Bonn: compensatie voor onteigeningen in DDR

BONN, 24 NOV. De Duitse regering trekt 18 miljard mark uit voor de betaling van schadevergoeding wegens onteigening van grond en huizen in Oost-Duitsland tussen 1945 en 1949. Dit besluit hebben kanselier Kohl en vertegenwoordigers van de Duitse coalitiepartijen gisteren genomen.

Door het destijds door de Sovjet-Unie bezette Oost-Duitsland, het gebied dat later DDR werd, zijn in de eerste naoorlogse jaren grote onteigeningsgolven gegaan. Claims van vroegere eigenaars uit de periode 1945-1949 kunnen alleen in geld worden toegewezen of - waar mogelijk - door vervangende landbouwgrond beschikbaar te stellen.

Daarmee is voor deze groep een ander oplossing gekozen dan voor degenen die bij latere onteigeningen in de DDR huizen of land kwijtraakten. Voor die, grotere, groep geldt immers als algemeen uitgangspunt dat teruggaaf voor schadevergoeding komt. Op die veelgekritiseerde regeling moeten echter vaak uitzonderingen worden gemaakt, bijvoorbeeld als nieuwe (Oostduitse) eigenaars hun huis of grond te goeder trouw hadden verworven of als teruggaaf aan de oude eigenaars schadelijk zou zijn voor een inmiddels door anderen gevestigd bedrijf. In zulke gevallen krijgen de oude eigenaars (uit de periode 1949-1989) schadevergoeding volgens de geldende verkeerswaarde.

Omdat de waarde van eigendomsclaims daardoor tussen de beide groepen heel sterk uiteen was gaan lopen, is het bedrag dat voor de claims uit de late jaren veertig oorspronkelijk was geraamd, namelijk 12,5 miljard, nu tot 18 miljard mark verhoogd. De Duitse regering wil dat bedrag onder meer, en vanaf 2004, financieren via de verkoop - door het Treuhand-instituut - van vroegere DDR-staatsbedrijven.