Bij de documentaire over Annie van Ommeren-Averink, CPN; De kameraden willen niet meer praten

Toen het net zich ging sluiten, haakten ze één voor één af.

De voormalige communistische voormannen van Nederland wensten zich ineens niet meer in te laten met de documentaire die Pauline Senn en Anita van Ommeren over Anita's moeder aan het maken waren. Bij de herdenking van de februaristaking dit jaar spraken ze dat met elkaar af. Marcus Bakker, Harry Verhey en Joop Wolff hadden eerder toegezegd aan de film te zullen meewerken. Maar staande rond de Dokwerker begonnen ze plotseling nattigheid te voelen. Los van elkaar schreven ze Senn en Van Ommeren daarop korte briefjes met dezelfde boodschap: we kunnen onze tijd wel beter besteden, zoek het dus zelf maar uit. De film wordt morgen zonder hun weerwoord uitgezonden.

Annie van Ommeren-Averink was tientallen jaren een prominent en gewaardeerd kameraad. Annie Averink, een ongeschoolde naaister uit Betondorp, was op zeer jonge leeftijd tot de partij toegetreden, omdat ze de sociaal-democratische AJC te 'tuttig' vond. Ze kwam terecht in 'cel 801', de afdeling waartoe ook de familie Van het Reve behoorde.

Als vrouw maakte ze vervolgens een bliksemcarrière. Ze werd naar Moskou gestuurd voor de onvermijdelijke politieke scholing, een opleiding die haar beslag kreeg tijdens Stalins 'rode terreur', maar die Annie Averink niet echt raakte. Ze hielp in Moskou ongestoord mee aan de bouw van de partijschool en de metro, hoewel ze sommige aspecten van het socialistische leven toch raar vond. Voor een appel moest ze geld uit Nederland laten komen en de 'politieke biografie', die ze na de opleiding moest schrijven, zei meer over het algemene politieke klimaat in Moskou dan over haar eigen ervaringen.

Tijdens de bezetting speelde ze in Nederland als 'partij-instructeur' een belangrijke rol in het communistische verzet. Hannie Schaft was een van haar leerlingen. Na de oorlog mocht ze vervolgens een bijdrage leveren aan de geslaagde maoïstische omwenteling in China. In al die rollen leefde ze uiteraard onder een schuilnaam: nu eens als Annie Schmidt en dan weer als Annie Klein.

In eigen land ging ze, als voorzitter van de zogenaamde 'kandidaat-besprekingscommissie', ondertussen decennia lang over de kaderpolitiek van de CPN. Bij haar thuis lagen de dossiers over die partijgenoten die een vuiltje op hun blazoen hadden en daarom een toontje lager moesten zingen. Als zij 'nee' zei, was het ook nee. Niet voor niets was algemeen-secretaris (later ere-voorzitter) Paul de Groot voor haar dochter Anita, die zelf nooit lid wilde worden van de CPN, geen gewone kennis van haar moeder maar niemand minder dan 'oom Paul'.

Pas toen de Berlijnse muur viel en het 'socialistische kamp' in razend tempo desintegreerde, kon Annie van Ommeren-Averink enige afstand nemen van haar communistische verleden. Al ongeveer een kwart eeuw was ze niet meer in de Sovjet-Unie geweest. Maar niet eerder dan in 1990 mocht ze haar voorzichtige weerzin jegens het leven in Moskou enigszins veralgemeniseren. “Het is nergens wat geworden” verzuchtte ze na november 1990 tegen haar dochter Anita. Haar echtgenoot Eep van Ommeren, een man die altijd enige scepsis had gevoeld over de totale overgave van zijn vrouw, had de partij vijftien jaar eerder al de rug toegekeerd. Hij was, anders dan Annie Averink, niet met een 'ideaal getrouwd'. Dat was toen nog een reden voor de moeder van Anita om een echtscheiding te overwegen.

