Debuut Duitsers in Champions League

ROTTERDAM, 24 NOV. Geen van de acht voetbalclubs die vanavond om half negen aan de derde uitgave van de Champions League beginnen hebben aan beide voorgaande keren meegedaan. Anderlecht, FC Barcelona, AC Milan en FC Porto nemen voor de tweede maal deel. Slechts drie landen, België, Italië en Portugal, zijn in alle edities van deze Europese topcompetitie vertegenwoordigd geweest. Geen enkele Engelse club slaagde er tot nu toe in zich te plaatsen. Werder Bremen is dit jaar de eerste Duitse deelnemer. Nederland behoorde met PSV - voor die gelegenheid officieel SV Philips genaamd - in het seizoen 1992-'93 één keer tot het internationale elitegezelschap.

De nieuwe league trekt een zware wissel op de deelnemers. De praktijk heeft uitgewezen dat het voor een club bijna onbegonnen werk is zowel in de Champions League als in in de eigen nationale competitie optimale prestaties te verzorgen. Of een selectie moet zo groot en sterk zijn als die van AC Milan. Van de acht clubs die aan de eerste editie meededen, werd er dat seizoen slechts één landskampioen. Vorige competitie was dat drie op de acht, inclusief het genoemde Milan. Dit seizoen is het programma van de Champions League nog zwaarder. De nummer twee uit de ene poule mag op bezoek bij de nummer één uit de andere: de kruisfinales.

Als het aan de Europese voetbalunie (UEFA) ligt wordt de Champions League straks nóg belangrijker. De UEFA wil het aantal deelnemers van acht naar zestien uitbreiden. Het probleem is dat er te weinig speeldata zijn om een dergelijk schema af te werken. De UEFA vindt dat er ten koste van de nationale competities ruimte moet worden gecreeërd. De bond zou graag zien dat het aantal clubs in de hoogste divisie in elk land naar zestien wordt teruggebracht. De Nederlandse eredivisie bestaat momenteel uit achttien ploegen.

Alles moet wijken voor het nieuwe paradepaardje. Met een veld van zestien is het bijna uitgesloten dat grote namen onder de clubs buiten de boot vallen in de Champions League. Vooral ook omdat de UEFA dan de topploegen direct voor de competitie wil gaan plaatsen. Behalve de sportieve redenen liggen daar vooral commerciële aspecten aan ten grondslag. De vroegtijdige uitschakeling van een team uit één van de toplanden, zoals onlangs de Engelse kampioen Manchester United en vorig seizoen titelhouder Barcelona overkwam, betekent op financieel gebied een flinke aderlating.

De penningmeester van de UEFA, Jo van Marle, noemt de Champions League “een commerciële goudmijn”. De competitie levert ongeveer 75 miljoen Zwitserse francs - volgens de huidige koers 93 miljoen gulden - aan tv- en reclamerechten op. Dat is 6,2 miljoen gulden meer dan vorig seizoen. De acht deelnemers krijgen 56 procent van de inkomsten. Ze ontvangen elk 3,3 miljoen gulden entreegeld, plus nog eens 575.000 gulden voor elk punt. Daar komen ook nog de recettes bij. De verwachting is dat de winnaar van de Champions League uiteindelijk een bedrag van vijftien à twintig miljoen gulden zal opstrijken.

Alle andere ploegen die aan één van de drie Europa-Cuptoernooien meedoen of hebben meegedaan, profiteren dankzij een speciale verdeelsleutel. De Nederlandse landskampioen Feyenoord, op de drempel van de Champions League uitgeschakeld door FC Porto, krijgt bijvoorbeeld 160.000 gulden overgemaakt. De clubs die in de eerste ronde werden uitgeschakeld - PSV, FC Twente en Vitesse - krijgen de helft. Ten slotte ontvangen alle bij de UEFA aangesloten bonden een bijdrage van ongeveer 150.000 gulden uit de leaguepot.

De bedragen die de acht deelnemers aan de Champions League kunnen verdienen geven wel een vertekend beeld. De tv- en reclamerechten zijn in de handen van de UEFA. De clubs mogen derhalve volgens de strenge regels tijdens de wedstrijden geen shirtreclame voeren en moeten hun stadions schoon aanleveren. Alleen de borden van de officiële sponsors van de league staan langs het veld. Dat heeft al de nodige protesten opgeleverd. Het is niet de enige wanklank die bij de eerste twee edities van de competitie te horen is geweest. Verscheidene experts zeggen het oude knock-outsysteem te missen. Daardoor is de kans op spannende ontknopingen veel en veel kleiner geworden.

De UEFA heeft alle klachten tot nu toe bijna hautain weggezwaaid. Wie het niet eens is met de regels doet toch niet mee, luidt het advies. Zo ver is het nog niet gekomen. En zover zal het ook niet komen, zolang de tegenstanders van het huidige beleid geen sterk front vormen. Ook zij zullen beseffen dat de nieuwe competitie commercieel gezien een succes is. Afgelopen seizoen leverde de Champions League op zes speeldagen 610 uur en 43 minuten tv-zendtijd op in 23 landen. Volgens de peilingen keken in totaal 1,3 miljard mensen naar de wedstrijden om de Champions League. Dit seizoen wordt op 1,5 miljard kijkers gerekend.