Alleen mentaliteitsomslag kan Europese economie redden

In ondernemend Nederland maakt men zowel zorgen over de magere toekomstverwachtingen van het CPB, als over de ongunstige samenloop van een conjunctureel dal en diepgaande structurele veranderingen. In beide scoort Europa slecht. Ook wanneer de economie aantrekt, zal Europa en dus ook Nederland niet ontkomen aan pijnlijke aanpassingsmaatregelen voor voldoende werkgelegenheid. Deze heeft zich een opgaande conjunctuur niet hersteld. Daarbij komt dat een onbegrensde kennisoverdracht en vrij kapitaalverkeer in de industrie en in de dienstensectoren een mondiale onderlinge afhankelijkheid veroorzaken als nooit tevoren. Dit is de essentie van de globalisering van markten. Multinationale zowel als middelgrote en kleinere ondernemingen zijn gelijkelijk in dit proces betrokken. Er woedt een hevige kostenconcurrentie.

Overal wordt verder gesaneerd en gerationaliseerd om marktaandelen overeind te houden. Het water kan ongehinderd naar de laagste plek lopen: verschuiving van produktie en diensten naar Oost-Europa en Zuidoost-Azië neemt toe. De werkloosheid stijgt tot onrustbarende percentages. De geregistreerde werkloosheid in de Gemeenschap beloopt 18 miljoen personen. Het profijt dat Nederland zelf een paar jaar heeft getrokken van de Keynesiaanse miljardenimpuls in Oost-Duitsland, verkeert nu in zijn tegendeel.

Hoe kunnen werk en duurzame concurrentiekracht worden veiliggesteld? In de Nederlandse markt ontstaat scherpere concurrentie van buitenaf in het midden- en kleinbedrijf. Veel ondernemers onderschatten die nog steeds. Parallel daaraan voert een aantal Nederlandse ondernemingen elders in Europa en in de wereld een actief wervingsbeleid, waarmee ook het proces van verplaatsing van produktie en diensten op gang komt. Ook zien we belangrijke 'nationale' fusies, in ons land voornamelijk in de financiële sector, maar in de grote Europese economieën over een veel bredere linie. In dezelfde lijn ligt het opgaan van kleinere, maar ook van grote ondernemingen (Fokker, Nedcar) in Europese en andere ketens. Alleen met kwaliteit tegen aanvaardbare kosten zijn posities nog veilig te stellen. Sedert het verschijnen van de sterkte-zwakte analyse in de nota 'Economie met open grenzen' (1991) pleitte het CDA ervoor om industrie- en technologiebeleid als afzonderlijke doelstelling in het regeerakkoord op te nemen. Sinds 'Economie met open grenzen' is technologie geleidelijk aan hoger op de politieke agenda gekomen.

Maar een meer centrale rol voor Economische Zaken moet worden verzekerd, omdat ook VROM, Verkeer en Waterstaat en Onderwijs en Wetenschappen op gelijkgerichte doelstellingen betrokken moeten raken. De globalisering vraagt om een pregnantere aanpak. In navolging van Frankrijk en Duitsland is Nederland Vestigingsland een centraal thema voor de toekomst. Commissievoorzitter Delors zal op 9 december zijn Witboek over groei en werkgelegenheid presenteren, met hoofdlijnen voor het Europees beleid en aanbevelingen voor de lidstaten. Delors kan het concept leveren, maar voor de daadwerkelijke uitvoering van tal van maatregelen zijn we afhankelijk van nationale besluitvorming. Daar zit dan ook het probleem.

De analyse van wat moet gebeuren is snel genoeg gemaakt. Maar hoe krijgen we sociaal-economische flexibilisering en meer kennisintensiteit in onze economie doorgevoerd in een wereld, waarin West-Europa het tempo niet meer dicteert en voortdurend achter de ontwikkelingen dreigt aan te lopen. Er is een mentaliteitsomslag nodig om het draagvlak te scheppen voor aanpassingen. Grote delen van de bevolking hebben geen idee van de trendbreuk als gevolg van de globalisering. Hoe vaak wordt niet gezegd dat na de recessie alles weer op de oude voet kan worden voortgezet? Er zal een nieuwe consensus moeten ontstaan.

Er wordt zelfs gesproken over een toekomstgerichte consensus als in de opbouwperiode van de jaren vijftig. Op een ongewone en niet-vrijblijvende manier zal zichtbaar moeten worden gemaakt dat we structurele en acute problemen heben. Dit zichtbare teken met het oog op Nederland Vestigingsland kan worden gegeven via een doelgericht ronde-tafelgesprek van de minister van Economische Zaken of, zoals elders, van de premier met een aantal presidenten van ondernemingen. Het draait om de persoonsgebondenheid van de boodschap van eerstverantwoordelijken in ondernemingen, die direct worden geconfronteerd met de wereldwijde concurrentie. We herinneren ons de doorbraak van het rapport-Wagner. Vergelijkbaar is ook de succesvolle formule van 'Nederland Distributieland'. De persoonsgebonden boodschap heeft in Europa voortreffelijk gewerkt met de publikatie van 'Europe 1990' in 1985 door de Round Table of Industrialists. Dit voorstel heeft direct geleid tot Europa 1992, waarmee het EG-schip weer vlot werd getrokken. Hopelijk komt deze kring juist nú weer met een vergelijkbaar initiatief. In Duitsland zijn bondskanselier Kohl en EZ-minister Rexrodt inmiddels ook een gesprek gestart met industriëlen. In Frankrijk is het niet anders. Duitsland en Frankrijk hebben als uitvloeisel daarvan een gezamenlijke 'Standortkommission' opgericht.

Tegelijkertijd zijn er strategische panels nodig voor de verbetering van het noodzakelijke technologische traject. Er is een natuurlijke grens aan hoe ver men kan gaan in de aanpassing van lonen en sociale voorwaarden. De oplossing zal dus evenzeer moeten komen van vernieuwing en kwaliteit. Beide eisen gelden voor iedere werkplek. Groei, toegevoegde waarde, onderwijs en werkgelegenheid hangen nauw samen. Die samenhang kan eveneens persoonsgebonden zichtbaar worden gemaakt in panels in diverse sectoren met betrokkenheid van de marktsector zelf, inclusief de vakbeweging, de universiteiten, de Technologische instituten en de departementen Economische Zaken en Onderwijs en Wetenschappen. Er zijn tal van knelpunten uit de weg te ruimen. In de VS werken sinds een aantal jaren overeenkomstige panels met succes aan het wegwerken van achterstanden. Het gaat niet zozeer om geld, maar om de neuzen in dezelfde richting te krijgen en om ook van daaruit het maatschappelijk draagvlak te versterken. De richting van het beleid is verbeterd. Maar Nederland zal zich sneller moeten aanpassen en dus een nieuwe toekomstgerichte consensus dienen te ontwikkelen op gevaar af dat we inderdaad in een vechteconomie terechtkomen met alle polarisatie vandien. Een zichtbaar engagement van marktsector, politieke leiding en overheidsinstellingen zal zeker tot dat noodzakelijke vertrouwen kunnen bijdragen.

    • J.P. van Iersel