Kort na de val van de muur overleed Annie van Ommeren-Averink, 79 jaar oud. Voor Anita hét moment om zich in de geschiedenis van haar moeder te gaan verdiepen. Ook al stond het gezinsleven thuis gedurende haar jeugd geheel in het teken van de beweging en had ze zichzelf na de Hongaarse opstand op een klassefoto ter onderscheiding van alle andere kinderen op school met een hamer en sikkel opgesierd - communisten dienden immers 'offers' te brengen, zoals Ger Harmsen het in de film formuleert - Anita had zich uiteindelijk altijd met succes weten af te sluiten voor het milieu waarin haar moeder had geleefd.

Van Ommeren en Senn gingen daarom pas dit jaar naar Moskou om, in het kader van haar film, een kijkje te nemen in de geheime archieven van de CPSU. Het leverde niet erg veel op, omdat de archivarissen alleen maar op harde valuta uit waren en dus niet op de waarheid. Zij bezochten eveneens Berlijn en Parijs om er oude kameraden van Anita's moeder te interviewen. De gesprekken boden Anita een voorzichtig inkijkje in de wereld der erotiek die ook in de communistische beweging van groot belang was. En ze ging uiteraard langs bij de BVD in Den Haag. Dat waren pas echt hilarische uitstapjes. Ook al was Anita de dochter van haar moeder, de meeste archieven bleven voor haar gesloten.

Eén ding werd niettemin duidelijk: dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst binnen de CPN een paar serieuze breekijzers had. Zoals die vrouw van een kameraad die wel met de dienst moest meewerken, omdat haar man anders zou worden ontslagen. Zoals die functionaris die zowel door de dienst als door de partijleiding gechanteerd werd, omdat hij zich tijdens de oorlog als OW'er zou hebben verrijkt met zwarte handel en ook daarna op gezette tijden had getuigd van politieke wankelmoedigheid. Zoals ook die volksvertegenwoordiger wiens seksuele voorkeuren zo nu en dan problemen veroorzaakten.

Mede dankzij deze chantabele posities binnen de partij wist de BVD weliswaar niet alles maar wel veel: bijvoorbeeld dat Annie Averink in 1959 met de kinderen naar Moskou ging voor een vakantie in het socialistische vaderland, dat Waarheid-journalist Joop Morriën elke dag met haar telefoneerde en dat Annie Averink na haar 'maidenspeech' in de Eerste Kamer van de zenuwen had moeten overgeven.

De gesprekken met de voormalige partijgenoten van haar moeder, die wel wilden praten (Karel van het Reve, Theun de Vries, Rie Lips-Odinot, Ger Harmsen, Pegasus-directeur Jan van Seggelen en leeftijdgenote Yolande Withuis), illustreerden bovendien dat de CPN al die jaren wel degelijk dicht op Moskou had gezeten. Zo was Joop Wolff, de later alom gewaardeerde parlementariër, na de oorlog op een vals paspoort in Peking gestationeerd om er de leveranties van wapens voor de Indonesische PKI te coördineren. En medio jaren zestig, toen Paul de Groot de zogenaamde 'autonomie' van de CPN had afgekondigd, kreeg Pegagus-directeur Jan van Seggelen nog de opdracht om Aleksandr Solzjenitsyns boek Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj eerst uit te geven en vervolgens uit de roulatie te nemen.

De slotbeelden uit de film van Senn en Van Ommeren spreken dan ook boekdelen. Als Marcus Bakker op het opheffingcongres van de CPN in 1991 zegt dat de partij al “vijfendertig jaar geleden in het openbaar haar verontschuldigingen heeft aangeboden” voor de stalinistische misstanden, begrijpt de kijker op slag waarom dezelfde Bakker tientallen jaren later niet wilde meewerken aan deze film van de dochter van zijn zo gerespecteerde partijgenote: er staan nog steeds te veel rekeningen open. Ook Bakker kan anno 1993 alleen openhartig zijn als het hem uitkomt.