Vooral oudere mannen plegen zelfmoord

DEN HAAG, 23 NOV. “Men overschat de mate waarin suïcide wordt gepleegd en daarnaast bestaat ook nog een verkeerd beeld van het onderwerp”, meent D. Koper van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). “Micro gezien is het elk geval dramatisch, daar bestaat geen twijfel over. Macro gezien is het niet zo'n probleem. Als je rekent dat bij ruim de helft van alle gevallen een psychisch lijden de grondslag vormt, moet je vaststellen dat er in preventieve zin nauwelijks iets tegen te doen valt.”

Niet bekend

Hoewel het CBS al sinds 1900 gegevens over zelfdoding publiceert, doen er veel mythes de ronde over. Een spectaculaire stijging bijvoorbeeld van het aantal jongeren dat zelfmoord pleegt, zoals wordt verondersteld, blijkt niet met cijfers te staven. Waar tot op heden weinig oog voor was, is daarentegen wel een feit: onder ouderen is zelfdoding een niet te onderschatten doodsoorzaak. Dat katholieken minder vaak suïcide zouden plegen dan protestanten blijkt geen stand te houden, gegeven de cijfers. En een eerder gepubliceerd rapport van onderzoekers van de Utrechtse Universiteit dat publikaties over zelfdoding niet zouden leiden tot een 'golf' van nieuwe gevallen, wordt bevestigd. Berichtgeving over suïcide heeft evenmin invloed als overlijdensadvertenties van mensen die een eind aan hun leven hebben gemaakt.

“Het is een morbide onderwerp en wij krijgen er veel vragen over. Dus we hebben de feiten nu maar eens op een rijtje gezet en nadrukkelijk naar buiten gebracht”, zegt Koper. Die feiten zijn geanalyseerd door P.M. Duimelaar van het CBS en worden ontleend aan twee bronnen. Gebruik wordt gemaakt van de overlijdenverklaringen, zoals artsen die invullen bij het vaststellen van de dood: natuurlijk of niet natuurlijk. In dat geval wordt justitie op de hoogte gesteld en gaat de politie de zaak onderzoeken. Het CBS heeft daartoe een speciaal formulier dat de betrokken agent invult. Uit wat artsen invullen en uit gegevens die justitie aanreikt kan veel informatie worden gedistilleerd over de suïcide-cultuur in Nederland.

Het aantal suïcides schommelt de laatste jaren tussen de 1.600 en 1.700, tegen 1.900 in 1984, een record sinds het begin van deze eeuw. In 1992 bedroeg het precieze aantal 1587. Uitgedrukt in absolute cijfers komt suïcide het meest voor in de leeftijd tussen 25 en 40 jaar. Relatief gesproken is het echter vooral een zaak voor oudere mannen. Bij mannen van 70 jaar en ouder komt zelfdoding twee maal zoveel voor als bij vrouwen van dezelfde leeftijd of bij mannen tussen 25 en veertig jaar. Dat geldt voor de onderzochte periode van 1972 tot 1982 en 1982 tot 1991. In dat laatste decennium was er zelfs een stijging van zeven procent. Het aantal suïcides is echter het sterkst gestegen - met 35 procent - bij mannen tussen 25 en 40 jaar. Bij vrouwen tussen 55 en 70 jaar is het zelfdodingscijfer met zes procent gedaald.

Er zijn ook sterke, onverklaarde regionale verschillen. In de drie noordelijke provincies, Zuid-West Overijssel, de Achterhoek, Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Limburg en de regio's rond Amsterdam, Den Haag en Haarlem komt suïcide onder mannen relatief veel voor en dat kan niet worden uitgelegd door een groot aantal psychiatrische instellingen in die gebieden. Over langere perioden ligt het zelfdodingscijfer daar 20 procent hoger dan in aangrenzende gebieden. In de Zaanstreek daarentegen ligt het percentage 25 procent lager dan in de directe omgeving over een periode van twintig jaar. Ook bij vrouwen is de Zaanstreek een 'laagte-eiland'. Amsterdam, Noord-Drenthe, Haarlem en Den Haag scoren daarentegen weer hoog.

In de wijze waarop suïcide wordt gepleegd zijn tussen 1950 en 1991 duidelijke verschillen te bespeuren. Verhanging blijft gedurende de gehele periode de meest toegepaste methode met een stabiel percentage van 35 procent. Verdrinking komt ook onveranderlijk op de tweede plaats met gemiddeld 17 procent, maar het aandeel loopt terug. Tussen '50 en '70 was het nog ruim 20 procent, nu schommelt het rond 12 procent.

Spectaculairder in de onderzoeksperiode is de daling van het aantal vergassingen. Tussen 1960 en 1970 is Nederland overgeschakeld van het giftige stadsgas op het verhoudingsgewijs onschuldige aardgas. Werden tussen 1950 en 1962 nog twintig procent van alle suïcides gepleegd met gas, in 1969 was dat gedaald tot één procent en nu schommelt het percentage rond twee. Medicijnen en alcohol lijken het gas te hebben vervangen. In 1974 bereikten die 'thanatica' hun hoogtepunt met 24 procent, waarna ze weer daalden. Nu nemen vergiftigingen met deze stoffen 14 procent van alle zelfdodingen voor hun rekening. Dat is ongeveer evenveel als het voor treinen of auto's springen of van grote hoogte stappen. Die twee methoden waren in 1965 goed voor 3 procent.

Niet bekend

Economische motieven hebben een klein en variërend aandeel. Dat motief werd in de jaren vijftig naar verhouding veel opgegeven, maar ook in 1983 en de laatste jaren. Het motief eenzaam en levensmoe heeft altijd een aandeel gehad van nog geen procent. Maar de laatste jaren heeft die reden aan betekenis gewonnen tot het viervoudige.

    • Bram Pols