk als intermediair in het internationale circuit van belastingontwijking.

Aan deze praktijk wordt met ingang van 1 januari 1994 een eind gemaakt. De belastingparadijzen wordt de wacht aan gezegd. De Nederlandse onderhandelaars hebben gekozen voor rokende schoorstenen in plaats van zogeheten brievenbusmaatschappijen. Voor de Nederlandse belastingmoraal en de werkgelegenheid is dat op lange termijn winst, maar het gaat ten koste van de positie als internationaal financieel intermediair.

DE NEDERLANDSE EN Amerikaanse afgevaardigden oordeelden dat het verdrag relatief gunstig is in vergelijking met belastingverdragen die de VS onlangs met andere landen hebben afgesloten. De Amerikaanse fiscus knijpt een oogje dicht voor Nederlandse pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. En het verdrag bevat een relatief soepele regelgeving voor in Nederland actieve ondernemingen die een buitenlandse eigenaar hebben. Staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) onderstreept dan ook de Europese dimensie van het verdrag.

Waarom krijgt het Koninkrijk een voorkeursbehandeling en schept dit geen precedent voor de onderhandelingen met Zwitserland en Luxemburg, zo vroeg de Amerikaanse senator Paul Sarbanes zich af. In zijn repliek wees onderminister Leslie Samuels van belastingzaken op de unieke economische en politieke relatie die bestaat tussen Nederland en de VS. Nederland was een van de eersten om de Verenigde Staten als zelfstandige republiek te erkennen en dat werpt nog steeds zijn vruchten af.

VOOR DE Verenigde Staten ligt het verdrag op de grens van het aanvaardbare. De Nederlandse onderhandelingsdelegatie heeft het maximaal haalbare gerealiseerd. Op diplomatiek niveau dwingt dat waardering af. Het belastingverdrag lijkt op een etage-regenwoud: een opeenstapeling van compromisteksten. Niet één volksvertegenwoordiger kon er de volle draagwijdte van overzien. Dat was een slechte zaak voor de beoordeling. Het verdrag onderstreept de intensieve handels- en financiële relatie tussen Nederland en de Verenigde Staten en maakt een eind aan een lange periode van fiscale onzekerheid. Voor de concurrentiepositie van Nederland is dat winst.