Bevroren daklozen bezorgen Frankrijk vroege giro-reflex

PARIJS, 24 NOV. Het is weer Abbé Pierre-seizoen in Frankrijk. De nu tachtigjarige geestelijke en strijder voor de ontheemden komt altijd aan bod voor camera's en microfoons wanneer ontheemden uit hun kraakpanden worden gezet. En vooral wanneer de winter toeslaat en, zoals de laatste dagen, zes daklozen dood worden aangetroffen na een onverwacht vroege vorstperiode.

Abbé Pierre schept er geen genoegen in de welvarende maatschappij te beschuldigen als hard en onverschillig. Frankrijk moet hem gegêneerd gelijk geven. Zoals iedere winter. De officiële reacties zijn even voorspelbaar als de tijdelijkheid van hun effect.

Het in onbruik geraakte metro-station Saint-Martin in Parijs is opengesteld voor de zogeheten SDF's (van 'sans domicile fixe'); er is een muurtje gemetseld tussen de mannen- en de vrouwenafdeling. Keurige ijzeren bedden en een volstrekt gebrek aan privacy. Maar het vriest er niet.

Soep van het leger en een aankondiging van versnelde uitbreiding van het aantal bedden in permanente onderkomens voor daklozen. De eerste berichten van bevroren zwervers zijn nog niet binnen of op de fax verschijnt een persbericht in sierlijke krulletters van de minister van huisvesting, Hervé de Charette: 21 hectaren braak- en rommelgrond in Parijs wordt beschikbaar gesteld voor het versneld uitvoeren van sociale woningbouw. Hij komt daarmee een toezegging van Michel Rocard, die premier was vóór Edith Cresson, Pierre Bérégovoy en Edouard Balladur. De eerste resultaten kunnen tegen 1995 tegemoet worden gezien.

Over de aantallen daklozen in Frankrijk verschilt men van mening. De officiële cijfers schommelen rond de 200.000; verenigingen met een sociaal doel denken meer aan getallen tussen 400 en 500.000 mensen. In de regio Parijs zou het om 40.000 mensen gaan, waaronder maar liefst 15.000 vrouwen onder de 25 in het bezit van een schooldiploma.

Uit de meeste waarnemingen blijkt dat de daklozen van alle leeftijden zijn. Het beeld van de oudere clochard is achterhaald. In een advertentie van de Fondation Abbé Pierre staat vandaag een moeder afgebeeld, met twee kinderen van kleuter- en lagere schoolleeftijd, naast de tekst “Waar slapen we vanavond, mama?” Ook Frankrijk kent de giro-reflex.

Simone Veil, de minister van gezondheid en de stad, had gisteren een geluk bij een ongeluk. Zij moest toch een opvanghuis voor daklozen openen. Het leek op een razendsnelle reactie. In werkelijkheid was het toeval. Abbé Pierre maakte van de gelegenheid gebruik de minister, die het sociale geweten van deze regering moet vertegenwoordigen, te wijzen op “een krankzinnig wetsontwerp” dat het verwijderen van krakers uit leegstaande panden vereenvoudigt.

De minister weigert de daklozen die zich een dak toeëigenen niet op één lijn te stellen met de 'echte' zwervers. Voor die laatste groep wil zij van alles doen, al zal het te weinig en te laat zijn. Burgemeester Jaqcues Chirac van Parijs heeft ook een bijdrage: hij laat drie weken eerder dan voorzien doktoren meerijden met de ploegen die verlaten stegen en bedrijfsgebouwen langsgaan om te kijken of er nog zwervers in slechte staat zijn. Eerste hulp kan zo sneller verleend worden.

Frankrijk schaamt zich een beetje. De laatste bevroren dakloze werd gevonden op de trappen van een ziekenhuis, waar hij beschutting tegen de nachtelijke kou had gezocht. Ik vraag me ook af waar de oude man is gebleven die tot voor kort bij het vallen van de avond met zijn supermarktkarretje en zijn matras de straat binnenliep om onder mijn raam de nacht door te brengen.